De dokterfetisj

Op vakantie ontmoette ik een Brits stel. Het was een allerliefst koppel, maar toen ik hoorde van hun beroep was ik helemaal verkocht: het waren allebei dokters.

Ik heb een vreemde dokterfetisj. Het heeft niets te maken met de dokterliefde die je vaak ziet in Amerikaanse comedy’s, waar vrouwen in de nabijheid van iemand met een witte jas en een stethoscoop plots drie tonen lager praten en al hangend over een defibrillator hun decolleté tentoonspreiden. Als ik een dokter zie denk ik niet: laten we trouwen en in een Volvo gaan rijden.

Het is wel zo dat ik met veel plezier over kwaaltjes praat. Ik vermoed dat ik later zo iemand word die bij de huisarts na elk afgerond onderwerp zegt: „Ja, mooi, maar nou is er ook nog dat ene plekje op mijn bil, misschien kunt u even kijken, en ik kreeg laatst zulke kriebel in mijn keel na het eten van witte druiven, is dat normaal?”, waarna de getergde arts zuchtend zijn afspraken voor het komende uur afzegt.

Maar de ware reden van mijn dokterfetisj heeft te maken met iets anders: een grenzeloos vertrouwen. De wetenschap is mijn religie, en dokters zijn de hogepriesters. Samen met de nerds. En de hackers. En de wiskundigen. Goed, terug naar de dokters: ze hebben zo lang gestudeerd, zo veel gelezen en zijn zo getraind in wetenschappelijk denken, dat ik hun gezag zonder meer accepteer. Daarom vroeg ik de dokters op vakantie niet alleen hun mening over mijn interessante collectie muggenbulten, maar ook of ze wisten of er toevallig haaien in de Chinese zee zwemmen, en hoe tonale talen precies werken. De redenatie daarvoor ging in mijn hoofd ongeveer zo: dokters = slim = weten alles.

Een aantal van mijn vrienden heeft een heel ander gevoel bij artsen: ze wantrouwen hen juist. „Ze denken alleen maar in dingen die te verklaren zijn. Sommige dingen zijn niet te verklaren, maar ze werken wél”, zeggen zij. Ik weet zelf natuurlijk ook wel dat mijn vertrouwen naïef is en dat niets onfeilbaar is, zeker een arts niet. Hoe vaak gebeurt het niet dat er een afschuwelijke fout wordt begaan, iets met slordige medicatie, gemiste symptomen en het verkeerde been dat wordt afgezet?

Maar! Denk aan de harttransplantaties en de kniehamertjes: op schaal van fantastischheid scoren ze nog altijd hoog. Dus mijn geloof in dokters duurt voort. Hoewel er toch een kleine knak in het vertrouwen ontstond, toen ik met beide dokters in zee aan het zwemmen was en er een hevig onweer losbarstte. „Moeten we er niet uit?” vroeg ik bezorgd. Zij schudden hun hoofd: „Welnee.” We bleven in het water tot we eruit werden gehaald door een kwade toerist, die ons voor gek verklaarde en levendig uitbeeldde hoe we door de bliksem gefrituurd hadden kunnen worden.

Toch maar niet met hen een Volvo kopen.

Renske de Greef