Lilian heet op de baan Limpin' Lily

Nieuw in Nederland: roller derby. Twee rollerskateteams strijden tegen elkaar.

Tijdens de wedstrijd mogen de deelnemende dames elkaar zo ongeveer overal raken.

Er wordt gemompeld, gefloten zelfs, hoofden draaien zich om; de vijf skatende vrouwen trekken nogal wat bekijks.

Er is iets met ze.

Oké, groepen skaters zijn er sowieso nauwelijks op deze warme doordeweekse avond in het Amsterdamse Vondelpark. Maar er is meer.

Ze zijn overwegend in het zwart gekleed. Korte broekjes, rokjes, leggings. Sommigen hebben tattoos. En ze dragen veel bescherming: helmen en zeer grote kniebeschermers.

Waar anderen in het park op hun kleedje en naast een barbecue relaxen, zijn deze stoere meiden duidelijk bezig met een doel. En dat doel heet roller derby.

Roller derby is een van oorsprong Amerikaanse sport – vooral beoefend door vrouwen – waarbij twee rollerskateteams op een ovaalvormige baan tegen elkaar strijden. Dat gaat zo: De teams bestaan elk uit vier blockers en één jammer. Doel is dat die jammer zo veel mogelijk blockers van de andere partij inhaalt en op die manier punten scoort. De blockers proberen het de jammer zo moeilijk mogelijk te maken, waarbij lijfelijk contact is toegestaan. En dat gaat er hard aan toe. Want eigenlijk mag je de ander overal raken, behalve het hoofd, de rug en benen. Daarvoor gebruik je je hele torso, behalve de onderarmen. Vandaar alle bescherming, want je gaat vaak onderuit.

Leuk? Heel leuk, zegt Judith van de Kamp (26). Ze is lang, draagt een bloemetjesjurk en onder haar helm komt rossig, krullend haar vandaan. Ze werkt bij Greenpeace en sinds februari doet ze aan roller derby. „Het is nogal stereotype om te denken dat we er ruig uit zouden zien omdat we zo’n harde sport beoefenen. Het zegt alleen iets over pit, en dat is iets wat je niet kunt zien.” Skaten deed ze al en ze volgde skatedanslessen. Ze vindt roller derby leuker, vanwege het wedstrijdelement. En omdat ze met open armen werd ontvangen. „Ik heb er een hele vriendinnengroep bij gekregen.”

Roller derby is nieuw in Nederland. Waar in Amerika ruim vierhonderd roller derbyteams bestaan, sinds de wederopstanding van de sport zo’n zeven jaar geleden, vormen de Amsterdam Derby Dames de eerste derbygroep in Nederland. Vorig jaar september gingen de trainingen van start. Inmiddels telt de groep zo’n 26 vrouwen en bereiden zij zich voor op het examen om wedstrijden, ‘bouts’, te mogen doen.

In oktober willen ze klaar zijn om de test van de internationale Derbybond WFTDA (Women’s Flat Track Derby Association) af te leggen. Ben je gevallen, dan moet je binnen 2 seconden weer staan en verder skaten, schrijft het examen bijvoorbeeld onder meer voor. En: skate 25 rondjes in vijf minuten tijd. Naast ruim vijftig praktische handelingen, krijgen de skaters ook veertig theorievragen voorgelegd.

In het Vondelpark wordt deze avond gewerkt aan de skatetechniek. De vrouwen slalommen op één been langs tien flesjes die dienstdoen als pionnen. Dan moeten ze een stukje sticky skaten: vooruit komen zonder dat je je skates optilt. Dan loop je geen kans om te worden pootje gehaakt. Of ze duwen elkaar als een treintje voort (de ‘wheelbarrow’). Liever oefenen ze in een zaal, maar de gymzaal waar ze normaal gesproken trainen, is dicht vanwege de schoolvakantie. Hopelijk kan hun location committee iets nieuws vinden, zegt oprichter Lilian Starrenburg (32).

Samen iets van de grond trekken, dat bindt. Alle leden worden geacht deel te nemen in een van de circa twaalf commissies. Lilian Starrenburg is met haar werk voor de rules, fresh meat, intraleague en board committee zo’n tien tot twaalf uur per week kwijt. „Waar je bij een andere sport alleen je sportschoenen meeneemt naar de training, moet je bij ons ook iets bijdragen”, zegt de oprichtster, die de sport in Londen via een vriendin leerde kennen.

Roller derby is meer dan een sport voor de vrouwen. Het is ook een manier van leven, een uitlaatklep, een kick-ass sport waarbij je opereert onder een alter ego. Op de baan raak je andere vrouwen echt aan, hard zelfs. Dan moet je over een grens heen, zegt Starrenburg. Onder een schuilnaam gaat dat makkelijker, dan ben je iemand anders. Lilian Starrenburg heet tijdens de wedstrijd Limpin’ Lily: overdag administratief medewerker bij Bureau Jeugdzorg, ’s avonds Lompe Lily die overal overheen walst. Judith van de Kamp is Miss Legs, vanwege haar lange benen. Dan is er nog een Kim Wilde (Kim), een Mayatollah (Maya) en Sinderhella (Hellen). Al die namen worden internationaal bijgehouden, om dubbelingen te voorkomen.

Iedereen kan meedoen bij de Amsterdam Derby Dames en de groep kent een brede variëteit. Er zit een docent Nederlands bij, een caféhouder, een onderzoekassistent epidemiologie en een activiteitenbegeleider. De vrouwen komen onder andere uit Amsterdam, Rotterdam, Deventer en Utrecht.

Hun durf hebben ze gemeen. Judith van de Kamp noemt roller derby een sport voor „vrouwen met ballen”. Dat toont het aantal blessures wel aan. Lilian Starrenburg somt op wat zij – behalve een berg blauwe plekken – in de trainingen voorbij heeft zien komen: gekneusde stuitjes, gekneusde vingers, gekneusde schouders en gekneusde enkels. Tweemaal is het voorgekomen dat iemand door een val plots in ademnood kwam. Getting winded noemt ze dat. „Alle tanden zitten er nog in, maar ja, we zijn ook nog niet zo lang bezig dus daar komt vast verandering in.”