Tegengeluid

Eerste maandag van de maand, klokslag 12. De lome zomerrust in het plantsoentje wordt ineens verstoord. Over de daken stroomt het geloei van de luchtafweer naar de vijver. Na enige aarzeling klinkt uit het water protest tegen de sirene. De kikkers, die normaliter alleen ’s nachts hun best doen, zetten gezamenlijk een keel op tegen

Eerste maandag van de maand, klokslag 12. De lome zomerrust in het plantsoentje wordt ineens verstoord. Over de daken stroomt het geloei van de luchtafweer naar de vijver. Na enige aarzeling klinkt uit het water protest tegen de sirene. De kikkers, die normaliter alleen ’s nachts hun best doen, zetten gezamenlijk een keel op tegen de indringer. Het gebrul in het plantsoen houdt net zo lang aan tot de onbekende concurrent opgeeft. Prompt stopt het mannenkoor ook, in volle tevredenheid. Die gevaarlijk aantrekkelijke exoot heeft kennelijk ingezien dat hij geen kans maakt bij hun vrouwtjes.

Kees Hogenbirk