Het liefste alleen met de wind mee

Striptekenares Barbara Stok rijdt op een tweedehands fiets, van welk merk weet ze niet.

Op de zomerpagina’s deze week vijf routes uit literaire fietsverhalen. Vandaag: van Groningen naar Delfzijl.

Tegen de wind in fietsen is vervelend. Maar durf dat maar eens toe te geven. Tegenwind hoort erbij, weet iedereen van zanger Boudewijn de Groot: „Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind zichzelf een weg baant.”

De fietser die klaagt of capriolen uithaalt om voor de wind te blijven, is een lafaard. Je gaat fietsen of je doet het niet. Dat vond ook de Groningse striptekenares Barbara Stok. Vond. Twee jaar geleden tekende ze voor deze krant een strip over de windmeeritten die een stichting in haar provincie organiseert. De tochtjes vinden plaats op zondag. Waait de wind uit het zuidwesten, dan fietst de deelnemer naar Eemshaven, blaast-ie uit het noordoosten, dan eindigt de tocht in Appelscha. Een touringcar brengt de fietsers aan het einde van de middag terug naar de Grote Markt in Groningen.

„Typisch iets voor deze tijd. Mensen willen alleen nog maar wind in de rug. Als het even tegenzit, beginnen ze al te jammeren”, laat Stok haarzelf en haar autobiografische geliefde Rick in het stripje zeggen, terwijl ze naar Appingedam fietsen. Omdat het zo lekker gaat, rijden ze door naar Delfzijl. Maar op de terugweg krijgt het stel tegenwind en raken de twee al gauw gefrustreerd. In het laatste plaatje erkent Stok: „Zo’n windmeerit is best een goed idee eigenlijk. Bij nader inzien.” De strip kwam terecht in de bundel Dan maak je maar zin (2009).

„Het verhaal is autobiografisch”, vertelt Stok aan de telefoon. Zoals bijna al haar strips. Ze krijgt wel vaker ideeën op de fiets. „Als je door de regen fietst, zit je vaak verkrampt en in elkaar gedoken... maar ontspannen en rechtop word je niks natter”, filosofeert ze in Op tour door Spanje (2007), waarin ze ook hard onderuit gaat als ze voor het eerst met haar nieuwe hond Whisky gaat fietsen. En in Nu we hier toch zijn (2005) verpest ze al scheldend het humeur van een voetganger, nadat dat van haar al is verpest door een scheldende automobilist wiens spiegeltje ze met haar fiets had geraakt.

Wijlen schrijver Bob den Uyl heeft tegenwind ontwijken nooit laf gevonden. In zijn pseudoserieus bedoelde etiquetteboek voor de fietser Wat fietst daar? (1970), vergelijkt hij voor- en tegenwind met het lezen van goede en slechte boeken. „Bij het ene spijt het je als het einde nadert, je gaat steeds langzamer lezen om het genot langer te laten duren; bij het andere zit je steeds stiekem te kijken hoeveel bladzijden er nog moeten worden doorgeworsteld [...]. Precies zo is het met fietsen. Bij goed weer, een zachte bries in de rug, kan je aan het fietsen blijven. [...] Bij tegenwind gaat men zich na enige tijd van zwoegen afvragen wat nu eigenlijk de aardigheid is van een fietstocht.”

Den Uyl ontvouwt in zijn boekje een zeer gedetailleerd wind-mee-systeem, dat in het kort hierop neerkomt: op de fiets heen, met de trein terug. Ook op fietsvakanties werkt het goed, meent hij. „Al zal men dan soms diep in het buitenland uitkomen. Toch kan dit meevallen; door de voortdurend draaiende winden is men vaak aan het einde van een tocht weer vlak bij huis, zodat men het zonder een langdurige en kostbare treinreis kan stellen.”

Barbara Stok is één keer op fietsvakantie geweest, zonder wind-mee-systeem. Ze reed met Ricky van Groningen naar Hoorn en weer terug. Toen woei het ook, en niet zo’n beetje. „In Friesland kregen we een storm van windkracht 12 over ons heen, die elders in het land omvallende bomen en een dode veroorzaakte. Daar fietsten wij met onze regenponcho’s, waar we natuurlijk volledig in verstrikt raakten. De wind kwam van de zijkant, dus het was nog een hele klus om niet in de sloot te belanden. Op een gegeven moment kwamen we langs een houten keet, in de luwte waarvan we zijn gaan schuilen. Dat bleek de kantine van een camping. De eigenaar was zo aardig ons de kantine als onderdak voor de nacht aan te bieden.”

Het was een van haar leukste vakanties. „Je gaat anders aankijken tegen afstanden en natuur in je eigen land. En op de terugweg hadden we de wind in de rug. We vlogen naar huis.”

De route op de kaart is van www.windmeeritten.nl. Daar staan nog twee andere wegen van Groningen naar Delfzijl. Ook via nrcnext.nl/fiets