De Duitse locomotief begint op gang te komen

De Duitse economie herstelt zich opmerkelijk snel van de crisis. Vooral de export trekt aan, ondersteund door een goedkope euro.

Het was maandenlang een treurig gezicht, de opgelegde containerschepen in Duitse havensteden als Bremen en Hamburg. Minder handel, minder scheepvaart. De motor van de Duitse economie, de export, was abrupt stilgevallen. Oorzaak: de kredietcrisis en de gevolgen daarvan. Maar inmiddels varen de boten weer. De export trekt aan. Het Duitse bedrijfsleven laat weer uitstekende cijfers zien. De stemming is optimistisch – in ieder geval voorlopig.

De grote vraag is of met Duitsland ook Europa opveert. De hoofdlocomotief is op gang gekomen, maar hoe sterk zijn de koppelingen? Van de gunstige conjunctuur profiteren veel andere landen. In Bremen en Hamburg staan de containers klaar om verscheept te worden.

Op de aandelenbeurs in Frankfurt wreven de handelaren zich eergisteren de ogen uit. Het Beierse autoconcern BMW presenteerde cijfers over het tweede kwartaal van 2010. Die waren zo goed dat menigeen het niet kon geloven. In de maanden april, mei en juni verdiende BMW na belastingen 834 miljoen euro, tegen 120 miljoen euro in het tweede kwartaal van 2009. Bijna zeven keer zoveel: de verraste beurs reageerde met een koerssprong van het aandeel van 3,4 procent. De bestuursvoorzitter van BMW, Norbert Reithofer – een man die niet van overdrijven houdt – maande tot terughoudendheid. De doelstelling voor dit jaar, 1,4 miljoen te verkopen auto’s, kan alleen worden gehaald „als aan alle voorwaarden wordt voldaan”, zei hij. Maar die voorzichtige woorden gingen verloren in de euforie op de beurs.

BMW is onderdeel van de Duitse auto-industrie, economisch speerpunt van het land. Tot begin dit jaar was korter werken bij de Duitse autobedrijven heel gewoon. Het was een manier om de teruggelopen vraag op te vangen. Geld sparen zonder mensen te ontslaan; veel bedrijven hebben er maandenlang gebruik van gemaakt. Maar in februari sloeg de trend om. De vraag trok aan, de uitvoer steeg. Het sterk op de export gerichte BMW heeft in het tweede kwartaal 380.412 auto’s verkocht, 42.000 meer dan in dezelfde periode van 2009. In Azië steeg de verkoop met 58 procent. Crisis, hoezo?

De opleving in Duitsland komt grotendeels voor rekening van de export. Om bij de auto-industrie te blijven: in juli verkochten de Duitse automakers ruim 312.000 wagens in het buitenland. Trend: sterk stijgend. Op de thuismarkt viel de verkoop juist tegen: ruim 164.000 verkochte auto’s, 25 procent minder dan in juli 2009. De voorzitter van de koepelorganisatie van automakers, Matthias Wissmann, waarschuwt dan ook voor „conjuncturele risico’s”. Ook hij tempert de verwachtingen voor de branche. Maar de economische feiten zijn niet te loochenen.

Vervolg Duitsland: pagina 13

Lof voor conjunctuurpolitiek regering

Niet alleen BMW draait goed, ook Audi verkoopt aanzienlijk meer auto’s dan vorig jaar. Met Volkswagen (eigenaar van Audi) gaat het uitstekend, maar dit concern heeft de afgelopen twaalf maanden wereldwijd nauwelijks last gehad van de crisis. Opel en Mercedes moeten nog een beetje op gang komen. Als de voortekenen niet bedriegen, zullen ook deze bedrijven profiteren van de onverwacht sterke conjunctuur.

Bondskanselier Angela Merkel had dan ook een prima humeur toen ze precies twee weken geleden het politieke jaar afsloot. „Er is duidelijk sprake van een economische opleving. De situatie op de arbeidsmarkt ontwikkelt zich goed. Ik ga optimistisch met vakantie”, zei ze. Merkel krijgt lof van econoom Michael Heise, verbonden aan de grote Duitse verzekeraar Allianz. Hij prijst de „goed gedoseerde conjunctuurpolitiek” van de regering, waarmee de „juiste impulsen” zijn gegeven en die geholpen heeft „het diepe dal te doorstaan”. Hij doelt onder andere op de slooppremie voor gebruikte auto’s; vorig jaar een daverend succes. Heise is van mening dat Duitsland nu de economische groei in heel Europa aanjaagt. „De conjunctuur is zich op indrukwekkende aan het herstellen”.

Een rondvraag bij diverse grote Duitse bedrijfstakken leert dat het herstel zich niet tot de auto-industrie beperkt. De machinebouwers bijvoorbeeld, zijn net zo optimistisch. Opmerkelijk is dat het vooral kleinere bedrijven zijn die goed lopen. In het crisisjaar 2009 is de grote Duitse machinebouw zwaar getroffen door de scherp ingezakte export. Kleine ondernemingen konden door de binnenlandse vraag, die op peil bleef, de moeilijke maanden doorstaan. De Duitse machinebouw boekte vorig jaar circa 160 miljard euro omzet.

De Duitse chemie doet het eveneens goed, na een door de kredietcrisis „verloren periode”, zoals een manager het uitdrukt. BASF boekte in het tweede kwartaal van dit jaar een omzet en een winst die beduidend hoger lagen dan verwacht. De onderneming wijst erop, net als veel andere exporterende bedrijven, dat de zwakke euro aan de huidige successen het nodige bijdraagt. Voor Duitse (en Europese) producten hoeft in het buitenland door de gedaalde koers minder te worden betaald.

De Duitse aandelenbeurs in Frankfurt, met de Dax als index, heeft op deze ontwikkeling weten te preluderen. Sinds maart 2009, het dieptepunt van de crisis, is de Dax met 60 procent gestegen. Of, zoals een handelaar het zegt, „onze koersen stijgen met de export”. Het is vooral het exporterende bedrijfsleven dat punten scoort in Frankfurt: BMW, Siemens, Volkswagen, gasfabrikant Linde, chipmaker Infineon. De ontwikkeling van de Dax hangt slechts voor een klein deel af van de binnenlandse economische situatie in Duitsland. Het zijn veeleer de aantrekkende wereldeconomie en de stijgende uitvoer die de koerswinsten verklaren.

De liberale minister van Economische Zaken Rainer Brüderle – een van de weinige Duitse bewindslieden die niet op vakantie zijn gegaan – is een tevreden mens. Voor het eerst sinds vele jaren is het volgens hem mogelijk dat het aantal werklozen in Duitsland onder de drie miljoen zakt. Het gemiddeld aantal werklozen in juli bedroeg 3,15 miljoen, ofwel 7,5 procent van de beroepsbevolking. Bij 4 procent is sprake van volledige werkgelegenheid; volgens Brüderle „een haalbaar perspectief”. De zuidelijke deelstaten Beieren en Baden-Württemberg kennen al werkloosheidspercentages van rond de 4 procent. Maar in oostelijke deelstaten als Mecklenburg-Vorpommern en Saksen-Anhalt, en in de stadsdeelstaten Bremen en Berlijn, ligt de werkloosheid beduidend hoger, tot gemiddeld 15 procent. Daar is de crisis nog lang niet voorbij.