Folkpunk met een borrel

Pop The Pogues. Gehoord: 1/8 Melkweg Max, Amsterdam. **

Als de tandenloze oom die straalbezopen karaoke komt zingen op een verjaardagsfeest. Zo strompelde Shane MacGowan gisteren het podium op in de volle Melkweg. De zanger van The Pogues is in de laatste 26 jaar, sinds de Iers/Engelse band een unieke mix van folk en punk presenteerde op hun debuutalbum, waarschijnlijk nooit meer nuchter geweest.

Pogues-muziek is poëtisch en feestelijk tegelijk, met eerbied voor de Ierse folktraditie en het akoestische instrumentarium dat daarbij hoort. Accordeon, banjo en fluit vechten om voorrang met bas en drums, die altijd strak genoeg gespeeld worden om er stevig op te hossen.

The Pogues vestigden met hun beste album If I Should Fall From Grace With God (1988) een nieuwe standaard op het gebied van moderne folkpop. Met het drankgebruik van MacGowan liep het echter uit de hand. Zodanig dat de band eraan ten onder dreigde te gaan. Lange tijd werd de wankele zanger verbannen naar de veel mindere band The Popes. Totdat The Pogues het weer eens met hem probeerden en de oude magie onmiddellijk terugkeerde. Ze toeren nu weer samen: zeven stoere mannen en hun onberekenbare boegbeeld.

Er schuilt een contradictie in het feit dat Shane MacGowan met zijn schorre, toonloze stem de zwakke schakel is binnen The Pogues, maar dat ze hem nodig hebben om de muziek naar een hoger plan te tillen. Zodra fluitist Spider Stacey of gitarist Philip Chevron een solo neemt om de zanger een adempauze te gunnen, ontbreekt het charisma van een band die pophistorie heeft geschreven.

Pas wanneer MacGowan het publiek voorgaat in samenzang over „streams of whiskey” of de traditional The Irish Rover, valt alles op zijn plek. Hij is een monument van menselijk verval; een man met een gezicht van was die zich nog maar net staande kan houden om zijn band richting te geven.

Nieuwe platen van enige importantie hebben The Pogues al lange tijd niet meer gemaakt. Het optreden draaide als vanouds om krakers als Dirty Old Town en Fiesta, waarbij Spider Stacey de percussie verzorgde door met een dienblad tegen zijn hoofd te bonken.

MacGowan sloeg zich er wezenloos doorheen – een op alcohol voortsputterende robot. The Pogues waren goed ondanks hun zanger, maar dánkzij z’n aanwezigheid. Nieuwe bands met respect voor de folktraditie als Mumford & Sons staan klaar om hun fakkel over te nemen.