Het eerste extraparlementaire kabinet bleef vijf jaar aan

Over links lukte niet. Dus kreeg Nederland in 1913 het eerste extraparlementaire kabinet.

Vrijheid van godsdienst, gedoogsteun, een liberale premier. Daar ging het honderd jaar geleden ook al over. „Geloofsverschillen worden aangescherpt en doorgetrokken op elk gebied van het maatschappelijk leven; het gevoel van nationale saamhorigheid gaat teloor.” Aldus een passage uit het Concentratie-manifest waarmee de samenwerkende drie vrijzinnige partijen van Nederland de verkiezingen van 1913 ingingen. De partijen signaleerden vanuit de „Roomsche en Calvinistische staatspartijen” een steeds scherpere afkeer „tegen de vrijzinnige beginselen welke sedert 1848 ons staatsleven beheersen”.

Het algemeen kiesrecht bestond nog niet. Bij de verkiezingen onder de mensen die wel mochten stemmen, behaalden de samenwerkende vrijzinnige partijen 36 van de 100 zetels in de Tweede Kamer; een winst van 3. De drie christelijke partijen verloren 15 zetels en daarmee hun meerderheid. Ze hadden samen nog 45 zetels. Grote winnaar was de sociaal-democratische SDAP, die klom van 7 naar 18 zetels.

Pieter Jelles Troelstra was de eerste socialist in de geschiedenis die naar paleis Het Loo ging. „Op de Loolaan waren op de balkons en daken talrijke jonge dames aanwezig die bij nadering van het hofrijtuig dat mij van den trein had gehaald in luid gejuich uitbarstten”, melden zijn memoires.

Koningin Wilhelmina benoemde de vrijzinnig democraat Dirk Bos als informateur. Hij moest een kabinet vormen „samengesteld uit de gehele linkerzijde”, waartoe in die tijd ook de liberalen werden gerekend. Zijn poging mislukte omdat de ernstig verdeelde SDAP weigerde in een kabinet zitting te nemen. Een meerderheid van de partij vreesde dat de socialisten verenigd in de SDP en de anarchisten electoraal zouden profiteren van een kabinetsdeelname van de SDAP. Na 15 dagen gaf informateur Bos zijn opdracht terug.

Hierop vroeg Wilhelmina de liberaal Pieter Cort van der Linden, oud-minister van Justitie, een extraparlementair kabinet te vormen. Het heette extraparlementair, omdat het geen directe band met fracties had. Volgens Cort van der Linden was zijn kabinet gebaseerd op de „volkswil”. Was het daarom extraparlementair? Cort van der Linden wist het ook niet zeker, maar zei dat hij geen betere benaming wist. De steun uit het parlement was geen vast gegeven, maar omdat zijn programma (invoering algemeen kiesrecht, staatspensioen) breed gedragen werd, kon hij tot 1918 regeren.

Mark Kranenburg