De keuze van Jan Vanriet

Oude meesters bij nieuwe schilderijen. In de expositie Closing Time in het Museum voor Schone Kunsten Antwerpen richtte schilder Jan Vanriet twintig zalen opnieuw in.

Jean Fouquet, 'Madonna', 1452. 95 x 86 cm.

Grauwe schimmen in de mist, meisjes met Anne Frank-strikken, maar ook dieppaarse bloemen en een naakte vrouw in een blauwe poel. De doeken en tekeningen van beeldend kunstenaar Jan Vanriet zijn zo divers dat schrijver en vriend Cees Nooteboom zich ooit de vraag stelde: ‘Hoeveel Vanriets zijn er eigenlijk?’

Vanriet (Antwerpen, 1948), is behalve schilder ook dichter en schreef onder meer voor het Vlaamse literaire tijdschrift Revolver en het Nederlandse maandblad Avenue. Op verzoek van het Museum voor Schone Kunsten Antwerpen heeft Vanriet de twintig zalen van het museum heringericht voor de tentoonstelling Closing Time . Daarna, in oktober, gaat het museum dicht voor een grote renovatie.

In de eerste zaal wordt de bezoeker geconfronteerd met een groot werk van Vanriet zelf: Simone, de jas van Kenzo (1984). De kunstenaar staat er zelf op, met de rug naar de bezoeker. Zijn vrouw Simone, in een opvallende rood en blauw geruite jas, kijkt de toeschouwer aan. De tekening heeft een tegenhanger in het bijna vijf eeuwen oudere schilderij De schilder en zijn vrouw van de Meester van Frankfurt. Het is een van de oudste zelfportretten. Hier is het de schilder die naar de toeschouwer kijkt, terwijl de vrouw in de ruimte staart. De kleding is donker en somber en contrasteert sterk met de vrolijke Kenzo-jas.

En zo zijn er meer ongebruikelijke confrontaties op Closing Time te zien, tussen Vanriet en Ensor bijvoorbeeld, of tussen Vanriet en Permeke. Zó veelzijdig is zijn oeuvre, dat Vanriet met zijn thematische reeksen steeds opnieuw prikkelende combinaties aan kan gaan met het werk van de oude en meer recente meesters uit de museumcollectie.

Tot nu toe was de museumcollectie chronologisch gerangschikt. Maar Vanriet kreeg compleet de vrije hand om honderdvijftig eigen werken in nieuwe combinaties op te hangen met een keuze uit de museumcollectie. Met uitzondering van de enorme doeken in de Rubenszaal zijn alle kunstwerken van de muur gehaald en in depot opgeborgen. „Het was een omvangrijke klus”, vertelt Vanriet. Hij bekeek alle opgeborgen stukken, bedacht nieuwe thema’s en spannende combinaties en legde zijn ideeën voor aan museumcurator Leen de Jong. „Het overleg leek soms op een pingpongwedstrijd, ik moest regelmatig mijn huiswerk overdoen.”

De twintig zalen dragen namen als Diaspora, Transport, Verkoolde Vaas, De Vlucht – allemaal titels van schilderijenreeksen of gedichten die hij maakte. De Tweede Wereldoorlog speelt daarin een belangrijke rol. Zo toont het werk Portret van een oom uit 1986 op het eerste gezicht een versierde lila accordeon, maar bij nader inzien blijken de vouwen in het instrument barakken voor te stellen. De hoge schoorsteen en de rails die tot in de barak reikt, laat niets meer te raden over.

„Pas na het overlijden van mijn vader in 1990 liet ik de verhalen over de oorlog toe in mijn werk”, vertelt Vanriet. Zijn ouders hadden elkaar ontmoet in kamp Mauthausen, waar zij gevangen zaten nadat zij als verzetsmensen waren verraden en door de Duitsers waren opgepakt. „Er kwamen bij ons na de oorlog veel oud-verzetslieden over de vloer en ik luisterde naar de verhalen over onderduikers, Joodse vluchtelingen en verraad.”

Behalve de zware en complexe thema’s zijn er ook vertederende keuzes, zoals Vanriets portret Eva, zwarte muts (2006) dat naast Man met Romeinse munt van Hans Memling uit 1478 hangt. Ruim vijfhonderd jaar eerder geschilderd, maar de mutsen zijn vrijwel identiek. Vanriet vreesde dat het een aanmatigende combinatie zou zijn, maar het portret van zijn eigen dochter tegenover de man van Memling geeft de kijker juist het gevoel van tijdloosheid.

Vanriet deed soms onverwachte vondsten tijdens zijn zoektocht in het depot. Zo gaat het zwart, groen en rode schilderij De Russische patriarch (1928) van Kees van Dongen na een veertigjarig verblijf in het depot nu een interessante kleurendialoog aan met het abstracte tweeluik Groen/zwart van Amédée Cortier uit 1970. De kleuren zijn zo treffend gelijk dat het portret van de strenge patriarch langer de aandacht weet vast te houden dan wanneer het tweeluik er niet naast had gehangen.

In de zaal ‘Le rouge et le noir’ ten slotte hangt de Madonna van Jean Fouquet (1452) naast Jan Vanriets Le desespoir dat qua kleurstelling duidelijk door de Madonna is geïnspireerd. Hier hangt ook Vanriets schilderij Agnès Sorel 1, een uitvergroting van het groene juweel dat net zichtbaar is onder de blote borst van Fouquets Madonna. Het lijkt alsof het juweel speciaal voor deze gelegenheid is geschilderd, maar Vanriet ontkracht de suggestie. „In 1987 toen ik de beide werken maakte, had ik nooit kunnen bevroeden dat ik het juweel en de Madonna ruim twintig jaar later in één zaal zou mogen verenigen.”

Closing Time t/m 3 oktober in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA). Catalogus €34,90..