Steeds een stukje verder naar het zuiden

Ilja Leonard Pfeijffer rijdt op een zesdehands racefiets, een rood-wit-blauwe Batavus.

Op de zomerpagina’s deze week vijf routes uit literaire fietsverhalen. Vandaag: Leiden-Gorinchem.

Over fietstochtjes kun je beter niet schrijven, vond een van de gulst publicerende schrijvers over fietstochtjes, Bob den Uyl (1930-1992). ‘Beginnelingen willen voor het slapengaan nog weleens notities maken over de afgelopen dag, de afgelegde route en de namen en tijden en tevens de mooie gedachten die er in hen zijn opgekomen noteren. Dit is belachelijk. De dag moet zijn als een prettige droom die je je niet meer herinnert, maar die je hult in een waas van onbegrepen geluk’, schrijft Den Uyl in Wat fietst daar (1980).

Toen Ilja Leonard Pfeijffer en zijn geliefde Gelya na 41 dagen fietsen in Rome aankwamen, ontdekten ze dat ze bijna ongemerkt geëmigreerd waren. Ze bleven in Genua, de stad die ze een week voor het einde van de tocht hadden bereikt. De reis beschrijven was voor de classicus, dichter en columnist van deze krant vanzelfsprekend. De dagelijkse vertrek-, doorreis- en aankomstplaatsen en het aantal uren fietsen zijn opgenomen in het boek, met zelfs een omschrijving van het weer erbij, boven elk hoofdstuk.

Maar verder is het boek juist een meditatieve bespiegeling, waarin de schrijver het vooruit- en terugblikken probeert af te leren. Telefonisch, vanaf een terrasje in Genua, vertelt Pfeijffer: „Het idee om te gaan fietsen kwam eerst. Ik dacht als ik dan toch zo’n rare reis ga maken dan kan ik er maar beter over gaan schrijven. Het was best wel moeilijk, om na het fietsen toch nog te schrijven. Ik heb het niet helemaal volgehouden maar ik schreef elke avond wel wat steekwoorden op. Toen ik alles ging uitwerken bleken die korte fragmentarische stukjes in stenostijl ook ruim voldoende te zijn om me alles te herinneren. Volgens mij herinnerde ik me alles ook beter omdat ik wist dat ik het ging opschrijven. Tijdens het fietsen dacht ik er al over na wat er in moest. En omdat ik dan niet kon schrijven, trainde ik zo mijn geheugen.”

Alleen een stukje naar het zuiden rijden, elke dag weer. Als je een reis helemaal voorbereidt en plant, zou dat volgens Pfeijffer alleen maar frustrerend werken. „Of je haalt het wel, en dan is het niet bijzonder. Of je haalt het niet, en dan is er de frustratie.”

Pfeijffer beschrijft hoe zijn vriendin onderweg wielrennertjes pest door ze op haar oude mountainbike in te halen, en over een van de eerste overnachtingen, bij een couchsurfer bij wie hij zijn bril vergeet. Dan maar zonder bril naar Rome.

Meestal rijden ze een kilometer of negentig. Soms is het nat, of is er een fiets kapot, en dan schiet het niet op. Op dag twaalf loopt de frustratie op. In het Franse stadje Troyes, waar de fiets veel te lang bij een fietsenmaker staat: ‘En de huizen maar bulken met hun balken. Anton Pieckerige, nep-Duitse, Walt Disneyhuisjes. En maar middeleeuws doen. Hou toch op. Ik had al die steegjes al tien keer gewandeld’, noteert Pfeijffer.

Niet te veel nadenken over de toekomst blijkt voor een dichter met overgewicht de beste manier om zichzelf over de heuvels tillen. Uit ‘dag 31, Borghetto-Santo Spirito – Genua, warm en zonnig’: ‘We hadden ‘s ochtends bij de koffie niet moeten praten over deze dingen. We hadden niet moeten zeggen hoe mooi het zou zijn om aan het eind van de dag in Genua aan te komen en hoezeer wij ons er samen op verheugden. We hadden niet moeten praten over de steegjes en de pleinen die we kenden. Dat we dat wel deden, stond garant voor een zware dag.’

Pfeijffer, telefonisch: „De reis heeft me echt veranderd: het was bijna een vorm van meditatie. Zo’n leven zonder enige vorm van planning, in het moment zijn, was mooi. Dat probeer ik nu ook wel te handhaven.”

De routekaart of een gpx-bestand staan op nrcnext.nl/fiets. Maar een route bij dit verhaal afdrukken is eigenlijk een beetje gek. Pfeijffer reed gewoon elke dag een stukje naar het zuiden, en om te beginnen volgde hij de bordjes Zoeterwoude-Dorp. Begin om kwart voor vier ‘s middags, hou dat 41 dagen vol, en je zit in Rome.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Bij het verhaal Steeds een stukje verder naar het zuiden (pagina 22 en 23, 5 augustus) was het afgebeelde huis niet, zoals het onderschrift luidde, Pakhuis Handelslust. Het pand heet ‘In den Blowen Hoet’.