De Texelaars houden van hun eigen boot

De overtocht naar Texel kost een schijntje. Want de drempel om naar het eiland te komen, moet zo klein mogelijk zijn. Maar intussen heeft Den Helder, vanwaar de boot vertrekt, weinig plezier van alle reizigers.

Twintig minuten duurt de overtocht van Texel naar Den Helder. Behalve bij spoed, dan vaart stuurman Arjen Kiltz de veerboot binnen twaalf minuten naar ‘de overkant’, Texels jargon voor de rest van Nederland. Gebruik je het woord ‘pont’, dan weet de eilander meteen dat je geen eilander bent.

Honderd nachten per jaar wordt er extra overgevaren, meestal voor een ambulance die met spoed naar het ziekenhuis in Den Helder moet worden vervoerd. Het alternatief, een vlucht per helikopter, zou duurder én onveiliger voor de patiënt zijn. En nauwelijks sneller, zegt Kiltz, met een trotse blik. Een extra doorwaakte nacht – hij draait ploegendiensten – neemt hij op de koop toe.

Deze middag moet zijn boot in Den Helder wachten op een ambulance en een auto van de marechaussee. Een militair in opleiding is met haar parachute verkeerd terechtgekomen in een weiland naast het vliegveld. Ze blijkt voor ons vertrek uit Den Helder al te zijn overleden, daarom hoeft de stuurman geen extra derde of vierde motor aan te zetten. „Twaalf minuten is de minimale reistijd”, zegt hij in zijn stuurhut met uitzicht over het Marsdiep.

Kiltz heeft een Duitse vader en een Texelse moeder, geen ongebruikelijke kruisbestuiving op Texel. Hij is geboren op het eiland en heeft van zijn hobby zijn beroep gemaakt. Na een paar jaar op de grote vaart stuurt hij nu de Dokter Wagemaker, het vlaggeschip van de Texelse Eigen Stoombootonderneming (TESO). Deze dubbeldekker, sinds 2005 in de vaart, is vernoemd naar een Texelse huisarts die begin vorige eeuw het belang inzag van een zelf georganiseerde vaarverbinding – zonder winstbejag. „De TESO is daarom uniek in de hele wereld”, denkt directeur Cees de Waal in zijn kantoor in ’t Horntje.

Hier is sinds 1964 de Texelse aankomstplaats. Voor die tijd legde de boot aan in de vissershaven van Oudeschild, op een klein uur varen van Den Helder. Texel wil een eiland blijven en de inwoners ageerden een paar jaar geleden tegen een tunnelplan dat niet eens op de tekentafel is beland.

Maar de meeste Texelaars willen wel zo snel mogelijk per boot kunnen oversteken – naar vrienden en familie aan de overkant of naar een thuiswedstrijd van Ajax. „En vergeet de dagjesmensen uit Noord-Holland niet die op dinsdag- en woensdagochtend naar de Texelse markten komen of bijvoorbeeld zeehondenopvang Ecomare bezoeken”, zegt De Waal.

Behalve een zakelijk leider telt de TESO 168 medewerkers, vijf commissarissen en 3.099 aandeelhouders. Zij zijn tegen elke tariefsverhoging, in de woorden van directeur De Waal: „De drempel om naar Texel te komen, moet voor iedereen zo laag mogelijk blijven.”

Een retourtje kost nu een schijntje: 2,50 euro per persoon. Een fietser betaalt heen en weer 5 euro, een automobilist per retour 35 euro (op dinsdag en donderdag is het 24,50 euro). Kabinetsplannen voor een openbare aanbesteding werden na een ludiek protest afgeblazen. Zo’n duizend Texelaars liepen met badkleren aan en met spandoeken de Waddenzee in, onder het mom: zonder TESO gaan we liever zwemmend naar de overkant.

Minder zeker is het voortbestaan van de vertrekhaven in Den Helder. Die ligt op het puntje van het vasteland, omringd door offshoreschepen en een uitpuilende marinehaven. TESO-directeur De Waal vertelt dat er serieuze plannen zijn de veerhaven oostwaarts te verplaatsen, op een nu nog buitendijkse locatie in de Waddenzee. Hij wijst vanuit zijn kantoor naar de mogelijke vertrekplek aan de overkant. De Waal: „Het gaat op de bestaande locatie toch een beetje wringen.”

Den Helder bevestigt de plannen, bij monde van ambtenaar Michel Bakelaar, projectmanager gebiedsontwikkeling haven. Een van de redenen is de overlast van het groeiende autoverkeer naar Texel door de binnenstad van Den Helder. „Dat is nog geen wereldprobleem, maar kan het wel worden”, zegt Bakelaar, die erkent dat Den Helder niet of nauwelijks profiteert van de toeristen die op weg naar Texel of op de terugweg zijn. „De last [filevorming in de binnenstad] wordt weleens overdreven, maar er is inderdaad weinig lust.”

De gemeenteambtenaar vertelt over een futuristisch milieupark (windenergie, offshore) dat tussen 2020 en 2030 ten noordoosten van de marinehaven moet verrijzen. „Dan moet je denken aan een grootte van twintig tot veertig voetbalvelden, en daarbij een terrein van zo’n vijftien voetbalvelden voor een nieuwe veerhaven.”

De gemeente is al in gesprek met milieubewegingen die landwinningsplannen ten koste van de Waddenzee per definitie kritisch volgen. „De natuur heeft er niet onder te lijden, integendeel”, zegt de gemeenteambtenaar. „We zullen laten zien dat economie en ecologie hand in hand kunnen gaan.”

Voorlopig vaart de Dokter Wagemaker nog naar de meer westelijk gelegen ponthaven in Den Helder. De vaartijd blijft vrijwel gelijk, de route gaat iets oostelijker. Stuurman Kiltz krijgt deze middag een telefoontje van een bevriende visser, die wil weten waar hij makreel kan vangen. Hij noemt een boei waar hij die ochtend een grote school vis onder water zag blinken. „Ik zit twintig meter hoger dan hij, ben als het ware zijn uitkijktoren”, zegt de stuurman, die het meest beducht is voor onervaren zeezeilers. „Je weet nooit zeker of ze op tijd overstag gaan, ze onderschatten de zestien knopen die ik gemiddeld vaar.”

Over de moeilijkheidsgraad van zijn werk zegt hij, gezeten voor de automatische piloot: „Het lijkt een simpel rondje rond de kerk, maar er komt meer bij kijken dan je denkt. Getij, weer, drukte, noem maar op.” Hij vertelt over een bultrug die hij met een collega een paar jaar geleden in de Waddenzee zag zwemmen. „Niemand geloofde ons, totdat die walvis even later in de Noordzee werd gespot.”