Kinderen zonder dak

Het op straat zetten van kinderen met hun illegale ouders „is op zichzelf reeds inhumaan”. Het Gerechtshof Den Haag draaide er vorige week niet omheen. Behalve met argumenten over mensenrechtenverdragen en de plichten die deze met zich meebrengen, deed het ook een ethische uitspraak. Kleine kinderen dakloos maken is onmenselijk.

Daartegenover staat de politiek breed gedragen opvatting dat de Staat niet tot ‘oneindige opvang’ van illegalen is verplicht. Dat het aan de ouders is om voor onderdak van hun kinderen te zorgen. En als ze niet voldoen aan de asielnormen, zijn het de ouders die voor onderdak, in het land van herkomst, van hun kinderen moeten zorgen. Niet de Staat.

Het komt dan ook regelmatig voor dat uitgeprocedeerde moeders met hun kinderen in Nederland worden ‘geklinkerd’, op straat gezet, dakloos gemaakt. Zij komen meestal in de noodopvang terecht of zoeken inderdaad hun heil elders. De Staat kijkt hier met opzet weg van de consequenties voor de kinderen, uit politieke motieven. Of zoals het arrest het zegt: de Staat verschuilt zich achter de moeder. De gevolgen van haar keuze mag je de kinderen niet aanrekenen.

Eerder zette de overheid al een moeder met een vierjarig astmatisch meisje met epilepsie uit de opvang. Iedere zorg werd het kind ontzegd. In april corrigeerde de (Utrechtse) rechter dit. Bij kwetsbare groepen zoals kinderen vereist de „menselijke waardigheid” noodopvang. Dat is de „essentie” van de mensenrechtenverdragen die hier gelden, zei deze rechter met reden. Volgens de Haagse raadsheren hoeft de vraag of bescherming van kinderen tegen dakloosheid voortvloeit uit Europese verdragen, niet eens te worden beantwoord. „De bescherming van kinderen behoort ook naar intern Nederlands recht tot de verantwoordelijkheid van de overheid.”

Zulke uitspraken mogen niet alleen zuiver juridisch worden beoordeeld. Ze hebben een morele lading, die relevant is voor de partijen die met het beleid instemden. Illegalen uit de opvang zetten, maakt van kinderen echte slachtoffers. Wil de Kamer dat? Hoe is dat te rijmen met bezorgde debatten over tekortschieten in de jeugdzorg, kindermishandeling, het tekort aan voogden, etcetera? Over een ‘zeilmeisje’ heeft heel Nederland een mening, maar drie kinderen van een Angolese moeder in Ter Apel mogen voortaan op straat slapen.

In de casus waarover het Hof zich boog, staat veel op het spel. De Staat vreest een toestroom van gezinnen die kinderen krijgen juist óm te kunnen blijven. Zo bezien kan het Haagse arrest een premie zetten op zwangerschap bij illegale moeders: een baby als breekijzer in een verzorgingsstaat. Ook dat is niet wenselijk. Maar soms is het onvermijdelijk.

Rechtsstaten die mensenrechten respecteren, moeten soms voldongen feiten accepteren. Gezinsvorming bij illegalen kan ook ontmoedigd worden door snellere procedures, eerlijke voorlichting en een betere voorbereiding op vertrek. Kinderen dakloos maken kan niet. Waarom moet dat eigenlijk gezegd worden?