Volksraadpleging is test voor fragiel Kenia

Kenia stemt morgen over een nieuwe grondwet. Het land probeert al 20 jaar de grondwet te moderniseren, maar het tribale geweld van 2008 heeft de stemming nog gevoeliger gemaakt.

Opnieuw stemmen de Kenianen over een ontwerpgrondwet die de politieke macht evenwichtiger moet verdelen en een einde moet maken aan de ergste patronage. De emoties over het referendum morgen lopen hoog op. Het is de bedoeling dat de grondwet de Kenianen verbindt, maar nog maar tweeënhalf jaar geleden slachtten zij elkaar na de presidentsverkiezingen af langs tribale lijnen – het tegendeel van wat een grondwet beoogt.

Al ruim twintig jaar probeert Kenia zich van zijn verouderde grondwet te ontdoen, maar de politici kunnen het er maar niet over eens worden. Vijf jaar geleden was het bijna zo ver toen de Kenianen zich ook al over een nieuwe constitutie mochten uitspreken. „Bent U banaan of sinaasappel”, begroetten Kenianen elkaar toen maandenlang. Veel Kenianen meenden dat de nieuwe grondwet de macht van president Mwai Kibaki te veel zou versterken ten koste van het plaatselijke bestuur. De door oppositieleider Raila Odinga aangevoerde ‘sinaasappels’, symbool van de tegenstemmers, wonnen.

Het polariserende referendum in 2005 bleek een voorbode van het geweld ruim twee jaar later na de presidentsverkiezingen. Na de omstreden zege van Kibaki op Odinga gingen Kenianen elkaar wekenlang lang te lijf, er vielen naar schatting 1.500 doden en een half miljoen mensen sloegen op de vlucht. Duizenden Kenianen zitten nog altijd in opvangkampen.

Nu is Kenia opnieuw in rep en roer wegens een referendum over de grondwet. Die stamt uit de eindfase van de koloniale tijd. Bij de democratiseringsgolf begin jaren negentig in Afrika werd de grondwet een doorn in het oog van de oppositie die vond dat te veel macht bij de president was geconcentreerd. In de ontwerpgrondwet is nu voor een combinatie van het parlementaire en presidentiële systeem gekozen. De president verliest aan macht maar ook weer niet zo veel dat Kibaki er tegen is; de hoogbejaarde president zegt vooral een verbeterde grondwet te willen nalaten als politieke erfenis. Er komt ook een Senaat bij om presidentiële benoemingen te controleren. Alle rechters moeten aftreden en opnieuw benoemd worden volgens een nieuwe procedure.

Dit keer gaat het niet om ‘bananen tegen sinaasappelen’, maar om groen tegen rood. Groen is ja, rood is nee. Met ‘watermeloenen’ er tussenin: groen van buiten, rood van binnen. De scheidslijnen in de politieke elite liggen dit keer niet tussen president Kibaki en zijn grote stam de Kikuyu enerzijds en premier Raila Odinga en de Luo anderzijds, zoals bij de verkiezingen van eind 2007. De kans op geweld is nu minder groot omdat Kibaki en Odinga zich hebben aangesloten in een ‘groen’ samenwerkingsverband. Dat weerhield sommige van hun partijleden er echter niet van om campagne voor ‘rood’ te voeren. De roden worden aangevoerd door William Ruto van de tribale groep de Kalenjin, een minister uit Odinga’s partij.

In tegenstelling tot bij verkiezingen kunnen politici bij het referendum geen sterk beroep doen op stamafkomst of politieke voorkeur. Het referendum is minder dan de verkiezingen een machtsspel en meer een principiële keuze over de elementen in de grondwet. Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen machtspolitiek wordt bedreven. Deze complexe situatie heeft de politieke allianties grondig door elkaar gegooid. Zo wil het kamp van de tegenstemmers voorkomen dat ja-stemmer Odinga wint en daarmee in een goede startpositie komt voor de presidentsverkiezingen in 2012.

Over de inhoud van de ontwerpgrondwet is nauwelijks gediscussieerd. Halve waarheden en grove leugens kenmerkten de campagnes. Kerkleiders deden aan de leugens mee. Rood zegt dat „abortus en homohuwelijken worden gelegaliseerd”. Rood wijst verder op de „gevaarlijke invoering” van islamitische rechtbanken. In de ontwerpgrondwet wordt abortus echter alleen toegestaan indien het leven van de moeder in gevaar komt en islamitische rechtbanken voor familierecht bestaan al sinds de onafhankelijkheid.

De hervormers en pleitbezorgers van meer vrijheid uit de jaren negentig zijn ‘groen’. Zij zeggen over ‘rood’ dat het geen democratisering wenst en een keizerlijke dynastie wil handhaven.

De macht van de overheid wordt in de ontwerpgrondwet gedecentraliseerd naar 47 gewesten. Machtige tribale groepen, zoals de Kalenjin, raken hun dominante positie in de grootste provincie Rift Valley kwijt aan de Maasai en Samburu. Mensenrechten worden sterker dan voorheen vastgelegd.

Voor de superrijken staat er veel op het spel. Door corruptie en patronage vergaarden zij grote lappen grond. Een recente aanwinst voor het ‘rode’ kamp is Daniel arap Moi. De Kalenjin Moi en zijn handlangers werden grootgrondbezitters toen zij tijdens zijn presidentschap (1979-2002) land stalen. Ze vrezen nu dat de beoogde nieuwe Landcommissie hen hun rijkdom zal ontnemen.

Hoewel president Kibaki ‘groen’ is, zijn veel van zijn rijke stamgenoten ‘rood’ uit vrees land te verliezen. Zij zijn de ‘watermeloenen’: ze spreken zich uit voor groen maar na werktijd blijken ze rood. Peilingen voorspellen winst voor groen maar de watermeloenen maken de uitslag onzeker.

De campagnes gingen met geweld en emoties gepaard. Bij een aanslag in juni op tegenstanders kwamen zes toeschouwers om. Enkele politici van zowel het ja- als het nee-kamp zijn aangehouden wegens haatdragende redevoeringen. Het voedt de vrees onder Kenianen dat deze volksraadpleging het land opnieuw zal verscheuren.