Biologisch fruit van voormalige maffiaboerderij

Waar eens maffiabazen woonden, zijn nu jongeren aan het werk. In een bed and breakfast bijvoorbeeld. Duizenden panden en bedrijven van de maffia zijn de laatste jaren geconfisqueerd. Het blijkt een effectief middel.

Burgemeester Nino Ianazzo van Corleone kauwt op zijn gedoofde sigarenstomp als hij vanaf de achterbank uit het raam wijst: „Kijk, hier links woont de vrouw van Toto Riina.” Haar man was de baas der maffiabazen, hoofdverantwoordelijke voor de maffiaoorlog van de jaren tachtig. Hij liet rechters vermoorden, verklaarde de oorlog aan de Italiaanse Staat, maar verloor. „De Riina’s moeten duizend keer meer geld hebben dan de gemeente Corleone, maar kijk wat voor een leven ze leiden. Toto zit al sinds 1992 gevangen en zijn vrouw woont in dit krotje. Alle luxe die ze zou willen showen, wordt onmiddellijk in beslag genomen.”

Ianazzo wordt rondgereden in de BMW van een andere maffiabestrijder, Lucio Guarino. Die manoeuvreert de auto door de smalle straatjes van Corleone, het maffiabolwerk van waaruit de laatste decennia van de vorige eeuw de nationale politiek werd geconditioneerd. De twee hebben een boodschap voor hun streekgenoten: een leven als maffioos loont uiteindelijk niet, nu de Staat steeds meer succes boekt tegen de Siciliaanse Cosa Nostra.

Honderden maffiosi zijn de afgelopen jaren opgepakt. De Siciliaanse afdeling van werkgeversorganisatie Confindustria sluit tegenwoordig leden uit die zich laten afpersen door Cosa Nostra en daar geen aangifte van doen. Jongeren voeren in Palermo actie tegen de maffia. Steeds meer landerijen, bedrijven, huizen en auto’s van maffiosi zijn in beslaggenomen.

Al sinds 1982 is het dankzij de Wet Rognoni-La Torre mogelijk bezittingen van maffiosi af te pakken. Eind 2009 had de Staat ruim 9.000 stuks onroerend goed en 1.000 bedrijven op de maffia heroverd. De helft op Sicilië waar de maffia de laatste vijftien jaar het felst is bestreden. De afgelopen twee jaar is volgens minister Roberto Maroni (Binnenlandse Zaken) in heel Italië voor 11 miljard euro geconfisqueerd – vorige maand nog voor 1,3 miljard in Calabrië en in Caserta ten noorden van Napels, waar respectievelijk de ’Ndrangheta en de Camorra opereren die nu beide machtiger zijn dan de Siciliaanse Cosa Nostra.

Natuurlijk vallen deze bedragen in het niet bij de geschatte totaalomzet van de Italiaanse maffia van 110 tot 150 miljard euro. „Maar het is alleen via de portemonnee dat de georganiseerde criminaliteit echt valt te verslaan”, zo meent Lucio Guarino, die is gespecialiseerd in het exploiteren van geconfisqueerde goederen.

Op aandringen van anti-maffiaorganisatie Libera is in 1996 een wet aangenomen die regelt dat op de maffia veroverde bezittingen voor sociale doeleinden kunnen worden toegewezen aan gemeenten. Inmiddels is dat met de helft van de panden en eenderde van de bedrijven gebeurd.

De gemeenten zijn vaak te klein, te arm en onvoldoende uitgerust om er een goede bestemming aan te geven. Guarino heeft een methode ontwikkeld om ze daarbij te ondersteunen. Het is uitgegroeid tot een experiment voor heel Italië. Zijn consortium Sviluppo e Legalità (Ontwikkeling en Legaliteit) begeleidt sinds 2000 rond Corleone acht gemeenten die samenwerken bij het uitbaten van de voormalige maffiabezittingen. Vier coöperaties beheren namens de gemeenten de gratis toegewezen panden. Met Europese en nationale subsidies konden ze de terreinen, herbergen en fabrieken klaarmaken voor ingebruikname. Samen met het OM in Palermo en een vertegenwoordiger van Libera controleert Guarino of alles volgens de regels gebeurt. De politie zorgt voor bescherming.

Guarino: „Dankzij ons consortium en de onderlinge samenwerking kunnen gemeenten van diverse politieke kleur effectief en goedkoop een vuist maken tegen de maffia die de politiek decennialang heeft gedomineerd.”

Als burgemeester Ianazzo zijn sigaar weer aan heeft, laat hij trots een van de resultaten zien. De auto stopt opnieuw bij een huis van een maffioos, Bernardo Provenzano, bijgenaamd Binnu u Tratturi – Bernard de Tractor, vanwege de tientallen mensen die hij heeft vermoord. In 2006 werd deze opvolger van Riina na een vlucht van 43 jaar opgepakt. In het huis waar Provenzano werd geboren en zijn moeder en broers leefden, leggen arbeiders nu de laatste hand aan een ‘Laboratorium van de Legaliteit’. Op 15 augustus wordt het door minister Roberto Maroni geopend. Hier zullen op geconfisqueerd maffialand geproduceerde producten worden verkocht en komen vijftig schilderijen van de schilder Gaetano Porcasi te hangen die de geschiedenis van de maffia en de anti-maffiabeweging op Sicilië verbeelden. „Het feit dat wij hier nu staan, dat ik de broer van Provenzano kon dwingen dit pand te verlaten en dat hier een museum wordt gerealiseerd, geeft aan dat de Staat na vijftig jaar weer de overhand heeft in Corleone”, aldus Ianazzo.

