Zomerkamp tegen trauma van oranjebruine vlek

Het olielek is dicht, maar de sociale problemen aan de kust van de Golf van Mexico zijn nog lang niet opgelost. Getraumatiseerde kinderen kunnen op zomerkamp.

Aan het plafond hangt de tekening van Noah. Hij heeft een ark getekend, uitgerust met een Amerikaanse vlag. In het blauwe water een haai, grote tanden. Een groene schilpad. Een vis. En een dreigende oranjebruine vlek. Dat is de olie.

Zo uiten de deelnemertjes aan een zomerkamp voor kinderen die zijn getraumatiseerd door de Amerikaanse olieramp hun gevoelens. Tekening na tekening vol stranden, boten, vissen en olie hangt aan het plafond. Aan elke tekening hebben de kampleiders een standaard overzicht gehangen met daarop twintig verschillende kindergezichten die gevoelens uitdrukken. ‘Mean’, staat eronder. ‘Worried’, ‘Scared’, ‘Surprised’.

„Bijna elke keer omcirkelen de kinderen ‘sad’, ‘frustrated’ en zelfs ‘bored’ ”, zegt Jamie Cochran. „In eerste instantie zijn ze er natuurlijk kapot van. Maar ze vervelen zich ook omdat ze nu net in de vakantie niet naar het strand kunnen.” Wat niet helpt is dat het 41 graden is en Cochran net beslist heeft dat de kinderen vandaag niet naar buiten mogen. Ze moeten in de bijgebouwen van de kerk blijven, met de gordijnen dicht. Te warm, te zonnig.

Het zomerkamp, ‘Camp Beyond The Horizon’ genaamd, is een eerste indicatie van de naar verwachting jarenlange nasleep van de economische en ecologische ramp die begon met de ontploffing van olieplatform Deepwater Horizon. Het zomerkamp werd twee weken geleden bedacht door de dienst Jeugdzaken van de staat Florida, de voorbereidingen zijn geïmproviseerd. Op de woensdag voor de eerste week werden lokale media ingeschakeld om ouders op het kamp te wijzen, op de eerste dag verschenen er maar drie kinderen.

Die aanvankelijk beperkte interesse bleek echter van korte duur. Eind vorige week waren er al 24 kinderen, eind deze week wordt het maximale aantal van vijftig gehaald. Ondertussen is op een andere locatie een tweede kamp opgezet. Hierna volgen nog eens twee weken van kampen met andere kinderen. En dat alleen nog maar in Pensacola, een badplaats in het noordwesten van Florida met net iets meer dan 50.000 inwoners.

Voor elke twee kinderen is er één begeleider – en dat kost geld. Florida verzocht BP om 1,7 miljoen dollar om de geestelijke gezondheidszorg te bekostigen, Louisiana vroeg zelfs om 10 miljoen. Het olieconcern heeft nog niet betaald.

Dezer dagen wordt gewerkt aan het definitief dichten van het lek op de zeebodem. Aan de wal breekt daarmee een nieuwe fase aan: de acute ramp wordt een chronisch probleem. De Amerikaanse surgeon general Regina Benjamin, de hoogste arts in dienst van de overheid, heeft al gewaarschuwd voor gezondheidsproblemen. „Dit zijn moeilijke tijden.” En: „Pas goed op jezelf.” Amerikanen moeten opletten dat anderen niet depressief worden, of verslavingsproblemen gaan vertonen, zegt Benjamin.

De ernst van de problemen blijkt ook uit gisteren gepubliceerd onderzoek naar de geestelijke gezondheid van ouders en kinderen, uitgevoerd door het ‘National Center for Disaster Preparedness’ van de gerenommeerde Columbia University in New York. Hiervoor werden 1.200 mensen ondervraagd die maximaal 15 kilometer van de kust wonen. Wat blijkt? Meer dan eenderde van de onderzochte kinderen heeft huiduitslag, ademhalingsproblemen of geestelijke problemen, een kwart van de families vreest te moeten verhuizen, een op de vijf gezinnen heeft een inkomensdaling moeten verwerken.

Dat soort ellende ziet Jamie Cochran, een energieke blonde 47-jarige met spierwitte tanden, hier nu elke dag in de praktijk. Zoals aan twee jongetjes die lamlendig aan een tafel hangen. Nergens zin in, half huilend. Voor hen is extra begeleiding opgeroepen.

Maar ook uit de inschrijfformulieren die de ouders van de vijf- tot twaalfjarigen op de eerste dag meebrengen wordt het getob zichtbaar. Vink maar aan. „Het kind is niet zo actief als voor de ramp?” „Het kind keert terug naar oud gedrag (bedplassen, duimzuigen)?” „Het kind is bovenmatig bang voor wondjes, de dood?”

In de praktijk vertaalt zich dat in een meisje van vijf dat in een hoekje zit te huilen om de elf mannen die omkwamen bij de explosie, maar over wie niemand het meer heeft. Of in een ander meisje dat al haar knuffels op een rij zette, met verf besmeurde, om ze daarna „in te zetten bij de schoonmaakactie”. Of in een kind dat de hele dag naar weerzender The Weather Channel op tv wil kijken.

De organisatie die door Florida is ingeschakeld om de kampen te organiseren heet Lutheran Disaster Response, het is een kerkelijke groepering. „We dwingen ze niet te bidden, dat mogen we niet, maar we zeggen wel dat het helpt”, zo vat Cochran de scheiding tussen kerk en staat hier samen. Het verhaal van Noach, die na de storm zelf nog lang moest volhouden voordat hij van de ark af kon, wordt vaak aangehaald. Daarnaast is het veel zingen, rennen en nabootsen. De kinderen mogen een mengsel van cacaopoeder en olijfolie in een bak water gooien. Dan krijgen ze een watje om schoon te maken. Werkt niet. Een stuk keukenpapier? Nee. Het water blijft bruin. Afwasmiddel dan? Tadaa. De boodschap: er is hoop.

Max Schmidt heeft het nog moeilijk met dat concept. De vis die hij tekende is voor de helft roestkleurig. „We gingen vissen en toen keek mijn vader naar zijn schubben en toen zat daar olie in en toen was ik heel verdrietig en heel depressief.”

Toch weet hij, zo vertelt hij dan uit zichzelf, „dat ik echt niet bang hoef te zijn”. Want hier kan hij lekker spelen en tekenen. „Dat is leuk, maar de lunch is nog leuker.” Cochran verontschuldigt zich meteen: „We hebben nog geen kok kunnen regelen. Ik heb net maar McDonald’s voor ze gehaald.”