Cuba: meer markt, minder ambtenaren

De Cubaanse president Rául Castro wil de noodlijdende staatseconomie openstellen voor meer zelfstandig ondernemerschap. Cubanen mogen op beperkte schaal kleine ondernemingen gaan opstarten en zelfstandig personeel inhuren. Dat zei Castro gisteren in het parlement in de hoofdstad Havana.

Met de maatregelen wil de regering de komende jaren één miljoen ambtenaren, ongeveer eenvijfde van al het overheidspersoneel, laten afvloeien. Castro benadrukte dat de salarissen van ambtenaren zwaar drukken op de staat. Hij waarschuwde dat ambtenaren voortaan worden afgerekend op hun productiviteit. „We moeten af van het idee dat Cuba het enige land ter wereld is waar je niet hoeft te werken”, zei hij.

Met de economische hervormingen doet het regime geen afstand van het socialistische systeem, aldus de president. Niet de vrije markt, maar „socialistische economische prioriteiten” moeten leidend zijn bij de stimulering van de economie.

De afgelopen jaren is de agrarische sector van Cuba al enigszins hervormd. Ook taxibedrijfjes en kapperzaken hebben meer vrijheid gekregen.

Voor het eerst gaf Castro gisteren ook publiekelijk commentaar op de toegezegde vrijlating van 52 politieke gevangenen. Hij zei dat de dissidenten bij een arrestatiegolf in 2003 niet om hun ideeën waren opgepakt, maar wegens „anti-revolutionaire” misdaden, in opdracht van de Verenigde Staten. „Er is geen straffeloosheid voor vijanden van het vaderland”, zei hij. (Reuters, BBC)