opinext@nrc.nl

CDA kan beter over links gaan

Het bijna gehalveerde CDA speelt wonderbaarlijk genoeg nu een sleutelrol in de formatie. Nu is gekozen voor een minderheidskabinet met de VVD met gedoogsteun door Wilders. Met opzet zeg ik Wilders, want dat is de man die het in de niet-democratische PVV alleen voor het zeggen heeft. Het CDA laat zich dus kennelijk liever steunen door een niet-democratische partij, dan te kiezen voor een linksig meerderheidskabinet. Gaat het CDA samen met de VVD regeren, dan zullen de modale en beneden-modale kiezers in de toekomst in de gaten krijgen dat zij niet zo verstandig hebben gestemd. Het CDA is dan van middenpartij een partij over rechts geworden en zal daar hoogstwaarschijnlijk bij volgende verkiezingen de prijs voor betalen.

Noodzakelijk is die rechtse keuze voor het CDA echter niet. Het is zelfs mogelijk een meerderheidskabinet over links te formeren en daar zou Lubbers zich toch mee bezig moeten houden. Daarbij kan dan zelfs de SP worden buitengesloten. Werken PvdA, CDA, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie samen, dan is de vorming van een gewoon meerderheidskabinet mogelijk. 76 is een krappe meerderheid, maar een meerderheid. Wordt de SP niet melaats verklaard, dan is er zelfs sprake van een ruime meerderheid. Uiteraard moet door alle partijen flink worden ingeleverd, maar het sluiten van compromissen is geen schande.

Tegenover de simpele oneliners van Wilders en zijn volgelingen moet het toch mogelijk zijn de mensen duidelijk te maken dat eenvoudige oplossingen niet bestaan en dat wie het tegendeel beweert de zaak in de maling neemt. Ongeveer 15 procent van de kiezers heeft op Wilders gestemd, 85 procent niet; de VVD is bij de verkiezingen de grootste partij geworden, maar is een kleine grote partij. Cijfers om niet te vergeten.

J. Th. Degenkamp

Oud-hoogleraar rechtswetenschap Rijksuniversiteit Groningen

Machogedrag EU

De Europese Unie heeft afgelopen maandag besloten tot een verregaand pakket sancties tegen Iran (internationaal, 27 juli). Teheran zou volgens het artikel weigeren toe te geven aan de eisen van de ‘internationale gemeenschap’. Dit meestal te onpas gebruikte etiket is zeker in deze context misleidend. De drijvende krachten achter het pakket zijn de VS en Israël – dat de EU-maatregelen enthousiast bejubelde.

Het plotselinge machogedrag van de EU roept meer vragen op dan het beantwoordt. Tenslotte is dit dezelfde club die al veertig jaar tot niets verplichtende banaliteiten te berde brengt over de Palestijnse kwestie zonder ook maar ooit zijn tanden te laten zien. Of vergelijk het met de schoorvoetende bijdrage aan het conflict in Afghanistan, waar wel reële offers gebracht moeten worden. Het spierballenvertoon lijkt meer ingegeven door de roes van het eindelijk ergens over eens te zijn op buitenlands gebied dan door gegronde beleidsoverwegingen.

Leonard van Willenswaard

Rotterdam