Multinationals en starters zitten zij aan zij

Industriebeleid heeft soms onbedoelde effecten. Het Emmtec-terrein in Emmen bijvoorbeeld. Deel 4 in een serie over bedrijvenclusters.

Eeltje de Boer laat de, nog warme, granulaatkorrels door zijn hand gaan. „Ik vind het een prachtproduct”, zegt hij. „In plaats van plastic dat in de oceaan drijft – inmiddels al met een oppervlakte zo groot als Nederland – maken wij er dit van.”

De Boer is business controller bij Plastinum. In de productiehal is het heet. Samengeperste plastic zakken en yoghurtbekers verdwijnen in een trechter en rollen aan het eind van de gigantische machinestraat eruit als granulaatkorrels. Deze korrels worden weer gebruikt voor de productie van bierkratjes, afvalcontainers, emmers.

Plastinum is gevestigd op het industrieterrein Emmtec bij Emmen. Ooit was dit terrein van AkzoNobel (zie kader), nu zijn er tientallen bedrijven gevestigd, zoals DSM en Teijin Aramid. In totaal werken er zo’n tweeduizend mensen en daarmee zorgen de bedrijven daar voor de meeste werkgelegenheid in Emmen. De meeste bedrijven zijn energie-intensief en betrekken hun energie van Nuon, de eigenaar van het terrein.

„Nuon levert meer dan alleen stroom”, zegt Hermann Toebes, beheerder van het industrieterrein met een oppervlakte van bijna negentig hectare. Brandweer/beveiliging, telecom, onderhoud van de wegen/terreinen, logistiek, drukkerij, catering. „Emmtec heeft een laboratorium waar de bedrijven op het terrein gebruik van maken”, legt Toebes uit. In het laboratorium werken ongeveer veertig mensen, 20 procent van het aantal mensen dat Emmtec in dienst heeft.

Voor startende bedrijven is Emmtec een ideale locatie, zegt Eeltje de Boer van Plastinum. „Je kunt je concentreren op je eigen productieproces, het randgebeuren wordt verzorgd.” Tussen de bedrijven bestaat veel uitwisseling. „Als we een extra vorkheftruck nodig hebben, dan lopen we even naar de buren.” De contacten verlopen soepel omdat de werknemers van alle bedrijven elkaar treffen in de gezamenlijke kantine.

Startende bedrijven kunnen aankloppen bij Toebes. „Wij hebben veel contact met de gemeente, de provincie en de NOM [de investerings- en ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland, red.] De starters helpen we op weg met subsidies, vergunningaanvraag en alle zaken waar een beginnende ondernemer mee wordt geconfronteerd.” Aan de buitenkant van het terrein staan nog oude loodsen van AkzoNobel. Die zijn erg in trek bij startende ondernemers, de huur ervan is laag.

Een van die startende ondernemers is Sunoil Biodiesel. Het bedrijf is in 2005 opgericht en is, volgens directeur Wilfred Hadders, de eerste biodieselfabriek in Nederland. In augustus 2006 is de fabriek opgestart en sindsdien wordt er biodiesel geproduceerd. „Voor een startend bedrijf is Emmtec ideaal”, zegt directeur Wilfred Hadders. „Veel infrastructurele zaken zijn aanwezig. Je kunt je concentreren op het opstarten van je bedrijf.”

Het idee om in Emmen een biodieselfabriek neer te zetten, ontstond rond 2002 bij een van de aandeelhouders, een Duitse landbouwcoöperatie, vertelt Hadders. In Duitsland was biodiesel sterk in opkomst, mede doordat het sterk werd gestimuleerd door de Duitse overheid. „In elke gewone diesel moest toen al een percentage biodiesel worden bijgemengd en op pure biodiesel werden geen accijnzen geheven. Daarmee werd het voor Duitse transportbedrijven heel aantrekkelijk gemaakt om over te stappen op biodiesel.” Nederland bleef achter wat betreft de stimulering van biodiesel als brandstof. „Hier was bijvoorbeeld geen bijmengplicht.”

Sunoil heeft inmiddels een capaciteit van 70.000 ton oftewel 80 miljoen liter. In het begin werd koolzaadolie gebruikt, maar Sunoil Biodiesel signaleerde al snel dat de productie nog verder te verduurzamen was door over te stappen op restproducten en/of afvalstoffen zoals afgewerkte frituurvetten en dierlijke vetten. Sunoil stapte vorig jaar over op de productie van deze biodiesel van de tweede generatie.

Met de leiding van Nuon is Sunoil in gesprek om het energieverbruik op het terrein verder te verduurzamen. „Onze olie zou bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden als brandstof, en er zijn ook plannen om de restwarmte van Emmtec aan de gemeente Emmen te leveren”, zegt Hadders.

De grootste werkgever op het Emmtec-terrein is Teijin Aramid. Bij het Japanse chemieconcern werken zevenhonderd mensen. Teijin produceert de supersterke aramidevezel Twaron, die onder meer wordt gebruikt in remsystemen, kogelwerende vesten, helmen, optische kabels en autobanden. De Twaronvezel is stevig (vijf keer zo sterk als staal), hittebestendig en weegt bijna niks.

De productie van Twaron begint in Delfzijl, waar uit onder meer chloor, natronloog en aniline geel polymeerpoeder gemaakt wordt. Dit halffabricaat wordt in de spinnerij in Emmen opgelost in een zuurbad en vervolgens (in vloeibare toestand) door kleine gaatjes geperst, waardoor ragfijne draadjes ontstaan die daarna worden gedroogd en opgewikkeld. Aan het spinprocedé ontleent de vezel zijn sterkte.

Emmen heeft een historie op het gebied van vezeltechnologie, zegt manager Edward Groen. Teijin Aramid is ontstaan uit Akzo, dat na de vezelcrisis zijn vezeldivisie verkocht. Teijin maakt veel gebruik van de faciliteiten van Emmtec, zoals de warmtekrachtcentrale die stoom levert, de waterzuivering, en – sporadisch – de laboratoriumvoorzieningen. En facilitaire zaken als bewaking en brandweer. Af en toe wordt opslagruimte gehuurd.

Tegenover Teijin – gescheiden door buizen die boven de weg liggen – is de locatie van DSM. „Wij hebben de fabrieken van Akzo overgenomen, zo zijn we op deze plek gekomen”, zegt manager Hans Hoekstra. En af en toe helpt de overheid een handje om de werkgelegenheid in Noord-Nederland te stimuleren. Zo kreeg DSM eind van de jaren negentig zo’n 10 miljoen euro voor modernisering van de fabriek, zelf investeerde het bedrijf volgens Hoekstra „meer dan 100 miljoen euro”.

In Emmen produceert DSM kunststofkorrels en plastics voor de auto-industrie. Tussen het Nederlandse DSM en het Japanse Teijin bestaat alleen een samenwerking bij de bedrijfsbrandweer. „Verder is er geen uitwisseling”, zegt Hoekstra. „We kopen bijvoorbeeld niet gezamenlijk grondstoffen in, ook geen energie.” De productiehal van Teijin is zelfs verboden terrein voor DSM-medewerkers. „Teijin produceert Twaron, wij hebben een vergelijkbaar product, Dyneema. Dan is het wel logisch dat je niet bij elkaar in de keuken mag kijken.”