Deze kopie is een feest der herkenning

Copie conforme. Regie: Abbas Kiarostami. Met: Juliette Binoche, William Shimell. In: 9 bioscopen. ****

Wat is schijn en wat is wezen? Het is een vraag die de Iraanse filmmaker Abbas Kiarostami (Teheran, 1940) zijn hele filmende leven bezighoudt. Ook in zijn eerste Europese speelfilm.

Copie conforme ging tijdens het filmfestival van Cannes in première en beloofde een van de hoogtepunten te worden. Geen wonder dat de reacties tegenvielen: deze Kiarostami mist de pure existentiële intensiteit van zijn bekendste werk (Close-up, 1990, Taste of Cherry, 1997, The Wind Will Carry Us, 1999), en ook de concentratie van zijn recente filmexperimenten. Een feest van herkenning is het wel. De film barst van verwijzingen naar zijn eigen oeuvre, alsof Kiarostami aan een groter publiek zijn preoccupaties wil uitleggen.

Dat publiek bereikt hij mogelijk door de aanwezigheid van de Franse actrice Juliette Binoche in een van de twee belangrijkste rollen. Ze speelt een galeriehoudster die in gesprek raakt met een Engelse auteur. Hij heeft het boek geschreven waaraan de film zijn titel ontleent: dat boek stelt dat een kopie even goed is als een origineel zo lang hij dezelfde impact heeft op de toeschouwer.

Binoche, in de credits van de film simpelweg als ‘Zij’ aangeduid, daagt de schrijver uit dat ook in het echte leven waar te maken. Tijdens een autorit door Toscane vallen zij van het ene rollenspel in het andere. Dat van twee vreemdelingen die luchtigjes converseren. Dat van twee oude bekenden die moeizaam een gesprek met stekelige algemeenheden overeind houden. En uiteindelijk dat van een (ex?-)echtpaar dat in oude patronen vervalt. Hoe het precies tussen die twee zit, laat Kiarostami wijselijk in het midden. Hij stapelt vraag op vraag, stut de ene dubbele bodem met de andere en construeerde een puzzel van mogelijke betekenissen en interpretaties waarmee het publiek zelf aan het werk moet.

Enerzijds is Copie conforme onder al die kunsthistorische deliberaties een klassieke relatie-praat-film. Dat laatste moet de jury in Cannes het meeste hebben aangesproken. Door de film te bekronen met een acteer-Palm voor Binoche, en niet voor Kiarostami’s regie, reduceerde de jury de film tot die emotionele onderstromen. Dat is misschien te beperkt. De film doet denken aan Robert Rossellini’s klassieker Viaggio in Italia (1954), waarin Ingrid Bergman en George Sanders als echtpaar tijdens een huwelijkscrisis door Italië reizen. Zorgvuldig deconstrueert Kiarostami de Hollywoodmythe van het gelukkige huwelijk. Mannen en vrouwen zijn elkaar vreemd.

Maar tussen de andere echtparen die Binoche en Shimell als kopieën van zichzelf tegenkomen, is er ook, als toppunt van ironie, een cameo voor scenarioschrijver Jean-Claude Carrière, die relatieadviezen geeft. Want we mogen vooral niet vergeten dat we naar een film kijken. De ‘scenarioschrijver’ weet het beter dan de personages. En de personages zijn, behalve in het filmkader, ook gevangen in talloze frames binnen het frame: spiegels, vensters, doorkijkjes. Zo leidt deze ‘kopie van een film’ ons naar het origineel: het werk van Kiarostami zelf. En daarin is deze elegante gimmick van een film toch weer zeer origineel, speels en geniaal.