Statenverkiezingen worden spannend

Afwezigheid van de PVV in de Eerste Kamer (de senaat) is voor een minderheidscoalitie nu nog geen probleem.

In maart moet de PVV dan wel verkiezingswinst boeken.

Wil een kabinet politiek effectief zijn, dan is het op zijn zachtst gezegd handig als het wetsvoorstellen door zowel de Tweede als de Eerste Kamer weet te loodsen. Maar hoe moet dat als VVD en CDA een minderheidskabinet gaan vormen met gedoogsteun van de PVV? De partij van Geert Wilders is nog helemaal niet vertegenwoordigd in de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

„Voorlopig is dat nog niet zo’n probleem”, zegt Jit Peters, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. „Nieuwe wetten maken kost tijd, dus in het eerste jaar zal het kabinet nog met weinig nieuwe wetgeving komen.”

Pas in het tweede jaar kan het kabinet in de problemen komen als het geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer. Zo moeten alle bezuinigingsplannen – VVD, CDA en PVV willen in totaal 18 miljard bezuinigen – worden omgezet in wetten. Als een meerderheid in de senaat zich daar tegen verzet, zal „dit kabinet het niet lang uithouden”, verwacht Peters.

De SGP heeft voorzichtig laten doorschemeren dat ze eventueel de voorstellen van de te onderzoeken regeringsvariant wel wil steunen. Die partij heeft twee zetels in de senaat. Dan ontbreekt er nog één voor een meerderheid. Dat kan betekenen dat de eenmansfractie van de OSF een doorslaggevende stem krijgt. In de OSF, de ‘onafhankelijke senaatsfractie’, hebben provinciale partijen zich verenigd. De senator van OSF, Hendrik ten Hoeve uit Stiens, voelt weinig voor de denkbeelden van Wilders. Zo is de oud-voorzitter van de Fryske Nasjonale Partij voor de Europese integratie en voor versobering van de hypotheekrenteaftrek.

In de Tweede Kamer zijn VVD, CDA en PVV samen goed voor de krapst mogelijke meerderheid van 76 zetels. Het zou voor het eerst sinds 1918 zijn dat een nieuw kabinet een meerderheid heeft in de Tweede Kamer, maar niet in de senaat, die 75 leden heeft. De kabinetten-Lubbers II en Kok II hadden daar beide slechts 38 zetels, de krapst mogelijke meerderheid. Eén ding staat vast: politiek gezien worden de Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart volgend jaar spannender dan ooit. Het kiezen van Eerste Kamerleden is tenslotte een taak van de vers gekozen Statenleden.

Wilders heeft al aangekondigd dat hij aan die Statenverkiezingen zal meedoen. „Als de VVD en het CDA met de PVV gaan samenwerken, hebben zij er alle belang bij dat hij zetels binnenhaalt”, zegt Rinus van Schendelen, hoogleraar politicologie aan de Erasmus Universiteit. „Zij zullen Wilders dus alle ruimte geven om keihard campagne te voeren tegen de Partij van de Arbeid, zolang hij maar geen stemmen van het CDA en de VVD wegsnoept.”

Volgens Peters „kan het bijna niet anders” dan dat de winst van Wilders ten koste gaat van de VVD en het CDA. „Bij de Statenverkiezingen geven de kiezers hun oordeel over de eerste maanden van het kabinet. Als het CDA of de VVD wegzakt kan Wilders zetels winnen, maar de vraag is of het voldoende is voor een meerderheid.”

Om een goed resultaat te boeken bij de Provinciale Statenverkiezingen zal Wilders per provincie een lijst met tien tot twintig namen moeten aanleveren. De PVV kan er natuurlijk voor kiezen om slechts in enkele provincies mee te doen, net zoals hij bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart heeft gedaan, toen hij slechts in twee gemeenten mee streed, maar dat lijkt Peters geen goed idee. „De kans op Eerste Kamerzetels is dan te gering.”