Opnieuw slachtoffers geweld in Kashmir

In Kashmir, de omstreden noordelijke Indiase deelstaat die grenst aan Pakistan, zijn gisteren opnieuw doden gevallen bij protesten. Zeven demonstranten kwamen om en zestig mensen raakten gewond. Tienduizenden mensen gingen de straat op. Regeringstroepen schoten op de demonstranten en gebruikten traangas. In de Indiase hoofdstad New Delhi werd gisteren crisisberaad gehouden over de situatie in Kashmir. Zondag werden al zeker acht mensen gedood bij schermutselingen met veiligheidstroepen.

In de regionale hoofdstad Srinagar geldt een uitgaansverbod. De afgelopen dagen liepen vrouwen voorop in de protesten. Autoriteiten vrezen dat het daardoor moeilijker is om hard op te treden. De aanhoudende onrust plaatst de vorig jaar aangetreden Eerste Minister van Kashmir, Omar Abdullah, voor grote problemen. De 40-jarige Abdullah, wiens vader en grootvader ook de politieke leiding over Kashmir in handen hadden, riep zondag de bevolking op haar kalmte te bewaren. Hij zei dat hard zal worden opgetreden tegen militante oproerkraaiers. Maar hij zegde ook banen toe voor jongeren die hard worden getroffen door de politieke en economische crisis in de regio.

Aanleiding voor het jongste geweld is de dood van een jonge demonstrant, begin juni, door politiekogels. Sindsdien volgen incidenten elkaar op. De afgelopen zeven weken zijn al 38 demonstranten om het leven gekomen. De oorzaak van de onrust in Kashmir dateert van de deling tussen India en Pakistan in 1947. Pakistan vindt dat het recht heeft op Kashmir, met een overwegend islamitische bevolking. In het verleden steunde Islamabad terreurgroepen om een vrijheidsstrijd in Kashmir te voeren. De Indiase regering slaagt er maar niet in een duurzame politieke oplossing voor de kwestie aan te dragen. Net als in het verleden wordt ook nu gezegd dat er gelaveerd moet worden tussen een harde aanpak van militanten en het zoeken naar een politiek vergelijk met separatisten die geweld hebben afgezworen.