Struinen tussen de geheimen van de landopspuiting

De aanleg van de Tweede Maasvlakte vordert en trekt veel bekijks. Op excursie in de Rotterdamse haven. „Hollands glorie doet het altijd goed.”

De bemanning was niet dronken, stelde de reddingsbrigade naderhand vast, en had vooraf haar huiswerk gedaan. Toch liep het Duitse zeiljacht Blau Bâr twee weken geleden vast voor de kust van Nederland. Niet op een zandbank, zoals de geschrokken opvarenden aanvankelijk dachten, maar op de Tweede Maasvlakte. Die havenuitbreiding stond niet ingetekend op hun twee jaar oude navigatiekaart.

Nederland groeit en de snelheid waarmee dat gebeurt, is zichtbaar in de uiterste westpunt van de Rotterdamse haven. Sleephopperzuigers varen hier af en aan, vierentwintig uur per dag. Hun lading – zand afkomstig van de zeebodem, zo’n twaalf kilometer verderop – spuiten zij sinds september 2008 op over een lengte van veertien kilometer. Het resultaat: een langgerekt eiland, met een totale oppervlakte van tweeduizend hectare. Dat is vergelijkbaar met vierduizend voetbalvelden. Naar verwachting meren de eerste containerschepen over drie jaar af aan de kades van de Tweede Maasvlakte.

Europa’s grootste haven worstelt met ruimtegebrek, met als gevolg dat de grote containerschepen de laatste jaren steeds vaker uitwijken naar het nabijgelegen Antwerpen. Rotterdams concurrentiepositie is dus in het geding. De aanleg van de Tweede Maasvlakte is bittere noodzaak, stellen economen. Niet alleen voor Nederland, maar ook voor het achterland, Duitsland voorop.

Nederlands grootste landaanwinning uit de moderne geschiedenis kan rekenen op veel publieke belangstelling. „Hollands Glorie doet het altijd goed, vooral bij vijftigplussers”, weet Yves van Erp van het Havenbedrijf Rotterdam. Het gratis toegankelijke informatiecentrum FutureLand, dat uitkijkt over ‘het nieuwste stuk Nederland’, trok sinds de opening in mei vorig jaar al ruim 120.000 bezoekers. „Terwijl we vooraf op 50.000 bezoekers per jaar hadden gerekend”, zegt Van Erp.

Maar het publiek wil meer dan interactieve informatie over de geheimen van landopspuitingen, zo bleek. Om die reden besloot het Havenbedrijf anderhalve maand geleden ook excursies te organiseren over de nu nog wat desolaat ogende, maar gestaag uitdijende zandvlakte. Vijf dagen per week kunnen belangstellenden plaatsnemen in één van de twee wagentjes die, voortgetrokken door een tractor, het bouwterrein verkennen. De kosten voor de anderhalf uur durende tocht bedragen vijf euro per persoon.

„Handen, hoofden en benen binnenboord”, waarschuwt excursieleider Annette van Ham zodra de ‘FutureLand Express’ zich in beweging zet. Alle inzittenden hebben vooraf een vrijwaring moeten ondertekenen. Zodat de hoofdaannemers, baggerbedrijven Boskalis en Van Oord, bij eventuele ongelukken geen schadeclaims aan hun broek krijgen. Ook de folder bevat een waarschuwing: ‘Let op! FutureLand Express biedt weinig tot geen comfort’.

Dat blijkt te kloppen. De passagiers zitten opeengepakt in een van de twee wagentjes. Zeker bij een temperatuur van bijna dertig graden is dat geen pretje. Maar de tocht langs zand, steen en beton maakt veel goed. Van Ham blijkt bovendien een innemende reisleider, die elke vraag geduldig beantwoordt en met gepaste trots vertelt over het infrastructurele monsterproject. „We hebben al 160 miljoen kuub zand opgespoten, nog tachtig te gaan; we liggen op schema”, zegt ze halverwege de rit.

Wat opvalt zijn de groene stroken her en der op het terrein. „Net ingezaaid, om te voorkomen dat al het zand wegwaait”, verklaart Van Ham. Gras moet de Tweede Maasvlakte dus bijeenhouden, want met een paar stevige najaarsstormen kan al het werk voor niets zijn geweest. Hoofdaannemers Boskalis en Van Oord, verenigd in de combinatie PUMA (Projectorganisatie Uitbreiding Maasvlakte), houden sowieso rekening met zandverlies van vijftien procent.

Indrukwekkend zijn, behalve de cijfers van de landaanwas, ook de 40.000 kilo zware rotsblokken in het zogeheten blokkendepot. De baggeraars hergebruiken zoveel mogelijk puin van de oude zeeweringen. Ruim driekwart van de blokken moet worden verplaatst. Daarvoor is onlangs de hulp ingeroepen van ’s werelds grootste kraan: de Blockbuster. Dit helblauwe gevaarte kan blokken vanaf vijftig meter optillen en ze vervolgens tot op vijftien centimeter nauwkeurig op de gewenste plek neerleggen.

De nieuwe zeeweringen markeren straks het nieuwe land in de zuidwestpunt van Nederland. Ook op Duitse zeekaarten.