Chevron heeft baat bij relatief weinig raffinagecapaciteit

Het feit dat de winsten van de grote Amerikaanse oliemaatschappijen de verwachtingen hebben overtroffen, is voor een belangrijk deel te danken aan het aantrekken van hun raffinage-activiteiten. Maar omdat de economie nog steeds kwetsbaar is, zal deze sector waarschijnlijk nog jarenlang een gevarenzone blijven. Voor beleggers houdt dit in dat olieconcern Chevron, een lichtgewicht op het gebied van raffinage, vermoedelijk de voorkeur verdient boven concurrent ConocoPhillips.

Het heeft even geduurd voordat de raffinagesector niet meer uitsluitend hoofdpijn opleverde. Nadat zelfs de Amerikanen in 2009 gingen bezuinigen op onnodige reizen, is de vraag naar brandstof gedaald. Hierdoor liep de zogenoemde ‘crack spread’ – de marge die moet worden betaald voor het omzetten van ruwe olie in bruikbare brandstof – terug van 14 dollar per vat in 2007 naar slechts 3,21 dollar per vat in november 2009. De marge staat nu weer op 8 dollar per vat.

Toch is het niet te verwachten dat binnenkort de gouden tijden van zullen terugkomen. De wereldwijde bloei van de bouw van nieuwe raffinaderijen heeft geleid tot een capaciteitsoverschot. Tenzij zich een onverwachte groeispurt van de Amerikaanse economie voordoet, zal er waarschijnlijk nauwelijks sprake zijn van een toename van de vraag. Iedere stijging van het brandstofverbruik kan naar verwachting worden gedekt door ethanol, dankzij overheidsmaatregelen en subsidies.

Dus als het om raffinagecapaciteit gaat, is minder vermoedelijk beter dan méér. Dat is goed nieuws voor Chevron. Hoewel het concern op grond van zijn marktwaarde van 151 miljard dollar (115 miljard euro) slechts ExxonMobil moet laten voorgaan in de Amerikaanse rangorde, staat het slechts op de zesde plaats wat raffinagecapaciteit betreft, met niet meer dan de helft van de potentiële productie van Exxon en Conoco.

Daarmee houden de voordelen nog niet op. Chevron staat er beter voor dan zijn concurrenten om te profiteren van twee lichtpunten in een overigens sombere sector. De locatie van zijn raffinaderijen, aan de Amerikaanse westkust en in Azië , zorgt ervoor dat het concern zich kan richten op meer verkopen op de sterkere Aziatische markt. Zijn raffinaderijen zijn ook beter in staat om diesel te produceren dan die van andere concerns, en de vraag naar diesel zal die naar benzine waarschijnlijk inhalen.

Uiteraard is Chevron niet immuun voor een bredere terugval van de Amerikaanse raffinagemarges. Maar dat zou een veel hardere klap zijn voor Conoco, dat ruwweg dezelfde capaciteit heeft als Exxon, maar minder dan een derde van de marktwaarde van dat concern. Zelfs voor Big Oil loont het soms om klein te zijn.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com