Zorgautoriteit moet psychiater meer betalen

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft fouten gemaakt bij het vaststellen van nieuwe tarieven voor psychiaters die niet in loondienst zijn. De NZa moet hun onder meer hogere vergoedingen geven.

Dat heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven gisteren bekendgemaakt. Deze rechtbank is voor sociaal-economische geschillen op bestuurlijk gebied. De circa 1.500 vrijgevestigde psychiaters werken zelfstandig en niet in een GGZ-instelling.

De vrijgevestigde psychiaters stelden dat ze na invoering van een nieuw betalingssysteem in 2008, door de NZa vastgesteld, minder verdienden dan hun collega’s in grote instellingen. Ze kregen onvoldoende vergoeding voor ondersteunende taken. Kinderpsychiaters zijn bijvoorbeeld veel tijd kwijt door contacten met ouders. Vooral kinderpsychiaters kwamen hierdoor in financiële problemen en moesten medewerkers ontslaan. „Bij kinderpsychiaters staat het water tot aan de lippen”, zegt directeur Peter Niesink van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Hij is daarom „heel blij” met de uitspraak van de rechter.

De rechtszaak tegen de NZa was aangespannen door twee psychiatrische verenigingen, een psychiater en de Orde van Medisch Specialisten, omdat ze een aantal verschillende bezwaren hadden tegen de nieuwe structuur van de NZa. Op bijna alle punten kreeg de NZa ongelijk.

Een woordvoerder van de NZa laat weten de uitspraak „heel vervelend” te vinden. De zorgautoriteit komt binnen zes weken met wijzigingen op drie punten: de tarieven, de manier van declareren en het soort kosten dat in rekening mag worden gebracht.

Tegen de NZa liepen en lopen veel rechtszaken. Vorig jaar werden die aangespannen door onder meer apothekers, orthodontisten, vier GGZ-instellingen, vijf ziekenhuizen en de vereniging van ambulancepersoneel. Dit jaar bereiden orthodontisten en medisch specialisten rechtszaken voor. Ze betwisten de rekenmethodes van de NZa en de tariefverlagingen van vaak tientallen procenten.