'Echte toppers bij ons ontbreken nog'

De Nederlandse zwemcoach Ronald Gaastra werkt al ruim twintig jaar in Vlaanderen.

Als technisch directeur van de Vlaamse Zwemliga trainde Ronald Gaastra onder meer schoolslagspecialisten als Brigitte Becue en Frederik Deburghgraeve, die onder zijn begeleiding olympisch en wereldkampioen werd. Tegenwoordig traint Gaastra de Antwerpse fusieclub Brabo, hofleverancier voor de EK langebaan, die volgende week beginnen.

Brabo is ruim vertegenwoordigd.

„Van de elf geselecteerde Vlamingen zwemmen er zeven bij Brabo. De vrouwelijke aflossingsploeg bestaat volledig uit Brabo-zwemsters. We hebben dankzij de stad Antwerpen een club met een erg professionele structuur, met ruimte voor breedtesport en topsport.”

Te vergelijken met de zwemclub in Eindhoven?

„We krijgen bij Brabo 300.000 euro van de stad, de sponsors en de Federatie. Voor de topsportafdeling alleen. Antwerpen wil zich profileren als stad met een heel actieve topsportcultuur. Volgens mij is het budget van de tweede club in België nog geen 100.000 euro, dus het is wel professioneel.”

Wat verwacht u van de EK, nu de pakken afgeschaft zijn?

„Hopelijk komen de Belgen weer een stukje dichter bij de absolute top. We zijn in de breedte gegroeid, maar de echte toppers ontbreken nog. Als we drie individuele finales en een achttal halve finales halen ben ik tevreden. Heel misschien halen we met de vrouwen een medaille op 4x100 wisselslag, maar dat hangt vooral af van de tegenstand. Engeland heeft bijvoorbeeld niet echt toegewerkt naar de EK, omdat de Commonwealth Games er nog aankomen. Internationaal verwacht ik ook geen uitschieters of wereldrecords, het wordt vooral in de breedte een zwaar toernooi, met veel zwemmers dicht op elkaar.”