Bloemen fleuren het eten op

Laatst ging ik bij mensen eten en de kok lachte geheimzinnig en zei: „We eten daglelies.”

Op zo’n moment slaat het brein geheel zelfstandig aan en begint woest vragen en stukjes informatie te verspreiden. Zoals: „Sajoer van daglelies, dat is toch een bekend Indonesisch gerecht, of nee, dat zijn nachtlelies. Raar eigenlijk ‘nachtlelies’, welke bloem bloeit nu ’s nachts?

„Daglelies, die heb ik ook in de tuin! Maar kun je die eten, zijn die niet giftig, nee doe niet zo gek, dan kreeg je ze nu niet voorgeschoteld. Courgettebloemen, bedoelt hij soms courgettebloemen? Nee hij is toch niet gek, hij bedoelt gewoon daglelies.”

De openlijke reactie bij dit soort hersenactiviteit is ongeveer: „Oh?”

„Ja”, zei de kok, „ik vul ze met zachte kaas en dan bak ik ze in spekvet.”

En zo deed hij en hij serveerde die lelies met hun heel lichte frisse smaak bij zelfgemaakte paté met een vruchtensaus – heerlijk! Feestelijk om te zien ook, die oranjegele bloemen.

Wie een tuin heeft eet wel bloemen van Oost-Indische kers in de sla, of boragebloemetjes, maar daar laten we het meestal bij. Er is meer mogelijk. Gefrituurde roos met poedersuiker of gefrituurde vlierbloesemschermen. Niet dat bloemen zo’n sterke smaak hebben over het algemeen, maar ze ogen zo mooi.

Van bloemen sprong ik – hup – naar fruit, dat staat ook zo mooi in en bij het eten. Geïnspireerd door een foto uit de Delicious. maakte ik een terrine van kip met blauwe bessen en dragon. Hij kan ook met zwarte bessen (beter zelfs, die hebben meer smaak, maar die moet je in de tuin hebben). Een geweldig lunch- of soupergerecht, flesje wijn erbij…

De benodigde kip (een blije buitenkip natuurlijk) kan het beste de avond tevoren worden gebraden, dan is het makkelijk het vet af te scheppen.

Hak de kip in stukken of laat de poelier dat doen, en braad die in een ovenvaste braadpan in boter en olie aan alle kanten bruin. Bestrooi het vlees met peper en zout, giet de witte wijn en 2 deciliter water erbij, voeg een maggiblokje toe en het bouquet garni. Zet de kip met een deksel op de pan in de oven op 150 graden en laat een uurtje stoven. Laat afkoelen en zet de koude pan in de ijskast tot de volgende dag.

Schep het vet van de braadjus die gegeleerd is. Ontbeen de kip en ontdoe hem van vellen en vet en rare flubbertjes. Snijd het vlees in stukken.

Week de gelatine 3 minuten in koud water. Verwarm de braadjus even, zeef hem, en kijk hoeveel je hebt: ruim 3 dl vocht is in een niet te wijde schaal, ideaal, voeg anders nog een scheutje water toe. Proef de jus en maak hem goed op smaak, koud is alles flauwer.

Knijp de gelatine uit en roer hem door de warme jus.

Giet een dun laagje jus in een kom of patébak en schik daar een paar blaadjes dragon op en een paar bessen. Laat afkoelen en stapel dan kip, bessen en dragon op elkaar. Giet de rest van de jus eroverheen. Zet een uur of vier in de ijskast.

Haal voor het storten een scherp mes langs de rand van de schaal, leg een bord op de schaal en keer om. Schud een paar keer krachtig tot je Bloebb! hoort. Dan staat-ie daar, de mooie blauwebessenkipdragongelei.