'Sunny' moest hem blij maken

Necrologie

Zanger Bobby Hebb stond zijn hele leven in de schaduw van dat ene nummer: ‘Sunny’.

Een liedje om zichzelf moed in te zingen. Meer wilde Bobby Hebb niet bereiken, toen hij in november 1963 zijn popklassieker Sunny schreef. Het was de dag na de moord op John F. Kennedy en tot overmaat van ramp werd bij een caféruzie zijn broer Harold doodgestoken, ook een veelbelovend zanger.

Bobby Hebb maakte een zonnig liedje. Niet over een meisje maar over de gemoedstoestand waarnaar hij verlangde. In 1966 werd het een enorme hit in zijn zwoele, jazzy versie. Later werd het gecoverd door meer dan 500 artiesten onder wie Frank Sinatra, Cher, Booker T & the MG’s, Dusty Springfield en Boney M.

De in Nashville geboren zanger/musicus was de zoon van twee blinde muzikanten. Vanaf zijn derde zong hij gospel. Op twaalfjarige leeftijd was hij de eerste zwarte muzikant die bij de Grand Ole Opry mocht optreden. Achter de schermen ontmoette hij Hank Williams, die hem advies gaf over songschrijven.

Hebb speelde in de band van countrylegende Roy Acuff. Hij zong bij Bo Diddley, toerde met The Beatles en schreef talloze andere songs, die geen van alle zo tijdloos zijn gebleken als Sunny. In 1976 liet hij zich verleiden tot een discoversie, die werd overschaduwd door het Europese succes dat Boney M met zijn lied had. Hebb bleef zijn leven lang muziek maken, in de schaduw van het ene nummer dat hem beroemd maakte. Gisteren overleed hij in Nashville aan longkanker.

Beluister ‘Sunny’ op nrc.nl/cultuurblog