Herstel VS zet nog niet echt door

Het Amerikaanse economische herstel zet nog niet echt door. Het bruto binnenlands product (bbp) nam op jaarbasis weliswaar met 2,4 procent toe, maar het grootste deel daarvan werd voortgebracht door de aanvulling van de voorraden, de hogere overheidsuitgaven en een door een tijdelijke belastingverlaging op gang gebracht investeringsgolfje in de vastgoedsector. Zelfs nu er geen W-vormige inzinking in zicht is, blijft de groei te traag om de werklozen veel hoop te kunnen bieden.

De details van de bbp-cijfers duiden erop dat de economische slapte zal aanhouden. Meer dan één procentpunt groei kwam van de aanvulling van de voorraden. Als die eenmaal op peil zijn, valt die groei weg. Uit oplopende tekorten gefinancierde extra overheidsuitgaven namen nog eens 0,7 procentpunt groei voor hun rekening, terwijl 0,6 procentpunt afkomstig was van investeringen in de huizenbouw, gevoed door een belastingvoordeel dat in april afliep.

Geen van deze factoren zal de bbp-groei de komende kwartalen waarschijnlijk op betrouwbare wijze blijven steunen, en andere sectoren van de economie hebben tot nu toe slechts een zeer bescheiden bijdrage geleverd. Anders gezegd: de reële uiteindelijke omzet – een betere indicatie van de onderliggende koers van de economie – is toegenomen met een tempo van slechts 1,3 procent op jaarbasis.

Aan de positieve kant zijn de investeringen buiten de huizenmarkt, de motor van de groei van het bedrijfsleven, op jaarbasis met 17 procent gestegen. Toch blijven ze nog ver onder de piek van 2008. De handel, waarvan de afname in 2009 zorgelijk was geweest, is scherp toegenomen – maar omdat de groei van de import die van de export overtrof, is het tekort op de Amerikaanse betalingsbalans verergerd.

Zwakke individuele bestedingen, die dit kwartaal op jaarbasis slechts 1,4 procent hoger uitvielen, hebben de groei van het bbp vertraagd, maar in ieder geval wél de persoonlijke spaarquote verbeterd van 5,5 naar 6,2 procent.

Als sommige groeifactoren niet van blijvende aard blijken te zijn, kan het Amerikaanse werkloosheidscijfer – dat in juni volgens de meest recente gegevens op 9,5 procent stond – stijgen. Dat is in tegenspraak met het stevige herstel dat doorgaans te verwachten is na een diepe recessie. Eén mogelijke verklaring is dat de buitengewone fiscale en monetaire impulsen, die in 2009 aan de economie zijn toegediend, de recessie weliswaar smaller kunnen hebben gemaakt, maar het herstel op de langere termijn kunnen hebben gefrustreerd door kleine bedrijven van de kapitaalmarkten te drukken. De onzekerheid die voortvloeit uit de grote veranderingen in de wetgeving voor de financiële sector en de gezondheidszorg kan ook een rem zetten op de groei. Hoe dan ook, een aanhoudend ondermaats herstel kan uiteindelijk net zo pijnlijk aanvoelen als een diepere, maar snellere ‘double dip.’