Een houten kruis verdeelt de Polen

Onder het communisme was het een symbool van eendracht. Maar een kruis voor de omgekomen president zorgt nu voor een botsing tussen Kerk, Staat en nationalisten in Polen.

De twee toeristen die zojuist voor hotel Bristol in Warschau uit de taxi zijn gestapt kijken verschrikt om zich heen. Overal boze gezichten, verhitte discussies, gebalde vuisten. De portier verklaart de ophef. „Het gaat om het kruis”, zegt hij, terwijl hij in de verte naar een twee meter hoge houten kruis wijst. De toeristen snappen er niets van.

Het kruis staat pal voor het presidentiële paleis, grenzend aan het Bristol. Het verrees hier na het vliegtuigongeluk in april, waarbij tientallen Poolse functionarissen omkwamen, inclusief president Lech Kaczynski. Gistermiddag zou het worden verwijderd, de officiële periode van rouw is al lang voorbij, maar aanhangers van Kaczynski staken hier met geweld een stokje voor. Zij willen dat het kruis blijft. Tot in lengte van dagen.

Waarom eigenlijk niet? Omdat, zeggen tegenstanders, het geïmproviseerde kruis – twee eenvoudige planken – uit de toon valt met de pas gerenoveerde binnenstad. Omdat Kaczynski in Rusland neerstortte en niet voor de deur van het paleis. En omdat er zoiets bestaat als de scheiding van Kerk en Staat. Het presidentiële paleis is „een sanctuarium van de Staat”, aldus Bronislaw Komorowski, de nieuwe president. Geen kerk of monument voor zijn voorganger.

Even na enen ligt de kruisverwijdering nog op schema. De autoriteiten hebben een plechtige ceremonie voorbereid. De aanwezigheid van priesters moet de geëmotioneerde mensenmassa, verzameld achter hekken rondom het kruis, tot bedaren brengen. Het tegengestelde gebeurt. „Judassen”, schreeuwt de menigte in koor als de geestelijken met gevouwen handen het paleis naderen. De geschrokken priesters druipen meteen weer af, een unicum in het zwaar katholieke Polen.

Het kruis bij het paleis werd opgericht door Poolse padvinders, het was hun goedbedoelde, patriottische bijdrage aan de bloemenzee die na de vliegramp voor de ambtswoning ontstond. Zij besloten onlangs, in overleg met kerkelijke en seculiere autoriteiten, dat het zal worden verplaatst naar een nabijgelegen kerk. Maar ook de padvinders worden nu uitgescholden voor landverraders, worden geïntimideerd. Ze ondergaan het verbijsterd. En druipen af.

Onder het communisme was het kruis een machtig wapen tegen de communisten, een symbool van dissidente eendracht. Sindsdien verdeelt het. Begin jaren negentig zorgden nonnen voor ophef toen ze bij het voormalige vernietigingskamp Auschwitz, waar vooral Joden werden vermoord, een reusachtig kruis lieten neerzetten. Strenggelovige politici gingen op de vuist voor een crucifix in het parlement. En ook in Polen groeit het debat over kruisen in klaslokalen.

De jongste kruisaffaire komt na de recente presidentsverkiezingen, die nipt werden verloren door Jaroslaw Kaczynski, tweelingbroer van de in april omgekomen president en leider van oppositiepartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS). Kort daarop werd het kruis een verzamelpunt voor een kleine maar goed georganiseerde groep nationalisten. Zij zien achter de dood van president Kaczynski een complot van de Poolse regering en van de Russen.

De Poolse Kerk maakt doorgaans weinig bezwaar tegen inmenging in staatsaangelegenheden. Priesters die tijdens de recente verkiezingen opriepen om voor Jaroslaw Kaczynski te stemmen werd geen strobreed in de weg gelegd. Maar met het gescheld op priesters is een grens overschreden. „Het getuigt van gebrek aan respect voor het kruis om een situatie te veroorzaken waarin het symbool wordt voor verdeeldheid, haat en harde polemiek”, aldus aartsbisschop Józef Zycinski.

Pijnlijk genoeg heeft de Kerk de hysterie zelf aangewakkerd. Na de dood van Kaczynski stemde zij grif in met zijn bijlegging in de nationale crypte in Kraków, een plek die tot dan toe was voorbehouden aan koningen, heiligen, helden, niet aan presidenten of verkeersslachtoffers. Die beslissing, die de eendracht kort na het ongeluk in één klap ongedaan maakte, zette de sluizen open voor nationalisten die de dode, bij leven ongeliefde president nu als een martelaar kunnen vereren.

De Kerk, die bij uitstek over kruisen zou moeten gaan, is de regie vandaag kwijt. De kruisridders dreigen de hekken omver te duwen, politieagenten duwen terug, spuiten gericht met traangas in de menigte, de borden met teksten als „welkom in de communistische heilstaat” en „Polen, word wakker” wankelen. Het hek blijft overeind, maar de ceremonie wordt afgeblazen. „Het niveau van agressie is iets te groot”, zegt Jacek Michalowski, de chef van de presidentiële kanselarij.

„Laten we er niet omheen draaien”, schrijft dagblad Gazeta Wyborcza vanochtend. „De anarchie en het fanatisme hebben gewonnen. De Staat heeft verloren. Die heeft laten zien dat die zijn seculiere karakter niet weet te verdedigen.”