Liefde is... een sociaal smeermiddel

Wetenschapsjournalist Mark Mieras onderzocht liefde en hersenen.

Liefde is een interessant boek, dat ook goed is voor de zelfkennis.

Verliefdheid komt meestal plotseling. Het is een van de vreemdste ervaringen die een mens kan hebben. Het lichaam lijkt ineens de macht te grijpen, enorme energie bruist en de ruziemakers ‘emotie’ en ‘verstand’ werken als bij toverslag perfect samen. En dat alles met één doel: bij die ander te zijn.

Het is de natuur. Wetenschapsjournalist Mark Mieras stelt het direct aan het begin van zijn overzichtswerk Liefde koeltjes vast: ‘De drang om je voort te planten, zit diep in je hersenen gegrift’. Dat is de kracht die onder het menselijk vermogen tot liefde ligt. Als al die chemie, hormonen, aangeboren neigingen én toevallige omstandigheden dezelfde kant op wijzen, slaat de bliksem in. De enorme kracht van de liefde is een uitvinding van de evolutie om mensen te dwingen zich voort te planten. Al gebruiken we inmiddels op grote schaal voorbehoedsmiddelen om de evolutie te foppen, die drijvende kracht verdwijnt nooit.

Mieras’ boek is een uitwerking van die gedachte. De biologie van de schoonheid, de economie van de huwelijksmarkt (flirten is het testen van marktwaarde), het aangeboren verlangen vreemd te gaan en natuurlijk die inwerking van talloze hormonen op ons gedrag: niets blijft ongezegd en vrijwel altijd onderbouwd met recent wetenschappelijk onderzoek. Meestal is Mieras – bekend van een eerder boek over hersenen – niet te beroerd om het bijbehorende hersendeel te noemen. Vrouwen met een te actieve gyrus cingularis (een primitief boogvormig orgaan in het hart van het brein) krijgen geen orgasme bij het vrijen en je nucleus caudatus (een celgroep in het brein dat ook betrokken is bij dwangmatig en obsessief gedrag) bestuurt je verliefdheid.

Liefde gaat vooral over verliefdheid. Die beperking is een verstandige keuze, want over verliefdheid alleen is meer dan genoeg te vertellen. Bijvoorbeeld over het fascinerende spel met de ogen. Mede dankzij het unieke oogwit kan een mens vrij goed zien waarheen een ander mens kijkt. In de prille aanvang van de verliefdheid wordt dat spel tot grote hoogte gestuwd. In dat kijkspelletje kunnen man en vrouw elkaar – vrijwel onzichtbaar voor anderen – laten zien dat ze wel wat in elkaar zien. Een subtiel systeem, je kunt daarna ook weer doen of er niks is gebeurd. Veel ‘verliefdheden’ komen dat stadium waarschijnlijk niet voorbij. Aan de wijze waarop mensen in de praktijk zo’n verliefdheid actief ‘de kop indrukken’, ook in latere stadia, besteedt Mieras trouwens vrijwel geen aandacht. Waarschijnlijk omdat de wetenschap nog zwijgt over dit aspect.

Na het kijken is de volgende fase letterlijk een stap naar elkaar toe, eerst tot op 120 centimeter, de afstand van twee stappen. Lukt dat contact, dan kunnen de potentiële partners zelfs binnen de magische grens van 65 centimeter van elkaar komen, de menselijke intimiteitszone. Die 65 centimeter is niet toevallig de lengte van een arm, de afstand waarop we een klap kunnen krijgen of waarop iemand ons voedsel uit handen kan trekken, meldt Mieras. De man raakt meestal de vrouw als eerste aan, en meestal op de arm, ‘de meest publieke zone van het lichaam’. Vaak raakt de vrouw haar eigen arm al eerder aan, bij wijze van uitnodiging. En zo gaat de paringdans verder en verder.

En waarom is de kus zo belangrijk? Mieras weet het antwoord: het is een selectiemiddel. Een zoen kan enorm tegenvallen. Een mens kan bij mond-op-mondcontact geursporen opvangen die genetische eigenschappen verraden. En eventuele ziekten. Ook verraadt de zoentechniek de gretigheid van de kusser. Er zijn zelfs onderzoekers die vermoeden dat de man met een flinke zoen testosteron overdraagt aan de vrouw, waardoor zij wat hitsiger wordt. ‘Het zou goed de reden kunnen zijn dat een te natte kus veel vrouwen afschrikt’, is het commentaar van Mieras.

In een cultuur waarin liefde, seks en romantiek iedere dag als sentiment van het tv-scherm afspatten is Mieras’ koude verhandeling weldadig. Wie na lezing goed naar binnen kijkt, kan daar in de verte van het eigen brein al die kleine neiginkjes en voorkeuren zien die de evolutie er heeft achtergelaten en die Mieras zo uitvoerig beschrijft. Goed voor de zelfkennis.

Daarna kan je weer overgaan tot de orde van de dag, ook in de liefde. Want we mogen dan ons brein zijn, met een omstreden eigen wil, en een product van keiharde natuurlijke selectie en grootse biologische krachten, in de praktijk zullen we toch ons eigen leven moeten leiden. Mieras besluit zijn boek dan ook met de conclusie dat ieder mens zijn eigen liefde heeft. ‘Niemand heeft gelijk in de liefde’, schrijft hij, en dus ook de biologen niet. Al die feiten, al die verklaringen, al die biologische mechanismen, ze zijn wel waar, maar ze kunnen je leven geen betekenis geven.

Zoveel factoren bepalen het voortplantingssysteem van homo sapiens dat de werkelijkheid van alledag uiterst complex en gevarieerd is. Er is veel regelmaat, onze ideeën over schoonheid en aantrekkelijkheid zijn bijvoorbeeld vrijwel allemaal op vruchtbaarheid en biologische kracht te herleiden. Maar de praktijk is rommelig. Want een ideale partner bestaat niet en ieder mens kan, nee: moet op zijn eigen manier verliefd worden. ‘Geen twee stel hersenen zijn gelijk’, schrijft Mieras: ‘De manier waarop mensen van elkaar houden is heel persoonlijk. En wordt steeds persoonlijker naarmate we elkaar langer kennen.’

Tussen alle evolutiegeweld door herhaalt Mieras die variatieboodschap regelmatig, en in het slothoofdstuk roept hij zijn lezers zelfs op om het leven écht in eigen hand te nemen. ‘Mensen kunnen zichzelf telkens opnieuw uitvinden, hun personage herschrijven en liefdesrelaties spelen daarbij een belangrijke rol’.

Dus hoezo voortplanting als doel? De evolutie is geduldig, de bonobo’s gebruiken seks ook vooral als sociaal smeermiddel. En wij kunnen de enorme kracht van de liefde het best gebruiken voor wat Mieras ‘zelfexpansie’ noemt. Mieras: ‘Verliefd worden en van iemand gaan houden, daar wordt je identiteit veelzijdiger en kleurrijker van. Het geheim van liefdesgeluk zit hem in de ontwikkeling van nieuwe eigenschappen’. Een mooie conclusie van een interessant boek.

Mark Mieras: Liefde.Wat hersen-onderzoek onthult over de klik, de kus en al het andere. Nieuw Amsterdam 240 blz. €18,95