De meevoelende toon

De mevrouw van de uitvaartverzekering draagt een blouse met korte mouwen, een spencer en een stropdas. Ze stelt zich voor als Chantal en is zonnebankbruin. Als ze praat, is dat op die typische toon, die meevoelende toon die hoort bij haar werk, waarbij ze ons recht aankijkt en zo vaak mogelijk bij de naam noemt. Ik vraag me af wat daarover is gezegd tijdens haar opleiding, en hoe het is om zo vaak vreemden te zien huilen.

Dit is de pragmatische kant van de dood. Een paar uur na het overlijden zitten we aan een tafel en kijken naar een map waarin verschillende kisten getoond worden. We buigen ons over de blankhouten onbewerkte, de massief eiken en de spaanplaat met beukenfineer. Er staan geen prijzen bij. Uiteindelijk stelt iemand wat ongemakkelijk de vraag: is er veel verschil in prijs? Op dezelfde warme, begrijpende toon noemt Chantal de bedragen. Het is vreemd: Chantal is hier om ons te helpen bij de keuzes, maar ze zit hier ook als ondernemer. Staat er geen prijs bij de kisten omdat mensen op deze manier vaak de duurdere exemplaren kiezen? De sfeer is zo behoedzaam en droef, het is natuurlijk een ideaal moment om iets te verkopen. Hoeveel snotterige mensen durven om prijzen te vragen, terwijl ze het risico lopen in Chantals ogen te lezen: zozo, we gaan dus beknibbelen op het afscheid van een dierbare?

Terwijl ik de kisten verder bekijk, valt mijn blik op een donkerkleurige variant. De meeste kisten hebben namen uit de Griekse mythologie. Deze heet Hades. Ik kijk er nogmaals naar.

‘Ehm,’ zeg ik dan. ‘Deze kist heet Hades.’

Chantal volgt mijn vinger. ‘Ja, klopt. Beetje ongelukkig.’

‘Ach, een beetje maar hoor’, zeg ik. (Hades. „Goh, ik zag zo’n leuke kist voor oma, Hades heet-ie.” Wie verzint dit?)

Voor de rouwkaart krijgen we een lijst met voorbeelden. Het is fascinerend dat sommige de voorbeeldenlijst hebben gehaald. Dat betekent dat blijkbaar een heleboel mensen op hun kaart hebben gezet: ‘Bedankt dat we je even mochten “lenen”’. ‘Tranen druppen op jouw ijskoude handen, die nooit meer binnen handbereik zullen zijn’. Of: ‘Een mensen-mens is niet meer.’ ‘Er zitten ook grapjes bij’, zeg ik. Chantal glimlacht me toe, maar ik krijg het gevoel dat het al iets plichtmatiger is. ‘Deze: Vaak te laat, nu te vroeg. Dat is een grapje, toch?’

‘Ja, zo kan je het ook lezen.’

‘Maar hoe kan je het dan nog meer lezen? Veel mensen gaan te laat dood, maar jij niet?’

Chantal reageert niet meer en richt zich op de rest: ‘En in de koffiekamer? Alles kan hoor. Misschien een bittergarnituur?’