Klim pond kan snel voorbij zijn

Het Britse pond sterling zit in de lift en zal waarschijnlijk nog even doorstijgen. De belofte van een fiscaal medicijn heeft gewerkt als een doktersrecept en de internationale kijk op de financieel-economische gezondheid van Groot-Brittannië veranderd. Maar de bittere pillen moeten nog wel worden geslikt. Als dat eenmaal is gebeurd, zouden de economie en het pond net zo makkelijk weer kunnen verzwakken.

De opwaartse beweging begon in mei, na een kortstondige inzinking na de verkiezingen, die het pond ruim beneden de 1,45 dollar had gebracht, niet ver van het dieptepunt van minder dan 1,40 dollar dat begin 2009 werd bereikt. De munt daalde, omdat beleggers het ergste vreesden: afwaarderingen door kredietbeoordelaars en een financieringscrisis. Maar de nadruk die de coalitieregering heeft gelegd op het repareren van de begroting heeft het pond goed gedaan. Nu ligt een wisselkoers van 1,60 dollar binnen bereik. Ook ten opzichte van de euro heeft het pond gewonnen.

Een vergelijking met de VS duidt momenteel op nog meer progressie van het pond. Het Britse inflatiepeil bedraagt 3,2 procent. Eén lid van het Monetair Beleidscomité van de Bank of England (BoE), Andrew Sentance, wil een rentestijging. De inflatie in de VS bedraagt daarentegen slechts 1,1 procent, nauwelijks een derde van die van Engeland. De Amerikaanse Federal Reserve denkt wellicht aan het bijdrukken van nog meer geld. Het contrast tussen de inflatiepercentages zou op zichzelf kunnen volstaan om het pond op te stuwen naar een niveau van 1,70 dollar – een hoogtepunt dat halverwege 2009 werd bereikt.

Toch zijn de vooruitzichten voor de Britse inflatie en groei zeer onzeker. De bezuinigingen kunnen bijdragen aan de werkloosheid, de groei ondermijnen en de inflatiedruk wegnemen. Maar een complicatie is dat de BTW in januari weer omhoog zal gaan, waardoor de meeste prijzen zullen stijgen. Er moet eveneens rekening worden gehouden met internationale factoren. De stijging van de grondstoffenprijzen is een deel van de verklaring voor de sprong van 0,8 procent van de voedselprijzen in juli, die gisteren door het Britse Retail Consortium (de detailhandelsorganisatie) werd bekendgemaakt.

Dus zelfs als de economie door de bezuinigingen zou verzwakken, kan de inflatie van de aanbodzijde aanwezig blijven. De BoE zou de rente niettemin laag kunnen houden, ter compensatie van de drastische begrotingsmaatregelen en om een ‘double dip’ (W-vormige recessie) te voorkomen.

Dat zijn de vooruitzichten, maar de valutahandelaren zullen daar niet op willen wachten. Als het pond uitkomt op 1,60 dollar, zou er sprake kunnen zijn van een pauze tot het inflatierapport van de BoE van 11 augustus. Dan zou de markt kunnen mikken op een wisselkoers van 1,70 dollar. Dat peil zou ook inderdaad kunnen worden gehaald – totdat de pessimisten in de herfst weer terugkeren.

Ian Campbell

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com