Elke atleet is een freak of nature

Volgens 800-meterloopster Yvonne Hak ziet bijna iedere atleet er extreem uit.

Van het onderzoek naar Caster Semenya is te veel openbaar gemaakt, vindt ze.

In een restauranttuin op de berg Monjuïc in Barcelona nipte Yvonne Hak bescheiden van de champagne. Maar rustig drinken was er niet bij. De atlete werd voortdurend gefeliciteerd en gecomplimenteerd. Hak was daags na de 800-meterfinale nog beduusd van reacties op haar zilveren medaille bij de Europese kampioenschappen. „Toen ik vrijdagavond na de race mijn telefoon aanzette bleven de sms’jes binnenstromen, het hield maar niet op.”

De volgende dag drong pas helemaal goed tot Hak door dat ze iets bijzonders heeft gepresteerd. Waar ze verscheen kreeg ze schouderklopjes, zo veel en zo uitbundig dat ze er verlegen van werd. En dat overkomt een nuchtere vrouw als Hak niet gauw. Zelfs toen ze in vertrouwde kring door de Atletiekunie in het zonnetje werd gezet was ze sprakeloos.

De gebruikelijke champagnehuldiging van een medaillewinnaar kreeg in haar geval een speciaal tintje. Hak werd toegesproken door Ellen van Langen, die twaalf jaar geleden op dezelfde afstand in hetzelfde stadion olympisch kampioen werd. De oud-atlete, tegenwoordig actief als atletenmanager en bestuurslid van de Atletiekunie, roemde haar lef, haar strijdlust en vooral haar tactiek. Het beviel Van Langen dat Hak vanaf de start op tweede positie had gelopen, zich niet van die voorkeursplek had laten wegduwen en er een sterke eindsprint had uitgeperst. „Echt, je hebt een perfecte race gelopen. Alleen jammer dat die Russin Mariya Savinova net iets sneller was.”

Was de wedstrijd inderdaad zo goed?

Yvonne Hak: „Ja, voor mij was het de ultieme race. Ik was superscherp. Vanaf de eerste meters voelde het goed en ik kon op het juiste moment versnellen. Zo had ik het ook uitgedacht. Je wilt nooit ingesloten worden en dan gebeurt het vaak op een of andere manier toch. Maar deze keer had ik de situatie volledig onder controle.”

Is er mede gezien het persoonlijk record van 1.58,85 een barrière doorbroken?

„Dat mag je wel zeggen. Je telt met zo’n tijd mee op de 800 meter, vooral omdat ik de Britten Jennifer Meadows en Jemma Simpson en de Russin Svetlana Klyuka heb verslagen. In het geval van Meadows doet me dat het meest deugd, want ik heb zó vaak tegen haar gelopen en ik had nog nooit gewonnen. Ik merkte na afloop ook dat er geen rekening met mij was gehouden. De buitenlandse verslaggevers die ik sprak, hadden het voortdurend over a big surprise, terwijl de Nederlandse journalisten met een eventuele medaille rekening hadden gehouden.”

Is de wereldkampioene Caster Semenya uit Zuid-Afrika te verslaan?

„Ja, dat lijkt me wel. Maar ik wacht eerst maar eens af hoe hard ze na haar terugkeer op de baan daadwerkelijk gaat lopen.”

Is de vraag of Semenya man of vrouw is relevant?

„Als geneeskundestudent vind ik het vooral een interessante vraag. Het is duidelijk dat ze iets andere genen heeft dan de andere loopsters. Ze heeft meer mannelijke kenmerken dan gebruikelijk. Dat is mogelijk als je vrouw bent; bij een bepaalde combinatie van genen kan zoiets gebeuren. In haar geval is het dan ook logisch dat ze zo’n goede atlete is geworden.”

Geïnteresseerd in de medische onderzoeksrapporten van Semenya?

„Als student, niet als atleet. Ik vind dat er te veel openbaar is gemaakt. We hebben het over een meisje van destijds achttien jaar over wie in de pers de vraag breed werd uitgemeten of ze man of vrouw is. Dan kan zomaar een persoonlijkheidscrisis opleveren. Uit het oogpunt van beroepsgeheim vind ik dat zeer kwalijk. Het onderzoek had veel eerder uitgevoerd moeten worden en niet pas vorig jaar tijdens de wereldkampioenschappen in Berlijn in gang gezet moet worden. Semenya was er niet plotseling; ze liep al enige tijd wedstrijden.”

Is het eerlijk Semenya als vrouw te laten lopen?

„Het is onderzocht, dus hebben wij andere 800-meterloopsters het ermee te doen. Maar zijn niet alle atleten in zekere zin freaks of nature? Kijk eens in een atletenhotel en je ziet veel te afgetrainde en veel te gespierde mensen. Bijna iedere atleet ziet er extreem uit. Ja, ik ben in zekere mate ook een freak of nature, maar dan in die zin dat ik buitengewoon hard kan lopen. Ik ben een uitzondering op de rest. En dan val ik nog niet eens op. Als je de gemiddelde kogelstootster of sprintster op straat tegenkomt denk je: oei, díe is gespierd.”

Kan het nog beter dan bij de EK in Barcelona?

„Jazeker, ik heb nog niet het gevoel dat ik aan mijn top zit. Ik kan altijd nog slimmer en nog efficiënter trainen. Wat niet wegneemt dat die zilveren medaille wel een voldaan gevoel geeft. Dat is waar je al die moeite voor doet. Maar wat was ik zenuwachtig voor de finale. Tot ik tegen mezelf zei: ‘Waarom nu? Dit is wat je wilt. Als je dit al niet leuk vindt, waar train je dan zo hard voor. Geniet ervan.’ En dat heb ik tijdens de race gedaan. Ik heb alles heel bewust beleefd. Vooral tijdens die laatste meters, als je het geluid in het stadion hoort aanzwellen, was het genieten.”

Levert de nieuwe status voordelen op?

„Absoluut. Ik kan nu bepalen waar ik wil lopen, waardoor ik het seizoen beter kan indelen. Tot voor de EK was het altijd maar afwachten of je tot een belangrijke wedstrijd werd toegelaten. Vaak hoorde ik dat kort van tevoren. En ik ga eens wat geld verdienen, dat is ook wel lekker.”