De EU treft Iran op de verkeerde manier

De nieuwe sancties tegen Iran suggereren dat de mensenrechten in Iran de EU onverschillig laten, menen Shahin Nasiri en Pejman Salimen.

De EU vindt de sancties van de Veiligheidsraad tegen het atoomprogramma van Iran niet toereikend en treft de Iraanse economie met de zwaarste strafmaatregelen ooit. Zij wil de financiering en de ontwikkeling van het Iraanse atoomprogramma bemoeilijken door onder andere nieuwe Europese investeringen in de verouderde Iraanse gas- en olie-industrie te verbieden. Ook worden de Iraanse banken en de transportsector direct getroffen.

De sancties zijn omvangrijker dan eerdere maatregelen, maar desondanks valt te bezien of ze een duurzame oplossing bieden voor de veiligheidsproblematiek. Uit de inhoud van de sancties blijkt dat er veel aandacht geschonken wordt aan de nucleaire kwestie, terwijl de even heikele mensenrechtencasus op de achtergrond blijft. Volgens het ideale scenario zouden deze economische sancties Iran moeten overtuigen zijn nucleaire ambities op de onderhandelingstafel te leggen, een ontwikkeling die nodig is om Iran aan zijn non-proliferatie-verplichtingen te laten voldoen.

De EU vergeet echter dat de nucleaire ambitie van Iran in het verlengde staat van zijn binnenlandse politiek. De grensoverschrijdende dreigementen van Iraanse zijde – de atoomcrisis, provocatieve retoriek en de destabiliserende activiteiten in Irak, Afghanistan, Libanon en de Palestijnse gebieden – vloeien voort uit de ideologische en megalomane motieven van een regime dat zijn onderdanen op brute wijze onderdrukt. In deze context beschouwen de Iraanse machthebbers het miljarden kostende atoomprogramma als het laatste en meest essentiële middel om hun op intern en internationaal niveau wankelende positie te herstellen. Door deze fundamentalistische mentaliteit heeft Iran in zijn diplomatieke geschiedenis nauwelijks blijk gegeven van goede trouw in het nakomen van afspraken en het respecteren van het internationale recht.

De paradox is dat onder dit autoritaire stelsel een veelbelovende en levendige democratische beweging leeft die een oprechte en constructieve dialoog met de internationale gemeenschap wil. De weg naar een duurzame oplossing voor de veiligheidsproblematiek zal dus alleen gepaard gaan met de voortzetting van een succesvol democratiseringsproces in Iran. Dit wordt door de dictators tegengewerkt. De prominente leden van de beweging worden gecensureerd, gemarteld en geëxecuteerd. Derhalve is een duurzame oplossing voor het conflict van Iran met het Westen ondenkbaar zolang Iran zijn fundamentalistische ideologie als uitgangspunt hanteert.

Uit zowel strategisch als principieel oogpunt had de EU, naast de eenzijdige economische sancties, de beschikbare juridische en diplomatieke middelen in kunnen zetten om mensen en instellingen die een hoofdrol hebben gespeeld bij het op bloedige wijze neerslaan van de volksprotesten en mensenrechtenactiviteiten met sancties te treffen. Het valt te betreuren dat de EU nauwelijks pogingen gedaan heeft om deze zorgwekkende mensenrechtensituatie in het sanctiepakket op te nemen. Hiermee geeft de EU blijk van onverschilligheid als het gaat om de mensenrechten in Iran. De Iraanse burgers worstelen met het vooruitzicht dat zodra een tijdelijk akkoord inzake het nucleaire dossier wordt bereikt, het mensenrechtendossier onmiddellijk in de lade verdwijnt.

Shahin Nasiri en Pejman Salimen zijn respectievelijk voorzitter en bestuurslid van Iranian Progressieve Youth.