Een heel gemakzuchtig misbaksel

Musical Crazy Shopping, door Stardust Theatre. Tournee t/m 9/1

Natuurlijk kan een musical overal over gaan. Als er maar een goed script is, en een reeks songs die het drama voortstuwen, met personages in wie we geïnteresseerd kunnen zijn. Dan is ook de alom heersende shopverslaving, die de prijzen van designtassen, designparfum en merkmode tot grote hoogten brengt, een uitstekend onderwerp.

Maar met een volstrekt ondermaats script, een gemakzuchtige greep uit een grabbelton van bestaande nummers en een oninteressant groepje hysterica’s, wordt zo’n musical een misbaksel. Zoals de nieuwe Nederlandse productie Crazy Shopping die afgelopen zondag in première ging.

Crazy Shopping gaat over vier dames die elkaar treffen in warenhuis Overvloet, waar de koopgekte wordt opgevoerd omdat een van de bezoeksters een tas van anderhalf miljoen euro kan winnen. Maar al heel snel treedt er een evangelist naar Amerikaans model aan die de actie ‘Stop Shopping’ voert. En na een kwartiertje staan die dames al in de anti-koopkerk te biechten over hun wangedrag. Vervolgens zwabbert het script van Eva K. Mathijsen alle kanten op – zonder een duidelijk doel te treffen.

En de grappen die ze maakt, zijn van het niveau ‘or-tasme’ (bevredigd door een begerenswaardige handtas). Terwijl de personages levenloze lappenpoppen blijven, komen er enkele plotwendingen uit de lucht vallen die niets met het voorgaande te maken hebben. Dat de dominee opeens een zoon van de warenhuisbaas blijkt te zijn, is niet meer dan een armetierige poging de man een motief te geven.

Ook de liedjes die vooral te onpas opklinken, vormen een allegaartje – van Opzij, opzij (Herman van Veen) tot het vooroorlogse Fien de la Mar-succes Ik wil gelukkig zijn en Bij ons in de Jordaan tot de begrafenisklassieker Waarheen waarvoor, afgewisseld met een paar plichtmatig gezongen gospels. Het slaat allemaal nergens op.

In de hoofdrollen draven Miranda van Kralingen, Antje Monteiro, Carolina Mout, Casey Francisco en Tony Neef af en aan om er een lachsucces van te maken, maar het is vergeefse moeite. Onder de ‘artistieke leiding’ (een regisseur wordt niet genoemd) van Stanley Burleson weet al deze koddig bedoelde aanstellerij de artistieke leegte niet te verhullen.