‘We willen de mensen in deze streek laten zien dat je niet afhankelijk hoeft te zijn van de maffia om een baan te krijgen. We kunnen rijkdom creëren op braakliggend maffialand”, zegt Lucio Guarino. Met zijn consortium Sviluppo e Legalità heeft hij honderd werkloze jongeren aan een baan geholpen. Ze werken op de 700 hectare land die in beslag is genomen op Riina, Provenzano en anderen. Ze verbouwen nu graan, druiven, kikkererwten, meloenen en andere producten. Ze verwerken de oogst in een pastafabriek en in een wijnmakerij die van maffiabaas Bernardo Brusca was. Ze baten twee herbergen uit waar toeristen in het ruwe land van Corleone hun gedachten kunnen laten gaan over een leven onder het juk van de maffia.

Op de etiketten van hun koopwaar staat: „Biologisch product afkomstig van de van de maffia bevrijde landerijen van het consortium Sviluppo e Legalità.” Consumenten die het kopen, strijden indirect mee tegen de maffia, zo is de gedachte. Via de Coop-supermarkten zijn de producten overal in Italië te vinden. De schaal is nog klein, maar het idee slaat aan.

Guarino rijdt ons naar de net geopende agriturismo Terre di Corleone. De wind schuurt er de dikke muren. Het panorama is indrukwekkend. Hier werkt Domenico Fiore, geboren en getogen in deze maffiose streek. Als hij geen werk had gevonden, was hij zeker geëmigreerd, zegt hij. Hij is verbaasd dat het hem is gelukt de aanstelling te bemachtigen: „Ik had niet gedacht dat zoiets mogelijk zou zijn zonder hulp van politieke of maffiose kruiwagens.” Tijdens het sollicitatiegesprek werd hem verteld dat hij slachtoffer kon worden van intimidatie door de maffia die niet blij is met der heroveringsoperatie van de Staat. „Ik wil dat risico lopen, omdat ik werk nodig heb, een gezin wil stichten en mijn prachtige streek niet wil verlaten”, zei hij.

De maffia heeft geprobeerd het werk van Guarino te saboteren. Er is brand gesticht in de graanvelden. Er is een tractor gestolen. „Maar doordat we intensief samenwerken met justitie, gemeenten en politie weten we terreinwinst te boeken. De maffia weet dat wij samen machtiger zijn dan zij.’’ De kracht van het project is volgens Guarino dat het burgers toont dat het mogelijk is om in deze maffiastreek eerlijk werk te creëren. Ze gaan daar langzaam in geloven.

Guarino schat dat er op Sicilië in totaal vierduizend echte maffiosi zijn op een bevolking van 4 miljoen. Een kleine minderheid. „Maar die probeert nog immer ons lot te bepalen door ons met terreur in de greep te houden. Als de bevolking geen afstand neemt van die minderheid, kan het gebied zich niet ontwikkelen.” Burgemeester Ianazzo: „Ik denk dat nog altijd de helft van de Corleonesi geneigd is om bij problemen op de families Riina en Provenzano te vertrouwen en niet op de overheid. Maar als wij nog tien jaar zo kunnen doorwerken, kunnen we de strijd winnen.”

Zo ver is het nog niet, zegt Stefano Palmeri die is aangenomen als hoofd van de wijnmakerij Cento Passi, die vorig najaar is geopend en 350.000 flessen kan produceren. Net dit voorjaar heeft hij de eerste wijn van op maffiagrond geoogste druiven gebotteld. Volgens hem is de druk van de maffia nog immer voelbaar in en rond Corleone. „Als dertienjarige jongen realiseerde ik me voor het eerst het bestaan van de maffia. Je zag dat sommige bedrijven wel werk kregen en anderen werden weggepest. Nog altijd durven ondernemingen van buiten hier niet te investeren uit angst voor afpersing.” Guarino: „Het was hier zo erg dat de vader van een meisje dat wilde trouwen niet naar de vader van de aanstaande bruidegom ging om om toestemming te vragen, maar dat hij bij de maffiabaas inlichtingen inwon en toestemming vroeg.”

„Er is nog veel te doen, zegt Ianazzo. De coöperaties die werken op geconfisqueerd maffialand in Corleone zetten samen jaarlijks 4 miljoen euro om. Cosa Nostra op Sicilië zou nog immer goed zijn voor 10 miljard euro per jaar. Maar uiteindelijk is het geen economische oorlog, maar een culturele strijd, meent Guarino. „We moeten het land cultureel heroveren: via onze projecten, via de school, via de kerk. Het is een imagostrijd. Langzaam zijn we zo de condities voor een democratie aan het herstellen. Maar we staan nog altijd aan het begin. Het is een keiharde strijd met veel tegenslagen. De arrestaties van de maffiosi hebben het hoofd van de Cosa Nostra afgehakt, maar de tentakels zijn nog volop actief.”