Rietjes en eetstokjes

Soms verschijnt er ineens een echt leuk kookboek. En soms heeft dat dan een tamelijk stomme titel. Dat is nu gebeurd. De stomme titel is De vegetarische optie. Met als ondertitel: Een dagje zonder vlees. Ja, wie wil dat nu hebben. Het is helaas door de schrijver, de geweldige Simon Hopkinson, echt zo bedoeld. Hij legt in het voorwoord uit dat hij geen vegetariër is en soms wat graag vlees eet. Maar soms ook wat graag groente. En hij wil dat groentegerechten ook de moeite waard zijn en niet alleen maar een oplossing voor ‘geen vlees’. Dus je moet voor groenten kunnen kiezen. Vandaar ‘optie’.

Het begon, zo schrijft hij, op een avond dat hij de ijskast opendeed en daar een courgette zag liggen die zijn gloriedagen al achter zich had en een zak met voorgesneden pronkbonen die over de datum heen waren. (Dat staat er: pronkbonen. Maar als ik op de foto kijk denk ik: voorgesneden snijbonen.) Niet meteen wild inspirerend zou je zeggen, maar een Hopkinson komt dan op dreef: hij sneed, hij kookte, hij schudde om met warme olijfolie en knoflook, maalde er flink peper over, bestrooide het geheel met peterselie en at het op. Uit een kom. Met eetstokjes.

En genieten dat hij deed! Het zou niet lekkerder geweest zijn met vlees erbij, schrijft, hij, sterker nog: minder lekker. Het was zo gewoon helemaal goed.

Even over dat detail van de eetstokjes waar Hopkinson verder geen woord aan vuil maakt. Je zou kunnen denken: wat een nuffigheid. Maar dat is niet echt waar. Het kan veel uitmaken waarmee je iets eet, en ook waaruit. Soep die je drinkt smaakt anders dan soep die je met een lepel eet. Zoals sommige drankjes, ik denk hier aan campari-soda, alleen lekker zijn met een rietje. Dus het zou goed kunnen dat soms eetstokjes precies zijn wat er nodig is.

Ook is het vaak zo dat smaken beter uit komen als je een en ander achter elkaar eet, in plaats van alles bij elkaar. Dat is natuurlijk niet altijd waar, maar een  salade smaakt bijvoorbeeld  beter op zichzelf dan wanneer de sladressing zich op het bord vermengt met de saus van het vlees. Je moet niet meer dan één saus op je bord hebben, ik geloof dat dat het punt is. En als het een slasaus moet zijn, dan bijvoorbeeld deze van Simon Hopkinson – een met eieren au bain marie gebonden dragonsaus. Waarvan het helemaal niet erg zou zijn als hij ook in aanraking kwam met gestoomde aardappelen.

Salade met dragon-roomdressing

  • 3 slaharten
  • 1 bosje radijs
  • 1 komkommer, geschild en in stukjes
  • 8 kwarteleitjes, 3 minuten gekookt
  • 6 lente-uitjes, in stukjes
  • 1 bosje waterkers

Dressing:

  • 2 grote eieren
  • 2 tl suiker
  • 3 el dragonazijn
  • 250 ml slagroom
  • 1 el gehakte dragon

Doe de eieren met de azijn, de suiker, en snufje zout en de fijngehakte dragon in een kom en zet die bovenop een au bain marie pan of een andere pan met kokend water. Kluts tot de eieren beginnen te binden, de saus moet vla-achtig dik worden. Haal de kom van de pan en blijf kloppen tot de saus is afgekoeld, zet hem eventueel in koud water dan gaat het sneller.

Klop de slagroom lobbig en roer die door de afgekoelde eiersaus. Zet weg.

Snijd de radijsjes in vieren, pel de kwarteleitjes en snijd ze doormidden. Scheur de sla, leg die op een schotel en schik er de radijsjes, kwarteleitjes, komkommerstukjes en lente-uitjes leuk om en op. Schenk de saus eroverheen en bestrooi het geheel met waterkers.