Chinese patenten

Zodra Haico Ebbers een nieuwe lichting studenten voor zich ziet, doet hij op Nyenrode altijd een spelletje: welk land heeft vorig jaar de meeste patenten aangemeld? Duitsland of China? Duitsland, zeggen de studenten dan. Volgende vraag: wie heeft vorig jaar de meeste patenten aangemeld – Amerika of China? Amerika, antwoorden de studenten dan. Allebei fout – het was China.

Het past maar slecht in een westers wereldbeeld dat de wereld kennelijk zozeer kantelt. In ons land is dat niet anders. Zo las je na de uitverkiezing van Desi Bouterse tot president van Suriname nogal wat beschouwingen over verlegenheid en dreigend Surinaams isolement. Amerikanen noch Nederlanders zitten immers te wachten op een veroordeelde drugshandelaar en hoofdverdachte van een moordpartij in 1982.

Maar in Argentinië investeert China grootscheeps in infrastructuur. In Peru heeft het een grote kopermijn gekocht, die nu wordt gemoderniseerd. In Ecuador is onlangs 2 miljard euro gestoken in oliewinning. In Venezuela begon een Chinees infrastructuurfonds van meer dan 10 miljard euro. De Venezolanen betalen voor tweederde af met olie.

In Suriname adverteerde de concurrent van China, Taiwan, in mei in de kranten met de suggestie dat voor meer dan een miljard dollar aan ontwikkelingshulp uit deze afvallige Chinese provincie richting Suriname ging. Maar de werkelijkheid in de meeste ontwikkelingslanden is dat het echte China de afvallige provincie successievelijk verdringt. Het fonkelnieuwe gebouw van het Surinaamse ministerie van Buitenlandse Zaken is een cadeautje van Peking. Zo doet China dat overal. In Afrika hebben arme landen één voor één Taiwan de deur gewezen en Peking welkom geheten. Malawi kreeg 6 miljard aangeboden van Peking om de Chinabordjes te verhangen en dat werd Taiwan te duur. Taiwan moet het op het ogenblik in Afrika met nog slechts vier vrienden doen: Burkina Faso, Gambia, Sao Tomé en Swaziland. Een aflopende zaak.

Terwijl Europese goeroes druk doende zijn om derdewereldautocraten de les te lezen over behoorlijk bestuur en transparantie, zijn Chinese ingenieurs druk doende om snelwegen aan te leggen naar de weekendverblijven van de dictators, schreef Stefan Halper in Foreign Policy (juli/augustus 2010). Halper is de auteur van Beijing Consensus, waarin hij beweert dat China de 21ste eeuw gaat beheersen.

Of dat allemaal gebeurt, weten we niet. Bovendien is Halper nogal uitgesproken, alsof China slechts kwaadwillend zou zijn en niet in eerste instantie gewoon net als elk land bezig om zoveel mogelijk toekomstige zekerheden te organiseren.

Maar waar het om gaat is dat we ons kennelijk moeilijk die kanteling van de wereld kunnen voorstellen bij heel concrete dingetjes, bijvoorbeeld bij patenten, of bij het zogenaamde isolement van Bouterse. Wijlen Hans van Mierlo placht wel eens half gekscherend, half serieus te zeggen dat Suriname het enige land ter wereld was waar Nederlandse buitenlandse politiek er werkelijk toe deed. Maar misschien is ook dát dus niet meer zo.

Twee jaar geleden kaartte de Duitse bondskanselier het vraagstuk sovereign wealth funds nog aan in Brussel. Hoe ga je om met buitenlandse investeerders, die een verlengstuk zijn van een – lang niet altijd democratische – staat? Er kwamen wat suggesties, maar inmiddels dendert China door. De Chinese vicepremier Zhang Dejiang zette onlangs in Athene zijn handtekening onder een groot investeringsproject, met 14 speerpunten variërend van scheepvaart en logistiek tot aan toerisme en olijfolie. Griekenland heeft dringend geld nodig en vicepremier Pangalos deed zelfs de havens van Thessaloniki, van Korinthe en van Kreta in de aanbieding. Industrietakken afschermen tegen buitenlandse investeerders gaat niet meer, zei hij in de Financial Times. De Spaanse regering hield onlangs de helpende hand van China nog af onder dankzegging voor de morele steun. Maar de verleiding groeit en de begrippen haves en have nots krijgen toch een andere betekenis.

China zit op een deviezenberg van meer dan 2.500 miljard dollar. Amerika staat nog eens voor 1.000 miljard bij de Chinezen in het krijt. En dat terwijl de groei in het Westen structureel wordt geremd door te hoge schulden.

Maar anders dan Amerika vroeger heeft China helemaal geen ambitie om de wereld te verbeteren. Het heeft geen zendingsdrang en het is ook niet agressief. Het is gewoon een enorme dynamo van economische groei en zelfbewustzijn. De bewondering voor het Westen is er niet zo groot meer. De financiële crisis heeft volgens vriend en vijand het gezag van het Westen ondergraven.

Dat zal niemand in Peking officieel zo zeggen. Wie ernaar vraagt, krijgt steevast te horen dat het inkomen per hoofd van de bevolking minimaal is, dat China eigenlijk ook nog een ontwikkelingsland is. En dat is ook allemaal waar.

Maar ondertussen wordt in het belangrijkste Europese industrieland, Duitsland, geen laptop meer geproduceerd, probeert men er angstvallig de productie van de nieuwste auto’s zo lang mogelijk buiten China te houden en ziet toe hoe de rol van China in de Airbus-productie van jaar tot jaar belangrijker wordt.

De chef van Airbus China, Laurence Barron, zegt het ook gewoon: „De komende vijftig jaren zijn van China. En dat weten ze, dat ruiken ze en wij kunnen ons daar maar beter op instellen.”

Genoemde professor Haico Ebbers deed een onderzoek naar de opkomst van China en de gevolgen voor de Nederlandse metaalindustrie (‘De Chinese uitdaging’) waarin waarnemingen staan die in hun naïviteit onthullend zijn: „Nederlandse ondernemers nemen aan dat Chinese bedrijven niet in staat zijn te concurreren op zaken als kwaliteit, innovatie, flexibiliteit en service.”

Zodra het concreet wordt denken we dat China nog ver weg is.

U wilt reageren? Dat kan via nrc.nl/knapen. Vermeld altijd uw volledige naam. (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)