De krant antwoordt

Verschillende lezers hebben zich gestoord aan de opening van NRC Handelsblad op 28 juli. Hierin werden de bevindingen gepresenteerd van een onderzoek dat deze krant op internet uitvoert. Bezoekers van de site kunnen zelf een bezuinigingspakket van ten minste 25 miljard euro samenstellen. De conclusie van economieredacteur Ykje Vriesinga was dat degenen die de zogenoemde Bezuinigingsmeter hadden ingevuld zich, ongeacht hun politieke voorkeur, nauwelijks iets gelegen lieten liggen aan de door verschillende partijen geformuleerde breekpunten, zoals de hypotheekrenteaftrek.

Lezers protesteerden tegen de presentatie van dat nieuws, over tweederde van de voorpagina. Dat was inderdaad wel erg breed uitgemeten. Maar ze maakten vooral bezwaar tegen de suggestie die ze in kop en stuk lazen, dat ‘de’ kiezers waren ondervraagd en dat daarmee een representatieve steekproef uit de bevolking of het electoraat was getrokken.

We waren en zijn ons ervan bewust dat dit niet het geval is. Dat hebben we zowel op de voorpagina als in het economiekatern expliciet vermeld. Goede representatieve steekproeven voor opinieonderzoek bestaan helaas niet, al is het alleen maar doordat een aanzienlijk deel van de bevolking stelselmatig weigert aan zulk onderzoek mee te werken (steekproef niet representatief). En doordat respondenten veelal vragen krijgen voorgelegd waarover ze eigenlijk geen opinie hadden, maar waarop ze uit beleefdheid toch maar iets zeggen (antwoorden niet representatief). Bij sommige onderzoeken is daar met statistisch kunst- en vliegwerk nog iets aan te doen, bij andere niet.

Ondanks die belemmeringen en onmogelijkheden willen we soms graag iets melden over opvattingen van bepaalde categorieën mensen: van burgers in het algemeen, van aanhangers van een bepaalde partij, van stakers bij een bedrijf, van jonge vaders, et cetera. Het is in de journalistiek volstrekt gangbaar om beelden van die opvattingen op te hangen aan enkele interviews. Gaat het dan om een representatieve steekproef uit de desbetreffende populatie? Zeker niet. Maar dat neemt niet weg dat zij ideeën en gevoelens kunnen verwoorden die onder veel meer mensen leven. Dat tilt hun woorden uit boven het particuliere verhaal en maakt ze publicabel.

Uiteraard pogen we ons ervan te vergewissen of dat plausibel is. Als een DSB-gedupeerde blij is dat hij zijn geld kwijt is, gaan we er gemakshalve van uit dat hij een uitzondering vormt. Gezond verstand en mensenkennis zijn bij de interpretatie van opvattingen van mensen en de mate waarin die worden gedeeld onmisbaar in de journalistiek – en ook in de wetenschap trouwens.

De Bezuinigingsmeter is niet door een paar mensen ingevuld, maar door ruim 8.000. Onder hen waren aanhangers van alle relevante partijen ruim vertegenwoordigd. Niet evenredig naar de samenstelling van de Tweede Kamer. We hebben ook geen enkele conclusie getrokken voor ‘alle’ kiezers, maar naar de aanhang per partij gekeken. Ook die zal waarschijnlijk niet representatief zijn voor de ‘echte’ aanhang van die partij: waarschijnlijk hoger opgeleid en meer betrokken (want bereid een half uur te besteden aan complexe keuzes over ingewikkelde bezuinigingsvarianten). Daarom hebben wij ook geen conclusies getrokken met cijfers achter de komma, maar globale tendensen gesignaleerd die wij interessant en relevant achten. En voldoende plausibel.

Het is denkbaar dat er bij een wat andere steekproef op sommige van de 166 bezuinigingsposten bij sommige partijen een wat ander antwoord zou komen, maar het lijkt ons sterk dat het globale beeld daarmee volkomen anders zou worden. Daarom vinden we onze bevindingen nieuwswaardig en wilden we onze lezers die niet onthouden.

Bas Blokker

Adjunct-hoofdredacteur