Peking wil dat alle Chinezen één taal spreken

Gisteren pakte de politie in Guangzhou enige tientallen mensen op bij demonstraties. Die zijn in China niet ongewoon. Maar nu draait het om de taal. Een gevoelige zenuw.

Taal is politiek, moet Mao eens gezegd hebben hoewel hij, afkomstig uit Hunan, het Mandarijn nauwelijks machtig was. De Chinese autoriteiten zijn het nog altijd eens met die gedachte van Mao, zoals miljoenen Kantoneessprekende Chinezen opnieuw konden ervaren.

Het plan van de autoriteiten in de zuidelijke provincie Guangdong om de voertaal op de tv-en radiokanalen te veranderen van het Kantonees – de taal ook van de meeste Chinezen in Nederland – in het Mandarijn, stuit dan ook op heftig verzet.

Op weblogs, op de websites van overheidsinstellingen en zelfs in het Volksdagblad wordt heftig geprotesteerd tegen dit plan van de „talenmoordenaars” zoals plaatselijke bestuurders tijdens een demonstraties gisteren in Guangzhou en Hongkong werden genoemd.

Het formele motief om de taal op tv en radio in de provincie Guangdong te veranderen is de komst van de Aziatische Olympische Spelen in november van dit jaar. Miljoenen Mandarijn sprekende arbeidsmigranten in Guangzhou, maar ook Chinese toeristen zouden het evenement in de standaardtaal kunnen volgen, en de eventuele instructies van de overheid in de media beter kunnen begrijpen.

Maar duizenden, overwegend jonge Kantoneestaligen, die gisteren en een week eerder de straat op gingen, accepteren deze uitleg niet.

„Er zijn nog genoeg Mandarijntalige sportzenders. De overheid vindt het Kantonees een ouderwetse, naar binnen gerichte taal en beschouwt het Mandarijn als de enige moderne, internationale en beschaafde taal die in China gesproken zou moeten worden en wil nu zijn zin doorzetten”, denkt demonstrant en organisator Ben Ou die een culturele website heeft opgezet in Guangzhou.

Hij wil net zo lang doorgaan met protesteren en demonstreren totdat de partijbestuurders en Guangdong TV het plan om te stoppen met de Kantonese uitzendingen hebben ingetrokken. Hoe politiek gevoelig de kwestie ligt, bleek vorige week toen zijn website was geblokkeerd en alle Chinese media de opdracht hadden gekregen niet meer over de taalkwestie te berichten.

Demonstraties komen vaker voor in China en zijn meestal gericht tegen landonteigeningen of slechte arbeidsomstandigheden. Het behoud van een minderheidstaal is zelden inzet van een protestactie. Maar de Kantoneestalige inwoners van Guangdong en de provinciale hoofdstad Guangzhou voelen zich al veel langer bedreigd in hun eigen cultuur en taal, omdat het Mandarijn de officiële taal is die in het openbare leven gebruikt moet worden. Alleen thuis, op straat, onderling en in sociale verenigingen is het gebruik van het Kantonees toegestaan.

Het lot van het Kantonees is het lot van alle minderheidstalen in China, waar tien hoofdtalen, 130 etnische minderheidstalen en 160 dialecten gesproken worden. Het precieze aantal varieert per linguïstisch onderzoek.

Er valt veel te zeggen voor het gebruik van het Mandarijn, een van de zes officiële talen van de Verenigde Naties. Alleen door het Mandarijn, dat verplicht is in de staatsmedia, het onderwijs en bij de overheid verstaan Chinezen in alle uithoeken van het land elkaar meestal goed.

De autoriteiten in Peking denken dat door het stimuleren van het gebruik van het Mandarijn en het terugdringen van kleinere talen de politieke eenheid van China wordt bevorderd.

Maar de methodes die Peking gebruikt zijn hardhandig en bij vlagen onbarmhartig. Drie Oeigoeren in de westelijke provincies Xinjiang werden tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat zij websites in het Oeigoers hadden opgezet. Inhoudelijk konden de Han-Chinese autoriteiten nauwelijks bezwaren hebben, want de sites vertaalden teksten van het staatspersbureau Xinhua en lokaal, gecensureerd, nieuws.

Dergelijke methodes en het verbieden van pro-Kantonese demonstraties wekken op het Chinese internet veel weerzin.

De vrees dat de minderheidstalen zullen uitsterven is niet onterecht. Niettemin houden de sprekers van een van de tien grote talen, zoals de 58,8 miljoen Kantoneessprekenden, de 73,8 miljoen Wu-sprekers (in onder andere Shanghai en wijde omgeving) en 63 miljoen Jinsprekers (in de provincie Fujin) nog redelijk stand tegen het Mandarijn en de acht subdialecten daarvan, die door 789 miljoen Chinezen worden gesproken. Hoewel, ook oudere Shanghainezen klagen dat de jongeren het „Shanghaihua”, de taal van de arrogante stedeling, niet goed meer beheersen. Dat heeft er toe geleid dat op de Shanghaise tv enkele programma's in het lokale dialect worden uitgezonden.

Het Tibetaans, het Oeigoers, het Miao of het Min maar ook het Hui en het Hakka raken echter steeds meer in de verdrukking en kunnen op aanzienlijk minder sympathie van de overheid rekenen. „Taal is de wortel van de cultuur, het is een deel van onze identiteit, en helaas zijn de autoriteiten in Peking niet van mening dat culturele diversiteit juist goed is voor het versterken van de intellectuele diversiteit in China”, verklaart hoogleraar Li Gongming van de Kunstacademie van Guangzhou in de South China Morning Post.

In de politiek gevoelige provincies Tibet en Xinjiang, maar ook de provincies met veel minderheden, investeert het ministerie van Onderwijs in Peking veel geld in het taalonderwijs. Het doel is niet alleen om jongeren klaar te stomen voor het hoger onderwijs en de Mandarijntalige arbeidsmarkt maar ook om de lokale talen te verzwakken.

In Guangzhou realiseert Ben Ou dat het Mandarijn, het ‘Putonghua’, niet tegen te houden is.

„Ik haat die taal ook helemaal niet'. Ik wil alleen als ik thuis ben en de televisie aanzet in mijn eigen taal toegesproken worden. Tot nu toe was dat geen punt en nu opeens wel. En dat kunnen we niet aanvaarden.”,

Met medewerking van Lu Junting