Een koe mag best eten, maar zij is geen hotelgast

Veearts Diederik Breen rijdt met een dienstwagen vol medicijnen, hormoonpreparaten en operatiekisten door de Bommelerwaard. „Alles is hier gericht op koecomfort en duurzaamheid.”

Veearts Breen uit Zaltbommel op de boerderij van de familie Liebrecht in het Gelderse Rossum. Hij voert in de stal een drachtcontrole uit (foto boven), administreert met boer en boerin aan de koffietafel (links onder) en prepareert een medicijn voor de rijdende apotheek op het erf (rechts onder). Foto's Joyce van Belkom Nederland, Rossum, 27-07-2010 Veearts vult formulieren in bij melkveehouder Liebrecht. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

In de Bommelerwaard is de dierenarts nog een veearts. Diederik Breen (52) heeft een praktijkruimte in een buitenwijk van Zaltbommel, waar hij deze middag nog een paar veren van een papegaai zal bijknippen, maar verreweg de meeste werkuren maakt hij bij de 54 melk leverende bedrijven in de regio. „Die hebben gemiddeld 115 stuks rundvee per bedrijf, dus reken maar uit”, zegt hij voor aanvang van onze werkdag.

We gaan visites rijden, eerst naar boer Van Holland in Delwijnen. Een van zijn zwartbonte koeien heeft waarschijnlijk een uierontsteking waardoor de melkproductie afneemt. En minder melk betekent minder omzet. Dus kan een visite van de veearts achteraf een goede investering blijken. Breen hanteert geen uurtarief, maar een handelingstarief. „Ik wil niet opgejaagd worden en een rustig praatje kunnen maken zonder dat de veehouder het gevoel heeft dat het geld kost.”

De ontvangst bij de boer is hartelijk. „Ik heb nog met zijn vader gewerkt”, verklaart de veearts de vertrouwelijke band. De jonge boer wijst naar een koe – Isa genaamd – in de hoek van de stal. „Zij is er treurig van, kijk maar, haar oren hangen helemaal”, zegt de boer. De uier blijkt inderdaad ontstoken, het ontstoken kwartier wordt met antibiotica behandeld. „Het kabinet wil het gebruik van antibiotica terugdringen. Elke tankwagen wordt onderzocht door de melkfabriek”, zegt Breen even later in zijn dienstwagen waarvan de kofferbak wordt ingenomen door een soort apothekerskast. Spuiten, naalden, medicijnen, hoornbranders, operatiekisten, hormoonpreparaten: een veredelde ambulance.

De Bommelerwaard wordt verdeeld door de snelweg A2 en bestaat uit een overwegend katholiek oostelijk deel en een hoofdzakelijk protestants westelijk deel. „Daar moet je op het erf niet te hard vloeken”, zegt Breen, terwijl hij zijn auto door de polder stuurt. Hij zwaait naar een man in een auto aan de overkant van de weg. „Dat is Rinus de inseminator, die kom ik overal tegen. Wij vormen een team met de veehouders.”

Precies twintig jaar geleden heeft Breen zich ingekocht in een groepspraktijk die nu bestaat uit vier fulltime dierenartsen. Hij begon in 1990 als jongste bediende – „ik moest bij de eerste kennismaking veel bier drinken op de herensociëteit in Zaltbommel en werd dezelfde avond nog aangenomen” – en is nu de meest ervaren kracht. Hij dolt met zijn assistenten in de praktijk. Hij bladert door Duitse vakliteratuur als de veren van de papegaai geplukt moet worden. Hoe doe je dat ook al weer? Even later knipt hij Croki alsof het dagelijkse routine is.

Voor een tweede ochtendvisite rijden we naar Rossum, onderaan de Waaldijk. Een bezoek aan boer Liebrecht voor een maandelijkse drachtcontrole van diens koeien. „Ook weer een economisch verhaal om de dieren op tijd weer drachtig te krijgen”, verklaart de veearts. „Als de tochtexpressie slecht is, zetten we een sprint in en helpen we de natuur een handje. Want de koe mag best vreten, maar het moet geen hotelgast zijn. Hij is in topdienst van de boer.”

Voor hij de stal in gaat, trekt Breen een overall aan, verruilt hij zijn schoenen voor hoge laarzen en trekt hij latex handschoenen aan die tot zijn oksels reiken. Vervolgens gaat hij met zijn arm in de kont van de koe. Boer Liebrecht wijst met een vel papier in de hand de beesten aan die mogelijk drachtig of niet tochtig zijn. „Ze moeten spiegelen, kleur hebben op hun vacht”, legt hij uit aan de leek. Over de ontlasting van een roodbonte koe: „Dit is net vieze spinaziepap. Goeie mest heeft een kuiltje waar je een beker water in kan zetten.” Breen vult aan: „Als de darmpassage te snel gaat, de ontlasting te waterig is, neemt de koe te weinig voedingsstoffen op en stokt de meldproductie.”

Liebrecht is een prijswinnaar: in 2008 was hij genomineerd voor de Duurzaamheidstrofee van de Corporatie Rundveeverbetering. Met dank aan een speciale zandbak die hij buiten de stal voor zijn vee had aangelegd. Een foto met trofee prijkt boven de staldeur. De veearts deelt het trotse gevoel van de boer: „Alles is hier gericht op koecomfort en duurzaamheid.”

De administratie laat Liebrecht bij voorkeur aan zijn vrouw over, die met koffie klaar zit aan de keukentafel. „Zij doet de boekhouding, anders komt er niks van terecht. Het is te gek voor woorden, elk pilletje moet worden geregistreerd.” De boer en de veearts: samen ageren ze tegen de administratieve rompslomp. Maar het werken in de buitenlucht en de liefde voor het vee zouden ze niet willen missen.

Liebrechts jongste zoon neemt over een poosje het boerenbedrijf over. De twee zoons van Breen kiezen volgens hun vader bewust voor een andere studie dan diergeneeskunde. „Ze zien hoe hard pa moet werken.” Zelf heeft hij geen klagen, ondanks de vele avond- en weekenddiensten en het fysiek zware werk. Hij kiest er voor een deel zelf voor. Zo mijdt hij het gebruik van een scanapparaat bij inwendig onderzoek van de koeien. „Ik vertrouw liever op mijn handen, mijn gevoel.”

Breen gebruikt wel een echoapparaat, dat hij bij onze laatste visite aan boer Van Mook in Velddriel op een kliko in de paardenstal zet. De merrie is al in een vroeg stadium zwanger bevonden, maar de boer wil voor de zekerheid nogmaals een controle. De echo liegt niet en Van Mook kan de veearts met een tevreden gevoel uitzwaaien. Er is een veulen op komst.