'Eén foutje en je kunt je nek breken'

Eggink is sinds enkele maanden bijrijder van zijspankampioen Daniël Willemsen. „Wat Daniël doet, zou ik zelf niet kunnen en durven.”

Onder zijn rechteroog zit een uitgezakte blauwe plek. En Gertie Eggink heeft net een hechting uit zijn wenkbrauw getrokken, die had hij opengehaald bij een valpartij tijdens een wedstrijd zijspancross voor motoren. „Mijn rug is ook nog goed stuk van die val”, zegt hij lachend.

De dertigjarige Eggink uit Lochem is bijrijder van zijspankampioen Daniël Willemsen. Eggink is zijn bakkenist, in jargon. Al is ‘bak’ een groot woord voor de glimmende, stalen plaat met ronde gaten waar hij op staat tijdens het crossen, naast de bestuurder van de motor. „Ach, ik hang er toch meer uit dan dat ik er in sta.”

Door verplaatsing van zijn lichaamsgewicht moet Eggink zorgen voor balans, zowel in de lucht als in de bochten. Zijn ‘stuurder’ Daniël Willemsen (35) heeft al zeven wereldtitels zijspancross op zijn naam staan. Vorig jaar greep hij voor het eerst in jaren mis, door veel pech en een scheenbeenbreuk. Dit jaar gaat Willemsen opnieuw voor de titel, en het is zijn eerste seizoen dat hij met Gertie Eggink naast zich rijdt.

Na een matig begin van de Grand Prix staat het duo nu al enkele weken bovenaan. Zondag verstevigden Willemsen en Eggink hun koppositie; op het circuit van Kivioli wonnen ze beide manches van de Grote Prijs van Estland.

Waarom koos Daniël Willemsen voor jou, dit jaar?

Gertie Eggink: „Eigenlijk zou hij met een Oekraïense jongen rijden dit seizoen, maar dat liep niet lekker. Toen die ook nog een zware blessure opliep aan zijn pols, besloot Daniël om verder te kijken naar een nieuwe partner. Wij komen uit hetzelfde dorp, en ik reed al een jaar of vijf mee in de subtop, dus we kenden elkaar wel. En zo veel bakkenisten zijn er niet, dus vroeg hij mij of ik een keertje met hem wilde rijden. ‘Wie weet’, dachten we. We hebben in februari een keertje getraind, en dat ging gelijk supergoed. Hij zag dat ik veel motorgevoel heb, hij heeft het vertrouwen in mij. Al had ik echt nooit gedacht dat ik hier ooit zou komen. Anderen waren daar net zo verbaasd over.”

En hoe bevalt het, ineens de compagnon te zijn van Daniël Willemsen?

„Dat was vooral in het begin heftig. Hij is zevenvoudig wereldkampioen, in vorige seizoenen reed hij mij op een rondje afstand tijdens de wedstrijden. Waar de zijspancross in het verleden voor mij een veredelde hobby was, gaat het er nu op professioneel niveau hard aan toe.

„Mentaal en fysiek is het zwaar, hij eist gewoon het allerbeste van je. Er ligt zo veel druk op het team om te presteren, alle ogen zijn op ons gericht. Daarom train ik extra veel: fietsen, lopen, krachttraining. Dat is echt nodig, onze eerste paar wedstrijden waren enorm zwaar en ik had moeite om het tempo bij te benen.

„Een maand geleden ben ik in Polen bewusteloos geraakt tijdens de wedstrijd. Het was dertig graden en ontzettend benauwd, ik ben gewoon out gegaan. Van de laatste rondjes kan ik me niets herinneren. Ik kwam pas weer bij in het ziekenhuis. Gelukkig gaat het de laatste ronden wel steeds beter, we staan nu al een paar weken bovenaan.”

Een zware taak. Zou je niet liever zelf de motor besturen?

„Nee, daar ben ik niet zo goed in. Wat Daniël doet, dat zou ik zelf niet kunnen en durven. Hij heeft een spectaculaire, agressieve rijstijl. De sprongen die we maken, zijn soms wel dertig meter lang en drie of vier meter hoog. Ik vertrouw blind op hem, en dat moet ook. Hij is de kapitein, hij bepaalt wat er gebeurt.

„Ik zou niet in zijn schoenen willen staan. Ik kan goed bijrijden en daarom vind ik dat ook leuk om te doen. Timing is heel belangrijk, en die heb je of heb je niet. Het is mijn taak om de motor in balans te houden, door links en rechts te hangen. Je moet snel, sterk en lenig zijn. Hoe verder de bakkenist uit hangt, hoe harder je tijdens de bochten kunt blijven gaan. Bijrijden is fysiek ook zwaarder dan sturen. Tijdens de wedstrijd levert de rijder ongeveer 30 procent en de bakkenist 70 procent van de lichamelijke inspanning.”

Trekt het solorijden je dan niet? Minder inspannend en je hebt alles zelf in de hand.

„Nee, dat zou ik ook niet willen. Het mooie aan de zijspancross vind ik juist de samenwerking. Je beheerst met zijn tweeën zo ongelofelijk veel pk. Wij rijden een motor van 85 pk, terwijl een heel goede solorijder rond de 55 pk zit. Samen verleg je je grenzen, we gaan steeds iets verder dan ik voor mogelijk had gehouden. Terwijl ik als ik alleen zou rijden het gas misschien juist eerder dicht zou knijpen.

„Het bijzondere vind ik het blinde vertrouwen dat je in elkaar moet hebben: als een van beiden een foutje maakt, kun je je nek breken. Het is een kicken risicosport, waarbij je ook onderling nog eens een bijzondere band hebt.”

Maar solomotorcrossen is wel een grotere, bekendere sport.

„Ja, het zijspanwereldje zit anders in elkaar dan het sologebeuren. Bij ons is het wat meer hobby, solorijden is ook voor toeschouwers toegankelijker. In Nederland is zijspancross niet zo bekend en hier is het bijvoorbeeld moeilijk om sponsors te krijgen. In de Baltische staten, Polen en Oekraïne enzo, is het wel ontzettend populair. Daniël heeft daar een popsterrenstatus en deelt handtekeningen uit achteraf.

„Solorijden blijft zakelijker, serieuzer. Die jongens zijn allemaal concurrenten van elkaar, terwijl wij met veel andere teams goed overweg kunnen en achteraf samen een biertje drinken. Zij vliegen in voor een wedstrijd en zijn daarna gelijk weer weg; wij zitten een hele week met elkaar in onze camper. Samen met de materiaaljongens regelen we alles zelf. Daniël en ik helpen net zo goed mee met klussen aan de motor. We koken of rijden in de truck. Dat is juist mijn straatje, je maakt samen de hoogte- en de dieptepunten mee.”

Stel dat Willemsen zijn achtste wereldtitel binnenhaalt, dit jaar. In hoeverre heeft hij die dan aan jou te danken?

„Als we winnen, en daar hebben we goede hoop op, dan is dat zeker voor de helft mijn verdienste. Zonder mij lukt het hem niet, dat weet ik wel. Als ik een foutje maak, dan zie je de achtervolgers gelijk op ons inlopen.”