Groeivertraging China is welkom

Aanwijzingen dat de groei in China vertraagt, lijken op het eerste gezicht bewijs voor degenen die bang zijn voor een W-vormige recessie. Maar beleggers hebben een daling van de industriële productie-index naar het laagste punt in zeventien maanden voor kennisgeving aangenomen. Nu verdere afkoelingsmaatregelen niet nodig lijken, hebben ze waarschijnlijk gelijk met hun optimisme.

Aanhoudende Chinese groei is van cruciaal belang voor het herstel van de wereldeconomie, maar enige groeivertraging is welkom. Het bruto binnenlands product steeg tijdens het eerste en tweede kwartaal met 11,9 en 10,4 procent, veel meer dan de officiële groeidoelstelling van 8 procent voor 2010. Dat heeft Peking ertoe gebracht een reeks maatregelen te treffen die waren gericht op de oververhitte vastgoedmarkt en de kredietgroei, en die beleggers er weer toe bracht te vrezen dat er misschien een steviger interventie in het verschiet lag.

De jongste gegevens bieden enige geruststelling dat de huidige maatregelen al goed genoeg werken. De officiële industriële productie-index is van juni op juli gedaald van 52,1 naar 51,2, maar de cijfers van juli zijn altijd lager dan die van juni. Het is dus niet helemaal de inzinking die het op het eerste gezicht lijkt te zijn. Op een voor het seizoen gecorrigeerde basis is de index in juli zelfs met 0,4 procentpunt gestegen ten opzichte van juni, aldus zakenbank Goldman Sachs. De cijfers zijn ook vertekend door de overstromingen van juli, met zware regenval die de industriële bases van zuidelijk en noordoostelijk China hard heeft getroffen, waardoor wegen zijn beschadigd en fabrieken gedwongen de deuren moesten sluiten.

Recente verkrappingsmaatregelen hebben al effect gesorteerd, vooral in de zeepbelgevoelige vastgoedsector. Maar de bedrijvigheid in de bouwsector herstelt zich alweer, onder invloed van de nieuwe woningbouwprojecten van de overheid. De voorraden aan in de bouw gebruikte staalproducten dalen, waardoor de prijzen scherp oplopen. De voorraden aan eindproducten en grondstoffen zijn ook laag. Te oordelen naar hun activiteiten op het gebied van de personeelswerving, verwachten Chinese bedrijven geen nare inzinking. Fabrieken blijven nieuwe werknemers aannemen, omdat ze verwachten dat ze hun productie zullen moeten opvoeren.

De situatie wordt nog steeds gekenmerkt door een delicaat evenwicht. Op dit moment lijkt de overheidsinterventie de gewenste resultaten af te werpen, en het is makkelijk te begrijpen waarom beleggers de koersen van Chinese aandelen op 2 augustus hebben laten stijgen – ondanks het feit dat ze al fors waren opgeveerd. Maar de Chinese economie ondergaat wel vaker wilde schommelingen. Er zal meer voor nodig zijn dan de cijfers over één maand om zeker te kunnen zijn van een ‘zachte landing’.

Wei Gu

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com