Vrouwen zijn mooi, mannen gaan vreemd

Mad Man is zo succesvol, meent Stine Jensen, door een primitief soort verlangen.

De tv-serie biedt een fantasieplaatje van de ‘pure’ vrouw en de ‘echte’ man.

Om dit artikel te kunnen schrijven moest ik mij goed inleven in de personages. Daarom dronk ik drie glazen Martini en rookte ik twee pakjes Lucky Strike. Ik moest alert blijven en een beetje voortmaken: er staan altijd mensen op het punt om een hostile takeover te plegen. Voor je het weet is NRC overgenomen door de Hilton-keten voor wie niets te gek is, ook niet een hotel op de maan.

Om mij heen ontketent zich een ware Mad Men-rage. Women Inc. organiseerde 21 juni jongstleden een avond over de serie Mad Men. Er was een quiz en er waren prijzen voor wie zich het mooist in de stijl van de serie had aangekleed – en dat waren er heel wat. Daphne Bunskoek, nerveuze moderator van de avond en gehuld in een dwepend Mad Men-jurkje, vond het ene Mad Men-fragment nog ‘heerlijker’ dan het andere. „Wat zien jullie er mooi uit! Ben je meer een Joan, een Peggy of een Betty?”

En onlangs verscheen het boek Mad Men and Philosophy. Daarin gaan verschillende auteurs filosofisch los op de serie – The Aristotelian Ideal of Friendship among Mad Men, etc. – en amuseren we ons met hun biografietjes achterin. De auteurs zijn allemaal fan: ze vertellen hoeveel ze drinken en roken en op wie van de personages ze het meeste (willen) lijken – meestal op Don Draper, de man die succes en vrouwen aan zijn kont heeft hangen.

Vreemd genoeg liet zowel Women Inc. als ook het boek de belangrijkste vraag liggen: wat verklaart het overdonderende succes van Mad Men? Waarom is een avond over where men were men and women were skirts zo aantrekkelijk? En wat betekent het als vrouwen anno 2010 zo enthousiast aan het copycatten slaan en de ‘skirt’ massaal giechelend aantrekken?

De meest voor de hand liggende verklaring voor het succes is – denk ik – dat Mad Men een fantasieplaatje biedt van de ‘pure’ vrouw en de ‘echte’ man en dat dit een primitief verlangen aanboort. Mad Men toont in tijden van seksechaos een heldere seksestructuur waarbij de schone schijn regeert: vrouwen zijn in de eerste plaats mooi en bevallig en hebben een dienstmeid voor de rotklussen. Mannen kunnen ongelimiteerd drinken, vreemdgaan en roken – als ze maar werk hebben en voor een inkomen zorgen.

Op het verkleedpartijtje van Women Inc. wilde een vrouw, geheel uitgedost als ‘een Betty Draper’, kwijt dat het, behalve voor vrouwen, ook voor mannen „heus niet een leuke tijd is geweest, want dat keurslijf gold ook voor hen”. Haar betoog leverde een dubbelzinnig plaatje op. Terwijl ze verwees naar de starre sekseverhoudingen in de jaren zestig, communiceerde haar bevallige Betty Draper-outfit iets anders: wat zou het heerlijk zijn om een mooi prinsesje te zijn, zonder verantwoordelijkheden! – Please, Don Draper, be my raper!

Dat wil niet zeggen dat de serie vrouwonvriendelijk is. In tegendeel: ik denk dat deze serie (zeven van de tien schrijvers zijn vrouw, een unicum voor een televisieserie) in sommige opzichten zelfs feministisch genoemd kan worden. De jaren zestig vormen het decor, de tijd waarin emancipatiebewegingen geboren werden. De drie blanke vrouwen in de serie representeren ieder een strategie om met de sekseongelijkheid om te gaan: Betty Draper accepteert als trophy wife haar rol als huisvrouw, maar tolereert uiteindelijk het vreemdgaan van haar man niet; Peggy Olson wil hetzelfde als een man bereiken door hard te werken (gelijkheidsdenken); Joan Holloway gebruikt haar vrouwelijke eigenschappen, kent het machtsspelletje (verschildenken) maar streeft uiteindelijk naar het plaatje van Betty.

De mannen representeren op hun manier ook het spectrum: Roger Sterling is de hedonistische gentleman die zijn vrouw voor een jonger exemplaar inruilt; Pete Campbell wordt gedreven door ambitie en kan zich als een klein kind gedragen als hij niet krijgt wat hij wil; Don Draper zet zijn ‘mysterieuze’ mannelijkheid in. Uiteindelijk rolt er een vrouwvriendelijke boodschap uit de serie: vrouwen blijken onmisbaar, ook op de werkvloer. Joan en Peggy moeten meteen worden opgetrommeld als er een nieuwe zaak wordt begonnen en er is rebellie tegen de rollen. Het is interessant en vermakelijk om personages uit de jaren zestig in feite steeds te zien onderhandelen over onze toekomst, over onze sekseverhoudingen – en deels zijn hun strategieën nog herkenbaar.

