Organonpersoneel in rij bij Synthon

Na het ontmantelen van de onderzoeksafdeling bij Organon in Oss, is het Nijmeegse Synthon ineens het grootste onafhankelijke farmabedrijf in Nederland.

Het is een ongebruikelijke locatie voor een farmaceutisch bedrijf. Tussen de showrooms van de autoboulevard van industrieterrein Westkanaaldijk bij Nijmegen doemt het manshoge stalen hek op van Synthon. Het omheinde terrein is beveiligd met camera’s en stroomdraden. De bedrijfsgeheimen worden zorgvuldig bewaakt.

Synthon produceert zogeheten generieke medicijnen, middelen die dezelfde werkzame stof bevatten als oorspronkelijk op de markt gebracht geneesmiddelen waarvan het octrooi is verlopen. Een bestseller van het bedrijf is simvastatine, een cholesterolverlager. Ook maakt Synthon pillen na waarvan het bedrijf het octrooi kan omzeilen door de werkzame stof via een andere chemische route te produceren. „Dat is Synthon al verscheidene keren gelukt”, zegt directeur Rudy Mareel. „Dankzij de hoogwaardige kennis die wij hier in huis hebben. Door een goed doordacht alternatief te bedenken, konden we al naar de markt voordat bepaalde octrooien waren verlopen.”

Maar het bedrijf maakt niet langer alleen maar geneesmiddelen na. Het werkt sinds drie jaar ook aan volledig eigen medicijnen, met behulp van biotechnologie. „Onze aspiraties liggen nu wat hoger”, zegt Mareel. Synthon werkt aan de ontwikkeling van zogeheten monoklonale antilichamen, afweereiwitten zoals die ook in het menselijk lichaam aanwezig zijn, maar dan geproduceerd in gekweekte zoogdiercellen. Het bedrijf heeft drie van zulke kandidaatmedicijnen, tegen kanker, tegen multiple sclerose en tegen een ziekte die Mareel uit concurrentieoverwegingen niet wil noemen. Eind 2015 moet de eerste op de markt komen.

In het zogenoemde Biolab staat de toekomst van het bedrijf te schudden. Vier roomwitte apparaten kantelen in een gelijkmatig ritme heen en weer met binnenin plastic zakken met zoogdiercellen die medicijnen maken. Door het schudden van de ‘dansende dozen’ krijgen de cellen optimaal zuurstof en voedingsstoffen om verder te kunnen groeien. Stap voor stap moeten de cellen worden opgekweekt tot steeds grotere volumes, zodat er straks voldoende is om de roestvrijstalen tanks te vullen van een fabriek die in 2013 gereed moet zijn.

Nu is het nog wat krap in de laboratoria, die zijn ondergebracht in noodgebouwen. Maar achter het hoofdgebouw is zojuist de eerste paal geslagen voor de bouw van een nieuw onderzoekslaboratorium. De onderzoeksafdeling, die nu 150 man telt, zal straks „significant” uitgebreid worden, zegt Mareel.

Dat hier volop werk is voor wetenschappers en ervaren laboratoriummedewerkers is ook de met ontslag bedreigde werkernemers van de onderzoeksafdeling van Organon in het nabije Oss niet ontgaan. De Amerikaanse eigenaar van Organon, farmareus MSD, wil in Oss ruim 2000 van de 4000 banen schrappen. Mareel heeft het gemerkt: „Wij worden overspoeld door mensen van Organon die bij ons aankloppen of wij misschien een job voor ze hebben.”

Hoewel hij blij is met goed personeel, heeft Mareel gemengde gevoelens bij de teloorgang van Organon. „Het is een drama voor BV Nederland”, zegt hij. „Het gaat niet alleen om het verlies van werkgelegenheid en kennis, maar ook om de groeimogelijkheden van kennisbedrijven in het algemeen. Plotseling zijn wij het grootste farmabedrijf van Nederland. Dat is niet iets om trots op te zijn.”

Hoewel de Nederlandse overheid wel heel veel geld en moeite investeert om een kenniseconomie te creëren, is er volgens Mareel te weinig aandacht voor steun aan middelgrote bedrijven, die hun sporen reeds hebben verdiend. „De overheid zou het ons wat makkelijker kunnen maken door bijvoorbeeld een renteloze lening te verstrekken, dan zouden wij sneller kunnen groeien. Zo creëer je en behoud je werkgelegenheid. In Spanje en in een aantal ons omringende landen gebeurt dat wel.”

Het nieuw op te richten kennispark dat minister Van der Hoeven heeft voorgesteld om het verlies aan werkgelegenheid bij Organon op te vangen is „slechts een doekje voor het bloeden”, vindt Mareel. „Daar gaan echt geen 2000 man aan de slag. Het levert op zijn best over 5 of 6 jaar een aantal kleine bedrijven op, die dan tegen dezelfde problemen oplopen als ze groter worden.”

Het produceren van generieke medicijnen was tot nu toe heel lucratief voor Synthon. Het bedrijf heeft op dit moment geen schulden. Het steekt de winst – in 2009 bijna 31 miljoen euro – ieder jaar weer in de groei van de eigen onderneming. En dat gaat heel hard. In krap twintig jaar tijd bouwde het uit tot een wereldwijd bedrijf met een omzet van 200 miljoen per jaar. En over vijf jaar wil Mareel, die eerder in Nederland werkte als directeur klinische voeding van het toen nog zelfstandige babyvoedingsbedrijf Numico, de omzet „minimaal hebben verdubbeld.”

Winst maken met de productie van generieke medicijnen is lastiger geworden, zegt Mareel. „Er is veel meer druk uit het oosten, van fabrikanten in India, China en Korea. Als we enkel in competitie gaan met de Indiërs en Chinezen dan gaan wij het niet halen. Onze expertise en bevoorradingsketen is vlekkeloos, dus zijn klanten bereid iets meer te betalen.”

Aan de andere kant staat de gezondheidzorg onder druk om goedkoper te worden, waardoor groepen gaan samenwerken om betere prijzen te bedingen. „Ook dat betekent een erosie van de winstmarge.”

Met eigen medicijnen zou het bedrijf zijn verdere succes kunnen verzekeren, maar het is duurder en risicovoller. Een studie die aantoont dat een generiek middel gelijkwaardig is aan een bestaand middel, een zogeheten bioequivalentiestudie, kost 2,5 tot 4 miljoen euro. Het onderzoek om aan te tonen dat een nieuw geneesmiddel werkt en veilig is, zogeheten klinische studies, kost tussen de 50 en 80 miljoen euro. „Het is een grote stap voor het kleine Synthon”, beaamt Mareel.

Het bedrijf zal veel geld nodig hebben. Mareel onderhandelt met farmaceutische partners die in ruil voor een licentie bijdragen aan de ontwikkelingskosten. „Met zulke partners kunnen wij sneller naar de markt met ons product.”

Wat Mareel niet wil is investeerders in het bedrijf halen of Synthon naar de beurs brengen. Daardoor zou het bedrijf in eenzelfde situatie terecht kunnen komen als Organon. „Wij hebben als onafhankelijk bedrijf een groot voordeel: we kunnen op langere termijn kijken dan beursgenoteerde ondernemingen. We kunnen misschien iets minder investeren dan beursgenoteerde ondernemingen, maar kunnen wel keuzes maken die op de langere termijn lonen.”