Daksteen

Als er een alpine equivalent voor water naar de zee dragen zou bestaan, dan luidde die vast rotsen op bergen leggen; de ultieme onzin in de bergen.

Vandaar de opwinding in dit deel van Oostenrijk, waar ik mijn zomers doorbreng, over een joekel van een rotsblok dat enkele dagen geleden op de top van de 2995 meter hoge Dachstein is gelegd. Het is daar een en al rots – waarom zou je rotsen op rotsen leggen als je al tevreden bent met het uitzicht, vragen sommigen zich af.

De Oostenrijkste initiatiefnemers denken daar duidelijk anders over. Want het gaat hier niet om zomaar een steen. Dit is een steen van ver weg die vragen oproept over het wezen van de natuur en de cultuur. Kunst als onderdeel van het Oostenrijkse cultuurfestival Regionale 10.

En dus komt de rots uit China, is het een brokstuk uit aardbevingsgebied in Sichuan, weegt het gevaarte vier ton, is er een zware Zwitserse helikopter aan te pas gekomen om ’m er bovenop te hijsen, staat-ie voor de nietigheid van de mens, de corruptie in China en nog wat geëngageerde gemeenplaatsen, en is het allemaal bedacht door de half-activistische, half-patriottische en sinds de Olympische Spelen ook buiten China beroemde kunstenaar Ai Weiwei.

Geen wonder dat half Stiermarken zich verslikte in de Marillenknödel met Bröseln toen het prijskaartje van de operatie de openbaarheid haalde: vijftig ruggen. Dertig voor de verhuizing en twintig voor de architect. Geen geld voor zo’n dwarse onderneming zou je zeggen, maar in de ogen van de natuurminnende hooglopers pure verkwisting van gemeenschapsgeld – nota bene voor een steen die daar, na zoveel weg-, water- en luchttransport, bepaald niet klimaatneutraal ligt te liggen.

Missie geslaagd, zou je zeggen, en misschien ook een geestig signaal: als de bergen in Oostenrijk ook al uit China komen, dan zijn onze dagen zeker geteld. Ware het niet dat de natuur zelf ook over humor beschikt: gisteren lag er zo veel sneeuw op de top dat de reuzenkiezel zich niet eens liet zien.

Floris-Jan van Luyn