Maar ondanks de feministische lading van de serie, schuilt de aantrekkingskracht van Mad Men uiteindelijk in het kapsel van Betty en het pak van Don, de schone schijn, het plaatje. Mad Men is bovenal een geslaagde pastiche, waarbij de stijl van de jaren zestig wordt gekopieerd.

De historische werkelijkheid komt als beeldicoon af en toe even binnenwaaien om te bevestigen: oh ja, dat waren de jaren zestig! Als Kennedy wordt vermoord, verzamelen de werknemers zich voor een haperende televisie. Het gaat om het beeld. De aandacht voor de sekseverhoudingen en het racisme zijn in die zin ook cosmetica, onderdeel van de jaren zestig als stijldecor. Het seksisme en het racisme worden niet echt gevoeld, nobody gets really hurt, maar zijn hooguit verbluffend, schattig zelfs en illustreren ‘die gekke jaren zestig’: we grinniken besmuikt om de gesprekken tussen Pete en de zwarte bellboy, en we lachen een beetje om de boze Peggy die zo graag serieus genomen wil worden. Zoals een van de auteurs in Mad Men and Philosophy terecht opmerkt: de ware hoofdpersoon van deze serie blijft de bh. Hij speelt zich niet voor niets af in de reclamebusiness, het handelen in ideaalbeelden. Mad Men zelf is het aantrekkelijkste plaatje van allemaal – en daarom kijken we graag.

Toch gaat deze cynische pastichevisie op het succes van de serie niet helemaal op: uiteindelijk wordt Don Draper namelijk wél gedwongen om verantwoording af te leggen voor zijn leugens. Hij representeert het existentialistische ideaal van de selfmade man; de filosofische ideeën van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir klinken voortdurend door in deze serie. Zo heeft Don Draper letterlijk zijn verleden ‘uitgewist’, tabula rasa, en een nieuwe identiteit gestolen. Hij kan nu ‘vers’ beginnen en wie hij wil zijn vult hij in met een reclame-ideaal: een mooie blonde vrouw, drie kindertjes, een huis en een spannende baan in de wereld van de reclame, de schone schijn. Zijn collega’s en familie vervullen een functie in het plaatje, maar werkelijke waardering heeft Don niet, blijkens zijn toevlucht tot andere vrouwen en de weigering zich te binden aan het bedrijf. Wat hij wil is vrijheid zonder verantwoordelijkheid. De basisvraag ‘Wie is Don Draper’ drijft ons zo door de serie heen.

In een van de leukste hoofdstukken uit Mad Men and Philosophy, Is Don Draper a Good Man?, beargumenteert Andrew Terjesen – die volgens zijn biografie als de accordeon van Joan Holloway wil incarneren – dat Don Draper een ‘sociopaat’ is. Hij manipuleert zijn omgeving – niet voor niets werkt hij in de reclamebusiness, die draait om het verkopen en pleasen. Hij houdt zich daarbij aan de codes: hij verbergt zijn bedrog voor de omgeving en doet in het openbaar steeds het ‘goede’: hij wijst racisme en seksisme af – maar hij is in feite een merits only man die de kapitalistische droom representeert: racisme en seksisme kunnen de deur uit, mits dat profijt oplevert voor hem.

Terjesen heeft gelijk: Don Draper mag dan in de ‘creatieve sector’ werken, erg creatief is hij niet – hij komt uit op een leven als een reclameplaatje: blonde vrouw en drie kinderen. Maar Don is daarin ook ongelukkig, en we zien hem worstelen met de vraag hoe zijn identiteit te ontwerpen. Peggy Olson intussen, existentiële heldin, laat zien ‘hoe het dan wel moet’: zij komt er ook, maar dan zonder te liegen. Die weg is langer en niet erg romantisch, alle opsmuk, waaronder ‘vrouwelijkheid’, moet de deur uit (de vrouwen van nu ‘verkleden’ zich niet als ‘een Peggy’!).

Wanneer we naar Mad Men kijken, worden we in eerste instantie naar de twee tegengestelde existentialistische keuzes van Don Draper en Peggy Olson gezogen. Ze representeren de nog altijd actuele vraag hoe een identiteit te ontwerpen, en stellen ons voor de existentialistische keuze van de mate van deugdelijkheid en verantwoordelijkheid die je daarbij wil.

Stine Jensen is een jetset-filosoof en wil graag als het maatpak van Don Draper reïncarneren. De belangrijkste vraag die haar tijdens het kijken naar ‘Mad Men’ bezighoudt: is Don Draper een sociopaat of een existentiële held?