De grote bah van topsporters

Over elf maanden kan hij terugkeren in het peloton. Zijn straf zit er dan op. Hij zal dan bijna 27 jaar oud zijn; geen rookie meer, maar jong genoeg om te mogen hopen dat de beste jaren in zijn carrière nog voor hem liggen.

De slechtste jaren heeft hij dan al achter zich. De periode tussen 1 juli 2009 en 1 juli 2011, twee jaar schorsing. Want in een laboratorium hadden ze een staal met zijn urine uit 2007 anderhalf jaar later nog eens bestudeerd en daarin alsnog verboden middelen ontdekt.

Tenminste, verboden voor sommigen. Epo, doping. De grote bah in de wereld van topsporters.

Na de beschuldiging volgde hij het bekende, glibberige pad. Eerst glashard ontkennen. Dan hopen op een contra-expertise die anders zou uitwijzen. Vervolgens lichtjes toegeven: oké, het was misschien één keer gebeurd, maar verder....

Op de website cyclingnews.com heeft hij nu bijna het hele verhaal verteld. Dopegebruik werd eind 2007 een patroon bij hem. Niks eenmalig. Het was een poging van een verwende jongen om het leven van de topwielrenner (-in-wording) die hij was te combineren met dat van de showbink die het met zijn sport niet zo nauw nam. Een tot mislukken gedoemd streven. Een topsporter moet leven als een topsporter.

Hij geeft nu alleen zichzelf de schuld, niemand behalve zichzelf. Hoe hij aan de bloeddoping kwam – het is zijn geheim. De naam van een Italiaanse arts komt niet in het stuk voor, de hoofdstad van Oostenrijk ook niet.

Nederland heeft allang een nieuwe wielerheld. Robert Gesink, een nuchtere Achterhoeker. Gaat elke avond op tijd naar bed.

De dopingzondaar is geen held meer. Collega-wielrenner Lars Boom zei laatst in NRC Handelsblad: „Als je eenmaal hebt geprobeerd om de sport belachelijk te maken, door dingen te gaan doen, moet je misschien wel de kloten hebben om weg te blijven.”

Eddy Merckx werd ooit betrapt, Joop Zoetemelk ook. Grote mannen met kloten. Ook Thomas Dekker verdient een tweede kans.

john kroon