Voel zelf de warmte van kernafval

Bij de kerncentrale Borssele slaat de vergrijzing straks toe. Hooggekwalificeerd personeel is zeer welkom.

Een les ‘kernafval’ maakt studenten alvast enthousiast.

Verschillende ruimtes in de Centrale Organisatie voor Radioactief Afval (CORVA) in Borssele. Hier bewaren ze radioactief afval boven de grond. Foto's Peter de Krom De Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) in Zeeland (naast de kerncentrale in Borssele) heeft als enige in Nederland de middelen om radioactief materiaal langdurig op te slaan. Studenten van de TU in Delft krijgen een rondleiding samen met hun docenten. Foto: Peter de Krom

„Kernenergie heeft iets magisch, iets mysterieus”, zegt Charissa Tse (20) met glimmende ogen terwijl ze met gespreide vingers een magische bol vormt. Ze loopt langs rijen betonnen, opgestapelde vaten vol middel en laag radioactief afval van de kerncentrale Borssele. Tse behoort tot een groep studenten die deelnemen aan de weeklange Summerclass Nuclear Power Generation, georganiseerd en betaald door de kerncentrale Borssele. Deze middag is er de les ‘kernafval’ van Hans Codée, directeur van de Centrale Organisatie voor Radioactief Afval (COVRA), die de studenten rondleidt in de hallen met het afval naast de eigenlijke centrale. Jongeren maken zo kennis met het werken met kernenergie, terwijl de centrale zich profileert op de arbeidsmarkt.

Crisis of niet, het tekort aan hoogopgeleid technisch personeel blijft groot. Met de vergrijzing komt daar nog een schepje bovenop. „De uitstroom van medewerkers die met pensioen gaan, neemt de komende jaren toe”, zegt Haike Maat van de Elektriciteits-Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ – eigenaar van ‘Borssele’), „en het aanbod van nieuwe, goed opgeleide technici blijft klein.” Zijn collega Monique Linger merkt dat Zeeland voor werkzoekenden soms een drempel is, terwijl rondom Vlissingen juist veel bedrijven op zoek zijn naar jong, hoogopgeleid technisch personeel. Grote bedrijven als Dow Chemical, Broomchemie en Zalco (aluminium) hebben er vestigingen.

Is honderd jaar niet te lang om radioactief afval boven de grond te bewaren? Wat als ons land in verkeerde handen valt? Ligt in de wet vast wie de eigenaar is van het afval? De kritische, in hoog tempo afgevuurde vragen van studenten worden door Codée met zichtbaar plezier en geduld beantwoord. „Ze zijn oprecht op zoek naar informatie, in alle details, om zelf een afweging over kernenergie te maken”, zegt Codée.

De studenten studeren fysica, technische natuurkunde of sustainable energy technology. Als sponzen absorberen ze de technische uitleg die Codée tijdens de rondleiding geeft. Hoog radioactief afval (HRA) is in roestvrijstalen buizen opgeslagen onder een vloer die is afgesloten met betonnen afschermpluggen. De grijze deksels waaronder 38 kuub HRA zit, het totale Nederlandse afval uit de periode 1982 tot 2010, steken af bij de knalrode vloer. Codée laat alle studenten knielen om te voelen hoeveel warmte het afval afgeeft door het beton heen.

Charissa Tse weet op de tweede dag al dat ze na haar bachelor een master energie zal volgen. Ze studeert nu werktuigbouwkunde in Leuven en is de enige vrouw in de groep. „Ik weet er nu al meer van, ook over de veiligheid”, zegt Raven Demeijer (19) bedachtzaam. „Ik zie meer opties dan alleen fossiele of groene energiebronnen.” Net als de anderen is hij onder de indruk van de extreme veiligheidsscenario’s en procedures rondom de reactor en het afval.

„Ingewikkelder natuurkunde”, „mooiere techniek” en „onvoorstelbaar indrukwekkend dat de mens dit in de hand kan houden”. Met deze argumenten verkiezen deze technici kernenergie boven windenergie of zonne-energie. Groene energie is meer basaal, minder ontwikkeld en heeft een laag rendement volgens de studenten. Een student sustainable energy technology ziet wel alternatieven voor het bouwen van een tweede kerncentrale. „We kunnen ook drastisch teruggaan in onze vraag naar energie”, zegt deze 22-jarige Twentenaar.

Ze zijn ook pragmatisch, deze aanstormende technici: juist omdat Nederland kernenergie heeft, wordt zoveel geleerd en onderzocht. Daardoor wordt alles nog maar veiliger en beter, zo luidt de redenering. Voor deze groep is het zo klaar als een klontje dat groene energie en fossiele brandstoffen onvoldoende zijn om in de toekomst aan onze energiebehoefte te voldoen. Voor hen is het „gewoon realistisch dat kernenergie bij de energiemix voor de toekomst hoort”.

Werken in de kernreactor of bij het afvalbedrijf lijkt toch iets anders dan intellectueel met deze techniek bezig zijn. „Eerst horen welke banen er voor wetenschappelijk geschoolde technici zijn”, zegt Casper La Grouw (21). Hij wil eigenlijk iets met onderzoek doen. Casper Hoogwerf (26) weet dat ze, eenmaal afgestudeerd, „overal” terecht kunnen. Demeijer geeft de voorkeur aan nanotechnologie. Hoewel ze enthousiast zijn over de techniek, is duidelijk dat ze volgende week niet alle twaalf bij de poort van EPZ staan voor een baan.

De kosten van de Summerclass zijn 20.000 euro voor EPZ. Volgens Haike Maat „vergelijkbaar met een paginagrote advertentie in een landelijk dagblad”. Deze week is een investering in de toekomst: „Als ze zich hierdoor over een aantal jaren ons herinneren, dan is dat een kans. Een deelnemer aan onze eerste Summerclass vorig jaar is nu projectingenieur bij EPZ, maar dat is niet het directe doel. Bovendien hebben deze jongeren nu een gefundeerd beeld van kernenergie.” Dat nemen ze in elk geval mee in hun studie en naar hun omgeving. Bij elkaar opgeteld meer dan een paginagrote advertentie in een landelijk dagblad oplevert, aldus Maat.

„Nog steeds op nul”, zegt Charissa Tse teleurgesteld wanneer ze de stralingsmeter checkt bij het verlaten van het gebouw. Codée stopt de meter in het uitleesapparaat. Een rondleiding stelt bloot aan 1 eenheid straling, uitgedrukt in microSievert. „Thuis, op een gewone dag, ben je blootgesteld aan 7 eenheden μSv”, schetst de baas van het Nederlandse kernafval het perspectief.