Churchill vreesde paniek over UFO's

Britten hebben een obsessie voor marsmannetjes en vliegende schotels. Dat blijkt weer eens uit vandaag gepubliceerde documenten uit het Nationaal Archief.

De overheid nam door het publiek gemelde waarnemingen van ongeïdentificeerde vliegende objecten (UFO’s) meer of minder serieus tot 1991, de instorting van de Sovjet-Unie en het einde aan de Koude Oorlog. Daarna, zegt David Clarke, die het archief gecontroleerd heeft, is de houding „ook al komt het van Mars, dan kan het ons nog niets schelen”. De zogeheten UFO-hotline van het ministerie van Defensie bleef bestaan „uit overwegingen van public relations”, maar is eind 2009 opgeheven.

Winston Churchill en Dwight Eisenhower zouden zich het hoofd gebroken hebben over een UFO die was gesignaleerd door een RAF-vliegtuig dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog terugkeerde van een missie over Duitsland. Churchill zou hebben gevreesd voor „nationale paniek” en het „tenietdoen van het geloof in de Kerk”. Daarom zou hij hebben bevolen de waarneming ten minste vijftig jaar geheim te houden. Dat blijkt uit een brief die een nazaat van Churchills adjudant in 1999 schreef aan de regering. Ambtenaren schrijven terug dat uit kabinetspapieren niets van dit alles is gebleken en dat de oorspronkelijke RAF-melding vermoedelijk, zoals tot 1967 gebruikelijk, na vijf jaar is vernietigd.

De luchtmacht nam de meldingen van vooral eigen radar desondanks zo serieus dat een hoge defensieambtenaar in 1957 een presentatie hield voor de gezamenlijke inlichtingendiensten. Tot 1991 stuurde de RAF gemiddeld tweehonderd keer per jaar vliegtuigen af op vermoede schendingen van het Britse luchtruim, meestal door Sovjet-verkenningsvliegtuigen. Na 1991 gaan de meldingen van UFO’s uit het publiek gewoon door, maar de RAF rukt er niet meer voor uit. De zeshonderd meldingen in 1996 worden door Clarke toegeschreven aan de invloed van de tv-serie The X-Files en films als Independence Day.

De link naar het archief is te vinden op nrc.nl/buitenland