Kijkje door de kier van het Westen

Het Turkse leger duldt geen landlopers en pottenkijkers langs de grens met Syrië.

Maar deze grens tussen de Arabische wereld en seculier Turkije opent wel voorzichtig.

Een satellietopname van de Turks-Syrische grens. Foto AFP At the eastern end of the Mediterranean are the nations of Turkey, Syria, Lebanon, and Cyprus, shown here clockwise from upper left in this true-color NASA Terra satellite image released 06 June, 2005. This clear and colorful image shows the mountains of Turkey and Lebanon gradually smoothing out into the vast desert that stretches from Syria into Iraq and further into the Middle East. At the top of the image, the Black Sea is a deep blue with streaks of green phytoplankton blooms floating along the coast. Bright white snow still coats the mountain peaks in Eastern Turkey, while summer rapidly approaches farther south, bringing scorching temperatures to the region. The Euphrates, one of the most famous and important rivers in this part of the world, flows through the image at lower right, from Turkey, down and across Syria, and into Iraq. AFP PHOTO/HO/NASA AFP

Daar ligt het: Nusaybin. Een kleine veertig kilometer onder Mardin, de oude kasteelstad in het zuidoosten van Turkije. Smeltkroes van Koerden, Yezidi, christenen en Arabieren. Twee vlaggetjes op de kaart: hier Turkije, daar Syrië. Daartussen ligt de grens, met zijn kippengaas en rollen prikkeldraad en verroeste wachttorens.

We willen lopen langs die grens, door het verbrande gele gras, langs de asfaltweg waarboven de lucht trilt van de zomerhitte en vrachtwagens bibberen in de verte.

Maar lopen mag niet, niet hier, niet langs deze grens, waarschuwt tolk Yilmaz. „Je hebt twintig minuten voordat ze hier zijn”, voorspelt hij. „En ze nemen je onherroepelijk mee.” Deze grens is het territorium van het Turkse leger, langs deze grens dulden ze geen landlopers en geen pottenkijkers. ‘Mayin’ waarschuwt een rode driehoek, opgehangen in het prikkeldraad. Landmijnen. Ze liggen er nog steeds op deze grens. Maar niet lang meer, hebben de beleidsmakers in de hoofdstad Ankara beloofd. Op deze grens zal alles anders worden. Als ergens de metamorfose van Turkije zichtbaar is, dan zal het hier zijn.

Dit is niet alleen de grens tussen twee landen, maar ook de grens tussen twee ideeën. Dit is de grens tussen de Arabische wereld en seculiere republiek Turkije, waar godsdienst bijna een eeuw strikt gescheiden is van de politiek. Ze moesten niets meer van elkaar hebben, vond de grondlegger van de moderne Republiek Turkije, Mustafa Kemal Atatürk. Turkije kon niets meer leren van de voormalige buitenprovincies van het Ottomaanse Rijk waarmee het meer dan vijf eeuwen verbonden was. Met wegen en treinrails, de Eufraat en de Tigris. De beschaving lag daar, de andere kant op, in het westen.

Een jaar geleden stond deze grens stijf van symboliek, toen de Turkse en Syrische leiders gezamenlijk de slagboom de lucht in tilden voor de filmcamera’s en de fotografen. Visa zijn niet langer nodig voor de bewoners langs deze grens. Syriërs kunnen nu vrij reizen naar Turkije en andersom. Niet alleen langs deze grens verdween de visumplicht overigens, maar ook met 58 andere bevriende naties. In afwachting van toetreding tot de Europese Unie is Turkije alvast zijn eigen Unie begonnen.

We willen naar Nusaybin om te weten wat dat betekent voor deze grensbewoners. Of de oversteek naar de andere wereld ook echt verschil maakt voor de mensen die hier wonen. In dit deel van Turkije doe je dat niet zonder eerst een bezoek te brengen aan de gouverneur die deze regio bestuurt.

Zijn naam is Hasan Duruer en hij zit, als alle gouverneurs, in een kantoor met een grote rode vlag en een portret van de streng kijkende Atatürk. Zou Atatürk zich niet omdraaien in zijn graf als hij wist wat hier langs de grens tegenwoordig gebeurt, vraag ik hem.

De gouverneur kan zo’n vraag wel verdragen, hij had hem ook wel verwacht. „Onze grote leider zei: ‘Vrede thuis is vrede in de wereld.’ We keren ons niet af van het Westen. Toenadering tot de Arabische wereld en toetreding tot de Europese Unie lopen hier parallel.”

De gouverneur zou minister van Buitenlandse Zaken kunnen zijn, zo praat hij. Maar we kwamen eigenlijk niet bij hem langs voor de citaten die zo vaak ook in Ankara te horen zijn. De gouverneur is de sleutel voor onze tocht langs de grens. De gouverneur belooft: „Je kunt hier zorgeloos werken. Ik zal daar persoonlijk zorg voor dragen.”

Die belofte doet hij tegen beter weten in, blijkt pas in Nusaybin. Aan de randen van het grensplaatsje wordt naar hartelust gebouwd; torenflats en fabriekshallen. De verwachtingen voor de toekomst zijn hier kennelijk hooggespannen. De winkels hebben rolluiken voor hun ramen. De plaatselijke middenstand heeft de boel op slot gegooid in afwachting van een demonstratie tegen de arrestatie van een aantal strijders van de Koerdische militante beweging PKK. De strijders verlieten vorig jaar hun schuilplaats in de bergen van Noord-Irak om zich vrijwillig over te geven aan de Turkse autoriteiten. Hun arrestatie zien ze in Nusaybin als een belediging van dat verzoeningsgebaar. Langs deze grens laaide de strijd met het Turkse leger in de afgelopen weken weer op. De vrede met de Arabische wereld betekent hier nog geen vrede in huis.

„Wegwezen”, zeggen de soldaten aan de grens. „Niet filmen en geen foto’s”, wuiven ze boos. De toestemming van de gouverneur betekent niets voor hen. Politici en gouverneurs hebben hier niets te vertellen. De soldaten staan onder het commando van het legerhoofdkwartier in Ankara. „Ga daar maar toestemming halen.” Hier lopen we aan tegen de grenzen die de macht in twee centra heeft verdeeld in dit land: de regering en het leger.

Dus gaan we zitten op de stoep van de gesloten winkel van Haci Demir. Vanaf zijn plastic stoel beziet hij het verkeer dat hier uur na uur de grens overkomt. Arabieren in lange gewaden, vrouwen met zware tassen op de rug. Demir is geen optimistisch mens. „Dat verdwijnen van de visa bespaart ons inderdaad wat tijd. Families die aan weerszijden van de grens wonen, bezoeken elkaar nu dagelijks”, bromt hij. „Maar vóór de visaregeling konden we per dag vijf kilo Syrische thee invoeren. Nu staan ze nog maar een kilo per dag toe. Zo valt hier nauwelijks nog iets te verdienen.”

Wat de diplomaten ook beweren over goed nabuurschap, keiharde Turkse lira’s bepalen nog altijd hoever ze mogen gaan. De grens ging open, maar de deur staat voorlopig slechts op een kier.

Dit is de eerste aflevering van een serie waarin onze correspondenten schrijven over echte of fictieve grenzen van hun land.