Liever geen Franse balkons

De Amsterdamse wijk Slotervaart weerspiegelt de culturele verschillen van het moderne Nederland. Twee keer per week bericht deze krant over het gewone leven in de beruchte wijk. Vandaag de actiefste bewoner van het Staalmanplein.

Carl Hirsch is een man met een sterke mening. Hij is een man die je af en toe gelijk geeft om van het gedoe af te zijn. Zelf zegt hij het zo: „Ik denk graag mee.”

De afgelopen jaren dacht Carl Hirsch (66) mee over de Amsterdamse stadsvernieuwing, specifiek Slotervaart. Nog preciezer: de Staalmanpleinbuurt. Daar woont hij namelijk sinds 1978 in een laagbouwflat, samen met zijn vrouw.

In Slotervaart worden veel huizen gesloopt of gerenoveerd. De bewoners van slooppanden verhuizen de wijk uit. Meestal verdwijnt zo’n veertig procent. Zestig procent wil weer terugkomen en woont tijdelijk in een wisselwoning. Tijdelijk is in de praktijk meestal een paar jaar. De sociale samenhang (buurman helpt buurvrouw met een klusje, buurvrouw brengt buurman twee keer per week warm eten) in de wijk is dan weg.

Woningcorporatie Alliantie, die de huizen rond het Staalmanplein bezit, wilde dat anders doen. Waar mogelijk wilden ze eerst bouwen, dan slopen. Zo konden de bewoners uit hun oude huis meteen in het nieuwe. Carl Hirsch was het daar helemaal mee eens.

En hij had als actieve voorzitter van bewonerscommissie Staalmanplein ideeën die hij graag wil delen met anderen. Zo wil hij geen open keuken, want dan gaat het hele huis naar wokolie of biefstuk stinken. En hij wil geen Franse balkons want daar kan je niet op zitten. Het moet gezegd worden, Alliantie stond open voor inspraak. Hirsch: „Een nette corporatie. Heel anders dan die maffiabende elders in het stadsdeel.”

De bewoners van de Staalmanpleinbuurt moesten ook meedenken over de vernieuwing en die moesten daar nog aan wennen. De afgelopen twintig jaar waren de bewoners veranderd van autochtone ambtenaren in voornamelijk Marokkaanse, Turkse en Surinaamse Nederlanders. Het plein was zelfs een tijdlang de ontmoetingsplek van de meest overlastgevende jongerengroep van Slotervaart. Inmiddels is die groep uit elkaar gevallen.

Carl Hirsch is een man die zijn mening baseert op wat hij ziet. Toen de eerste Marokkaanse familie in zijn portiek verscheen, schreef hij zich in voor een cursus Islam aan de Volksuniversiteit. Een Marokkaanse jongen brak zijn arm tijdens een ruzie over vuurwerk met Oudjaar. Uiteindelijk hebben ze elkaar weer de hand geschud. Rondhangende Marokkaanse jongens zegt hij vriendelijk gedag. Zijn Marokkaanse buurjongetjes dragen zijn tassen de trap op, een ouder zusje komt bij hem met haar huiswerk. Wiskunde? Dan helpt Hirsch. Nederlands? Dan helpt zijn vrouw.

Zijn beeld is kortom gemêleerd. Hirsch zegt het zo: „Ik heb een hoop aardige Marokkanen leren kennen. Eigenlijk zijn alle mannen boven de 22 jaar oké. Ze zijn fel, maar dat ben ik ook.”

En ze denken net als hij. Iedereen wil een betere woning (de huidige woningen zijn extreem gehorig en het beton brokkelt af) maar niet in een wisselwoning. Traditionele Marokkaanse gezinnen willen ook geen open keuken. Bij mannelijk bezoek trekken de vrouwen zich daar terug. En dat beeld van die beer van tien meter hoog met een kussen onder z’n poot dat in het nieuwe Staalmanpark komt? Dat vinden ze allemaal wel geinig.