Het spook van 1937 en het raadsel van 2010

Wie denkt dat centralebankiers het nu moeilijk hebben, moet zich eens verdiepen in de laatste vooroorlogse jaren.

Een stapeltje literatuur is onontbeerlijk op vakantie, maar tussendoor is er niets tegen wat monetaire nostalgie bij de trekkerstent: de jaarverslagen van de Bank voor Internationale Betalingen van vóór de Tweede Wereldoorlog. Ze staan allemaal op de site van de BIB (www.bis.org) en blijken in hun tijd even doortastend en helder als de verslagen van de BIB tegenwoordig zijn – zij het met de taal en het jargon uit die tijd.

De BIB was na de Eerste Wereldoorlog opgericht om de Duitse herstelbetalingen aan zijn overwinnaars door te sluizen, maar ontpopte zich al snel tot de ‘bank van de centralebankiers’ die zij nog steeds is. En tot een analytisch en statistisch centrum van de internationale bankwereld, dat tot dan toe niet bestond.

Met name de verslagen over de jaren dertig zijn op dit moment interessant. Maar daarvoor moeten we eerst terug naar het nu. De wereldeconomie heeft in 2010 net de zwaarste economische crisis in vredestijd sinds de grote Depressie achter de rug, en het monetaire beleid van de centrale banken heeft ongekende vormen aangenomen. De Japanse rente staat al meer dan een decennium op nagenoeg 0 procent. De Amerikaanse officiële rente staat daar, sinds de kredietcrisis, eveneens. En ook in Europa is de rente, met 1 procent, ongekend laag.

Centralebankiers, met Ben Bernanke van de Amerikaanse Federal Reserve voorop, kijken naar de crisis van de jaren dertig om te zien of ze het wel goed doen. Er zijn destijds, zeker aan het begin van de crisis, grote fouten gemaakt bij het monetaire beleid. Met name de aanvechting om de financiële crisis aanvankelijk te bestrijden met het gelijk houden of zelfs opschroeven van de rente bleek fataal.

Die fout draaiden de centrale bankiers van die tijd snel terug. In het jaarverslag van 1938, over de periode 1936-1937, maakt de BIB er gewag van dat de discontovoet – destijds het centrale rentetarief van de centralebanken – vaak al zeer lang op een laag niveau stond. De Bank of England bijvoorbeeld, destijds nog de leidende centrale bank, had zijn rente al sinds 1932 op slechts 2 procent staan. Bijgaande tabel, uit dat jaarverslag, toont dat de situatie ogenschijnlijk verbluffend weinig afwijkt van nu. Als er nu geen Europese muntunie was geweest, zou de tabel – met uitzondering van Duitsland – prima passen bij de verhoudingen van nu. De Verenigde Staten verlaagden op 21 augustus 1937 hun tarief. Nou ja, de ‘Verenigde Staten’: de centrale banken van Atlanta en Chicago brachten hun rentes van 2 naar 1,5 procent. Die van New York verlaagde van 1,5 naar 1 procent („the lowest ever quoted by a central bank”, aldus de BIB). Van een gemeenschappelijke nationale Amerikaanse rentepolitiek was destijds nog geen sprake en de regionale Feds hadden nog grote autonomie.

Wie denkt dat monetaire beleidsmakers het nu moeilijk hebben, moet zich de tijden van destijds voorstellen. Niet alleen was er een zware economische crisis, ook het op goud georiënteerde internationale valutastelsel was uit elkaar gevallen. Een golf van devaluaties was achter de rug, en immense bedragen vloeiden van land tot land en weer terug. Nederland was overigens een van de belangrijkste spelers daarbij. Hetgeen door de BIB destijds al werd toegeschreven aan de aanwezigheid van grote multinationals binnen de grenzen.

Probeer maar eens beleid te maken in zo’n onoverzichtelijke tijd met bitter weinig tijdige informatie om de besluiten op te baseren. Monetaire beleidsmakers hebben het anno nu ook niet makkelijk, maar de problemen van de jaren dertig lijken toch groter. Dat geldt zeker voor de conjunctuur. Over 1937 constateert een nog in het duister tastende BIB een enorme groei van de kredieten in de eerste zes maanden, die in de tweede helft omslaat in een nare krimp.

Dat maakt dit jaar zo aardig als referentie: juist in die tijd bleek het economisch herstel te haperen en om te slaan in een nieuwe periode van crisis. Het publiek, constateert de BIB, was na de voorspoedige expansie in 1936 en de eerste helft van 1937, niet voorbereid op de ‘abrupte ommekeer’ in de tweede helft van dat jaar.

Ziedaar de grote angst van nu: de dubbele dip. Moet het rentebeleid van de centrale banken zo ruimhartig blijven als het de afgelopen twee jaar geweest is? Over 1937 constateert de BIB „ongerustheid over de versnelling van de monetaire expansie” die het gevolg is van de jarenlange lage rentes en een stijging van de goudproductie. Ook nu begint er onrust te ontstaan over de lage rentevoeten. Maar daar tegenover staat het spook van 1937: het risico dat voortijdige bezuinigingen en renteverhogingen het economisch herstel smoren.

De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar zij rijmt wel. De jaarverslagen van de Bank voor Internationale Betalingen zijn een goudmijn voor wie de situatie van toen, en die van nu, beter wil begrijpen. Ook bij de tent of – toe maar – een vijfsterrenhotel.

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl

Lezers kunnen reageren op de bijdragen van Maarten Schinkel op nrc.nl/schinkel.